
Een geschillencommissie die eerst toestemming vraagt, verliest haar gezag
Onlangs werd ik benaderd door een aanbieder van pleegzorg. Deze aanbieder is met zes verschillende regio’s en gemeenten in discussie over de vergoeding van kinderopvangkosten voor pleeggezinnen. Omdat overleg niet tot een oplossing leidde, is de stap gezet naar de Geschillencommissie Sociaal Domein. Op zichzelf is dat logisch. Juist voor dit soort terugkerende uitvoeringsgeschillen zou een geschillencommissie uitkomst moeten bieden: laagdrempelig, deskundig en met voldoende gezag om knopen door te hakken.
Maar wat gebeurt er vervolgens? De geschillencommissie benadert iedere gemeente of regio afzonderlijk met de vraag of men wil meewerken aan de behandeling van het geschil. En precies daar begint het te wringen.
Als een geschillencommissie eerst nog langs alle betrokken partijen moet om te vragen of zij wel bereid zijn zich te laten aanspreken, dan roept dat een fundamentele vraag op: wat is dan eigenlijk nog de status van die commissie?
Een geschillencommissie die alleen functioneert bij de gratie van hernieuwde instemming per dossier, is geen stevig anker in het sociaal domein. Zij dreigt dan eerder een vrijblijvende tussenvoorziening te worden dan een serieuze vorm van geschilbeslechting.
Niet bedacht als vrijblijvende voorziening
Dat is des te opmerkelijker omdat de Geschillencommissie Sociaal Domein niet uit de lucht is komen vallen. Gemeenten, aanbieders en koepels hebben jarenlang gesproken over de noodzaak van een laagdrempelig alternatief voor de rechter. De commissie moest juist bijdragen aan rechtszekerheid, professionalisering en het voorkomen van slepende juridische procedures tussen gemeenten en aanbieders.
Bovendien is in de contractstandaarden jeugd expliciet voorzien in de rol van de geschillencommissie. Daarmee is het idee niet: we zien per conflict wel of partijen nog eens zin hebben om mee te doen. Het idee is juist dat de geschilbeslechting vooraf wordt gepositioneerd, zodat er bij een conflict niet opnieuw discussie ontstaat over de vraag of er wel een route is.
En toch lijkt daar in de praktijk precies het probleem te ontstaan. Zodra het spannend wordt, zodra het gaat over geld, verantwoordelijkheid en precedentwerking, lijkt de geschillencommissie terug te vallen op een houding van: wij behandelen het alleen als beide partijen daar op dat moment mee instemmen. Dan verschuift de commissie van bindend loket naar beleefd verzoeknummer.
Dan wordt het al snel een wassen neus
Dat is niet alleen juridisch onbevredigend, maar ook bestuurlijk onwenselijk. Want wat is de waarde van een geschillencommissie als een gemeente of regio feitelijk alsnog kan bepalen of zij zich aan behandeling wil onderwerpen? Dan ontstaat een scheve situatie. Aanbieders worden geacht zorgvuldig te contracteren, afspraken na te komen en geschillen ordelijk te adresseren. Maar zodra zij gebruikmaken van de aangewezen route, blijkt die route afhankelijk van de bereidheid van de wederpartij.
Dan is de conclusie onvermijdelijk: een geschillencommissie zonder doorzettingsmacht of zonder heldere, afdwingbare positionering verliest gezag. En zonder gezag verliest zij betekenis.
Dat is niet slechts een procedureel probleem. Het raakt direct aan de geloofwaardigheid van de ordening in het sociaal domein. Want als zelfs een speciaal ingerichte geschillencommissie niet in staat is om op gezaghebbende wijze geschillen in behandeling te nemen, dan blijft uiteindelijk maar één route over: escalatie via de rechter. Precies datgene wat men met deze commissie wilde voorkomen.
