Uitzichtloze beheerszucht

puppet on a string.png

  • In theorie is er geen verschil tussen theorie en praktijk – maar in de praktijk wel.

De wereld bevindt zich in een snelle transitie. De kloof tussen mens en overheid wordt, net als die tussen mensen en klimaat, steeds groter. Het effect is dat mensen steeds meer het heft in eigen handen (willen) nemen of eisen zelfs. Deze trend zien wij ook binnen het sociaal domein. Niet alleen tussen de overheden (Rijk, provincies, gemeenten en zorgverzekeraars), maar ook tussen beleid en uitvoering. De oorzaak? De uitzichtloze beheerszucht.

Bestuurders en beleidsmakers binnen (ook) het sociaal domein lijken meer en meer te denken dat goed besturen en beleid draait rond cijfers, tabellen, berekeningen en prognoses. Er is daarbij nauwelijks oog voor de betekenis van emotie, beleving en gedrag van mensen. Regeren, besturen en beleid heeft ‘beheersdrift’ als gereedschapskist voor het doen en laten. Met falend beleid als gevolg. De invloed van de overheid op de ontwikkeling in het (Passend) onderwijs, in de zorg (Wmo, Jeugdhulp), milieu (fijnstof) zijn slechts enkele voorbeelden daarvan.  Met grote maatschappelijke onrust als gevolg. In Nederland kennen wij als gevolg daarvan onder meer het boerenprotest, boze bouwers, stakingen van leraren, jeugdhulpverleners en in ziekenhuizen. Omdat overheden en bedrijfsleven tekortschieten, krijgen mensen een verweesd gevoel. Dit voedt het ongenoegen. Ook in Nederland.

Opvallend daarbij is dat vooral het werk in de (semi-)publieke sector veel aandacht krijgt. Twee parallelle en met elkaar vervlochten ontwikkelingen lijken ervoor verantwoordelijk dat het traditionele concept van professionaliteit in deze sector verder onder druk komt te staan. Enerzijds is evidence-based (bewijs gestuurd) werken de norm geworden. Met uniformering en protocollering van werkmethoden en -processen als gevolg. Anderzijds is de (semi-)publieke sector steeds meer onderhevig aan marktwerking en de daarbij behorende beheer filosofie.

‘De werkvloer’ wordt door dit alles onder grote druk gezet om eerst en vooral efficiënt te werken en meer te doen met minder geld. Professionals voelen zich steeds meer gereduceerd tot uitvoerder en door managers en bestuurders steeds minder erkend in hun vakmensschap. Veranderingen worden veelal van bovenaf, zonder overleg met de werkvloer, opgelegd (Jansen e.a., 2009). Deze beheer filosofie gaat ook gepaard met een ongebreidelde verantwoordingsdruk: elke handeling moet worden geregistreerd en vooraf verantwoord en goedgekeurd. Het gevolg van dit alles is niet alleen dat professionals (te) veel tijd kwijt zijn aan administratie, maar ook dat dit ten koste gaat van hun effectiviteit.

Er bestaan vele definities van professionaliteit, maar een aspect dat in vrijwel alle omschrijvingen terugkomt, is dat van professionele ruimte en autonomie. En juist die worden steeds meer ingeperkt of tenietgedaan.  Beleid en uitvoering houden elkaar steeds meer in een noodlottige omhelzing. Waar het beleid binnen het sociaal domein eigen kracht en maatwerk stimuleert, predikt zij systeemdenken en standaardisering waar maatwerk het antwoord heeft.

Het despotisme van een heerszuchtige overheid die bureaucratie en beheerszucht stimuleert, helpt de publieke zaak om zeep. In het sociaal domein hebben gemeenten, zorgorganisaties, hun professionals en in het bijzonder de inwoners hier last van. Het uitgangspunt in het sociaal domein is dat de situatie van cliënt/inwoner centraal staat. De praktijk leert dat dit het geval is of mag zijn, mits het (gevraagde) antwoord voor de situatie van de cliënt/inwoner past binnen het systeem. Het sociaal domein is in beweging

“We gaan van een verzorgingsstaat, naar een participatiemaatschappij,” scandeert menig gemeentelijk beleidsplan.  Hierdoor krijgen mensen zelf meer verantwoordelijkheid en gaan organisaties – zoals gemeenten en zorginstellingen – zich vooral richten op de zelfredzaamheid van de inwoners. Schitterend niet? Ja, in theorie wel. In de praktijk heeft het wat haken en ogen. En we weten allemaal dat er in theorie geen verschil is tussen theorie en praktijk – maar in de praktijk wel.

De decentralisaties binnen het sociaal domein boden en bieden de gemeenten een mooie kans om een eigen invulling te geven aan het sociaal domein. Want iedere gemeente heeft haar eigen unieke samenstelling van inwoners en zij hebben ook hun eigen unieke behoeften. Door de decentralisering kan de inwoner dus écht op 1 gezet worden.

De voor de beoogde omslag gevraagde nieuwe denk- en werkwijze ontstaat echter maar mondjesmaat. Nieuw beleid en nieuwe processen stranden niet zelden in een de ontwikkeling verstikkend ‘systeemdenken’. Want de kloof tussen beleid en uitvoering is een hun professionaliteit ondermijnende realiteit voor veel dienst- en hulpverleners.

Het kost tijd om die kloof te overbruggen maar het is niet onmogelijk. Wel is het zaak dat de professional in het sociaal domein ruimte krijgt om creatieve oplossingen te verzinnen en te mogen realiseren. Cliënten/Inwoners krijgen door de professionals steeds meer weer een gezicht en hebben het weer over mensen van vlees en bloed. Dat is de winst van de transitie. Vraaggestuurd en oplossingsgericht werken is een volgende stap. Maar ga het maar eens echt doen als je tegelijkertijd struikelt over allerlei obstakels en normatieve vraagstukken. “De vraag past niet”, of “Dit kan zomaar niet,’ zijn veelgehoorde creativiteitskillers. Laat staan de angst voor het ongelijk behandelen van mensen. Achterdocht en wantrouwen, gebaseerd op de angst of overtuiging dat mensen altijd op het eigen gewin uit zijn eerder regel dan uitzondering.

Gelukkig doen veel professionals in het sociaal domein in de dagelijkse praktijk wat nodig is. Ze zijn creatief, luisteren goed en maken het verschil, maar het systeem maakt het hen lastig en ingewikkeld en het vraagt heel wat lef en doorzettingsvermogen. En juist dat vreet aan de energie en het werkplezier.

Wanneer goede zorg neerkomt op het strikt volgen van regels en procedures, blijft er weinig ruimte over voor andere waarden – maatwerk, flexibiliteit, aanpassingsvermogen – en de verlangens van de patiënt/inwoner. Juist daarom is het belangrijk dat professionals de ruimte krijgen. Ze weten vaak zelf heel goed of iemand meer tijd nodig heeft of een schop onder haar of zijn kont. Daar hebben we helemaal niet zoveel regels voor nodig. We hebben het namelijk over individuele mensen. Dé inwoner bestaat niet, net zomin als dé oplossing of hét systeem. Geef de professional de ruimte om het klein te maken en richt het aanbod en beleid daarop in. En weet u, dat zal uiteindelijk tot een hogere efficiencywinst leiden dan de uitzichtloze beheersdrift die steevast een hogere rekening als resultaat presenteert.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s