Er zijn meer dan honderd voorbeelden die laten zien dat zorg anders kan. Toch ervaren veel mensen nog altijd een wereld van afzonderlijke loketten, ingewikkelde toegang en professionals die niet altijd de ruimte hebben om te doen wat nodig is. Dat contrast dringt zich op bij het lezen van Passende Zorg in Actie, het magazine met praktijkvoorbeelden dat in het verlengde van het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is verschenen.

Het is een hoopvol magazine. Je ziet mensen die niet wachten tot een stelselwijziging hun toestemming geeft om beter te luisteren, samen te werken en buiten de gebaande paden te denken. Tegelijk roept het een ongemakkelijke vraag op: als op zoveel plekken al zichtbaar is wat werkt, waarom organiseren we zorg en ondersteuning dan nog zo vaak op een manier die dat werk moeilijk maakt?

Die vraag verbindt passende zorg met de beweging van markt naar mens. Niet het product, maar de bedoeling. Niet de transactie, maar de relatie. Niet mensen passend maken voor een voorziening, maar voorzieningen en instituties laten aansluiten bij het leven van mensen.

Neem de Sociale Benadering Dementie. Daar begint het gesprek niet bij alles wat iemand door zijn ziekte niet meer kan, maar bij de mens die hij nog altijd is: met relaties, gewoonten, verlangens en een plek in de samenleving. Sommige vragen die als zorgvraag binnenkomen, blijken bij nader kijken vooral vragen naar betekenis, vertrouwen of contact.

Of neem Welzijn op Recept. Een huisarts die merkt dat medische behandeling niet het hele antwoord is, kan iemand in contact brengen met een welzijnscoach. Die vraagt niet alleen wat er misgaat, maar ook waar iemand weer zin in zou kunnen krijgen: een activiteit in de wijk, vrijwilligerswerk, cultuur of een maatje. Niet iedere klacht verdwijnt daardoor. Wel ontstaat ruimte om te zien wat een spreekkamer alleen niet kan oplossen.

En dan zijn er Austerlitz Zorgt en Zorgzaam Dorp America. Daar zijn inwoners niet uitsluitend ontvangers van ondersteuning. Zij bouwen mee aan plekken, verbanden en vormen van onderlinge hulp, met professionals die beschikbaar blijven waar hun deskundigheid nodig is. Het vertrekpunt is niet de vraag hoe een voorziening meer cliënten kan bedienen, maar hoe mensen in hun eigen omgeving goed kunnen leven.

Het indrukwekkende aan deze voorbeelden is niet dat zij opnieuw suggereren dat zorg goedkoper kan. Het indrukwekkende is hoeveel een zorgvraag kan veranderen zodra we beginnen bij het leven in plaats van bij het beschikbare aanbod.

IZA en AZWA verdienen erkenning. Ze zetten samenwerking over domeinen heen nadrukkelijk op de agenda. Het AZWA wil de toegang tot passende zorg gelijkwaardiger maken en het personeelstekort in de zorg beperken. Het geeft bovendien de sociale basis, laagdrempelige inloopvoorzieningen, lokale teams en burgerinitiatieven een duidelijker plaats in de beweging ‘naar de voorkant’. Dat zijn belangrijke stappen.

Maar in diezelfde formulering schuilt een spanning. De sociale basis verschijnt geregeld als iets dat de druk op de zorg moet verlichten en instroom in de Zorgverzekeringswet moet voorkomen. Dat kan een gevolg zijn van sterkere buurten en betere ondersteuning. Het mag alleen niet hun voornaamste bestaansreden worden. Ontmoeting is niet pas waardevol wanneer zij een opname voorkomt. Een vrijwilliger is geen onbetaalde vervanger van een professional. En een buurthuis hoeft zijn betekenis niet eerst in vermeden zorgkosten te bewijzen.

Daar komt bij dat een akkoord op papier nog geen verandering in het dagelijks leven is. Patiëntenfederatie Nederland constateerde in juni 2026 dat patiënten nog te weinig merken van de afspraken uit IZA en AZWA. Dat benadrukt hoe groot de afstand kan zijn tussen bestuurlijke ambitie en ervaren werkelijkheid.

Juist omdat het magazine hoop geeft, verdient het een kritische-vriendenreactie. Niet om de praktijk klein te maken, maar om haar serieus te nemen.

Meer dan honderd initiatieven laten zien dat verandering mogelijk is. Ze bewijzen nog niet dat het stelsel die verandering ook draagt. Waar een aanpak afhankelijk blijft van een bevlogen kartrekker, tijdelijke middelen of lokale uitzonderingsruimte, is zij nog kwetsbaar.

Cultuur, ontmoeting, ervaringskennis, vrijwilligerswerk en gemeenschapskracht hebben waarde omdat mensen daardoor kunnen meedoen en voor elkaar van betekenis kunnen zijn. Eventuele zorgbesparing is welkom, maar niet de maat van alles.

Omzien naar elkaar is iets anders dan steeds meer verantwoordelijkheid neerleggen bij naasten en buren omdat professionele hulp schaars is. Een zorgzame gemeenschap heeft zelf ook iets nodig: bestaanszekerheid, toegankelijke plekken, steun voor mantelzorgers en een professioneel vangnet dat niet pas verschijnt wanneer het misgaat.

Wie professionals vraagt om tijd te nemen, integraal te kijken en relaties op te bouwen, kan hen niet uitsluitend blijven beoordelen op productie, afzonderlijke producten en resultaten op korte termijn. Meerjarige financiering en verantwoording die ook kwaliteit van leven en continuïteit zichtbaar maakt, horen bij de verandering.

Samen beslissen in de spreekkamer is noodzakelijk. Maar mensen moeten ook invloed hebben op de keuzes buiten die spreekkamer: over toegang, regionale prioriteiten, inrichting van voorzieningen en de vraag waaraan publiek geld wordt besteed.

De volgende stap is dus niet simpelweg om honderd goede voorbeelden honderd keer te kopiëren. Een dorp is geen stadswijk. Een ontmoeting laat zich niet uitrollen als software. Wat wél breed navolging verdient, zijn de voorwaarden waaronder zulke praktijken kunnen ontstaan en blijven bestaan: vertrouwen, duurzame samenwerking, professionele ruimte, zeggenschap en de bereidheid om financiering rond mensen te organiseren in plaats van mensen rond financiering.

Passende zorg is pas werkelijk passend wanneer niet alleen de behandeling, maar ook de organisatie, financiering en verantwoording van zorg zich voegen naar het leven van mensen.

Laten we IZA en AZWA daarom niet afrekenen op het feit dat ze nog niet af zijn. Laten we hun ambitie groter maken. Niet alleen vragen hoeveel zorg we kunnen afbuigen, maar wat mensen nodig hebben om verbonden, waardig en zo zelfstandig mogelijk te leven. Soms is dat zorg. Soms is het respijt, een vertrouwd gezicht, een plek om binnen te lopen of een professional die mag blijven luisteren wanneer de vraag niet in een productcode past.

De honderd voorbeelden laten zien dat het kan. Nu is het aan ons om ervoor te zorgen dat het niet bij voorbeelden blijft.