De kern van het probleem
De kern zit niet alleen in de commissie zelf, maar in de manier waarop zij institutioneel is gepositioneerd. Er is jarenlang gebouwd aan standaardisering, uniformering en professionalisering van contractering in het sociaal domein. Maar als de geschillenregeling vervolgens niet hard genoeg is verankerd, blijft zij hangen in bestuurlijke vrijblijvendheid.
Dat is een groter probleem dan deze ene casus. Vandaag gaat het om kinderopvangkosten voor pleeggezinnen. Morgen gaat het om tarieven, meerwerk, toegang, woonplaatsbeginsel of interpretatie van contractvoorwaarden. Als de geschillencommissie alleen werkt zolang niemand echt bezwaar maakt, dan is zij vooral bruikbaar in makkelijke zaken. Maar juist voor de lastige zaken is zij bedoeld.
Een commissie bewijst haar waarde niet wanneer iedereen het al eens is. Haar waarde blijkt pas wanneer er daadwerkelijk iets op het spel staat.
Tijd voor eerlijkheid
Daarom is het tijd voor eerlijkheid. We kunnen niet blijven doen alsof de Geschillencommissie Sociaal Domein een stevige pijler is onder het stelsel, als zij in de praktijk onvoldoende zeggingskracht heeft. Dan moet je óf erkennen dat het een vrijwillige voorziening is met beperkte betekenis, óf je moet haar eindelijk de positie geven die steeds is gesuggereerd.
Halve institutionele oplossingen zijn in het sociaal domein zelden onschuldig. Ze wekken verwachtingen bij aanbieders, gemeenten en professionals, maar stellen teleur zodra er werkelijk op geleverd moet worden. Dat ondermijnt vertrouwen, vergroot wantrouwen tussen contractpartijen en versterkt de neiging om terug te vallen op macht, volume en juridisering.
Oproep aan geschillencommissie, VNG en brancheorganisaties
Daarom is een duidelijke stap nodig.
Aan de Geschillencommissie Sociaal Domein: wees helder over uw eigen positie. Als u bevoegd bent op grond van contractuele afspraken of contractstandaarden, handel dan ook vanuit dat gezag. Benader gemeenten en regio’s niet alsof deelname nog een vrijblijvende keuze is, wanneer die keuze in feite al eerder is gemaakt.
Aan de VNG: neem verantwoordelijkheid voor de institutionele consequenties van de keuzes die samen met het veld zijn gemaakt. Als gemeenten zich verbinden aan contractstandaarden waarin de geschillencommissie een plaats heeft, zorg dan ook dat die positie ondubbelzinnig is en niet in de uitvoeringspraktijk verdampt.
Aan brancheorganisaties: laat dit niet passeren als een technisch detail. Dit raakt de rechtspositie van aanbieders en de betrouwbaarheid van het stelsel. Wie pleit voor professioneel opdrachtgeverschap en partnerschap, moet ook eisen dat geschilbeslechting daadwerkelijk functioneert wanneer het spannend wordt.
Geen symboliek, maar gezag
Het sociaal domein heeft geen behoefte aan nog meer symbolische voorzieningen. Het heeft behoefte aan instituties die werken, juist onder druk. Een geschillencommissie moet niet alleen bestaan op papier, maar ook daadwerkelijk gezag hebben in de praktijk.
Als we willen dat de Geschillencommissie Sociaal Domein meer is dan een nette façade, dan is nu het moment om door te pakken. Positioneer haar scherp. Veranker haar stevig. Maak duidelijk dat uitspraken ertoe doen. Alleen dan kan zij uitgroeien tot wat zij had moeten zijn: een serieuze, gezaghebbende en bruikbare voorziening voor geschilbeslechting in het sociaal domein.
Anders blijft er van alle goede bedoelingen vooral één ongemakkelijke conclusie over: we hebben een geschillencommissie opgericht, maar durven haar niet echt te laten functioneren.
Wilt u dat ik hier nu ook een pakkende titelreeks, intro voor LinkedIn en een kortere versie voor uw website van maak?