
En een kind dat morgen weer thuis is.
Oudervereniging Balans vraagt de Nederlandse Staat om concrete oplossingen voor kinderen die geen passend onderwijs krijgen. Als een gesprek niets oplevert, wil de vereniging naar de rechter. Maar de vraag die de brief oproept, is niet alleen juridisch: wie zorgt er vandaag voor het kind dat tussen alle afspraken door uit beeld raakt?
Een brief van zeventien pagina’s. Verwijzingen naar wetten, verdragen en onderzoeken. Een verzoek om overleg met de Staat.
Je zou er bijna overheen lezen dat het uiteindelijk om een kind gaat dat morgenochtend wakker wordt en nergens naartoe kan. Een kind dat misschien graag wil leren, maar voor wie de klas te druk is. Of dat door ziekte maar een paar uur per week onderwijs aankan. Of dat al zo vaak heeft gehoord wat er niet mogelijk is, dat het nauwelijks nog durft te vragen wat wél kan.
Op 24 september stuurde oudervereniging Balans die brief aan de Nederlandse Staat. De vereniging vraagt om een gesprek over oplossingen die niet alleen worden beloofd, maar ook echt moeten worden uitgevoerd. Komt dat gesprek er niet, of levert het niets op, dan wil Balans de kwestie aan de rechter voorleggen.
Dat is nieuws. Maar het is ook een pijnlijke constatering: kinderen en ouders zien zich genoodzaakt de Staat juridisch aan te spreken op iets wat al lang vanzelfsprekend zou moeten zijn. Toegang tot onderwijs dat past.
Het kind is niet het probleem
In eerdere blogs op Verruim de horizon schreef ik al over thuiszitters, over het gemiddelde kind als stille norm en over de ruimte die nodig is om opnieuw te kunnen beginnen. De brief van Balans voegt daaraan een scherpe vraag toe: als we weten waarom kinderen uitvallen, waarom laten we dan toe dat het steeds opnieuw gebeurt?
Het woord ‘thuiszitter’ schuurt. Het beschrijft waar een kind is, maar niet waarom het daar terechtkwam. Het kan klinken alsof het kind zelf iets nalaat. Alsof het thuiszitten een keuze is.
Soms is een schoolomgeving voor een kind tijdelijk niet veilig of niet vol te houden. Soms is er wel een passende plek denkbaar, maar is die niet beschikbaar. Soms wachten onderwijs en zorg op elkaar. Soms is er een plan, maar niemand die het kan uitvoeren.
Natuurlijk heeft ieder kind een eigen verhaal. Ook de brief van Balans erkent dat uitval verschillende oorzaken kan hebben. Juist daarom schiet één standaardantwoord tekort. Wie alleen vraagt wanneer een kind weer volledig naar school gaat, kan de belangrijkere vraag missen: wat moet er veranderen zodat dit kind weer kan leren en zich kan ontwikkelen?
Geteld, maar nog niet geholpen
Balans wijst op een schatting van ongeveer 70.000 kinderen die in het schooljaar 2022–2023 geheel of gedeeltelijk geen onderwijs volgden. De vereniging noemt ook een veel bredere schatting van ongeveer 280.000 kinderen die geen volwaardig onderwijs ontvingen. Dat zijn geen twee tellingen van dezelfde groep. Wie deze aantallen gebruikt, moet dat onderscheid helder houden.
Maar ook zonder één sluitend getal is de vraag dringend genoeg. Hoeveel kinderen kennen we die wel op papier bij een school horen, maar in werkelijkheid nauwelijks onderwijs krijgen? Hoeveel gezinnen moeten telkens opnieuw uitleggen waarom het niet lukt? En wat gebeurt er nadat hun situatie is geregistreerd?
Beter tellen is nodig. Het kan zichtbaar maken wie uit beeld blijft en waar hulp te laat komt. Maar een registratie biedt nog geen leraar, geen rustige leerplek, geen begeleiding en geen oplossing voor een wachtlijst.
Een kind dat nauwkeurig als thuiszitter is geregistreerd, heeft daarmee nog geen onderwijs.
Wie pakt het geheel op?
Hier raakt de brief aan een probleem dat veel verder reikt dan het onderwijs. We hebben verantwoordelijkheden verdeeld over scholen, organisaties die in een regio passend onderwijs moeten helpen regelen, gemeenten, leerplicht en zorg. Ieder heeft een taak. Ieder heeft regels en grenzen.
Een kind heeft aan die verdeling weinig wanneer het antwoord uitblijft.
Dan kan een school zeggen dat zij de nodige begeleiding niet kan bieden. De zorg zegt dat het om onderwijs gaat. Een andere plek heeft een wachtlijst. Ouders krijgen weer een telefoonnummer of een overleg aangeboden. Intussen gaat de week voorbij. Daarna nog een.
De brief vraagt de Staat om verantwoordelijkheid te nemen voor het geheel: zorgen dat passend onderwijs beschikbaar is, dat kinderen er daadwerkelijk toegang toe hebben en dat de vorm kan worden aangepast wanneer de gewone route niet werkt. Niet alleen op papier, maar ook wanneer het ingewikkeld wordt.
Dat is geen verwijt aan iedere leraar of iedere school. Veel mensen in het onderwijs proberen onder moeilijke omstandigheden het goede te doen. Juist zij merken hoe beperkt hun ruimte soms is. Een betrokken docent kan veel betekenen, maar kan niet in zijn eentje een wachtlijst oplossen, zorg organiseren of regels uit verschillende werelden passend maken.
Maatwerk mag geen toeval zijn
Maatwerk is een woord dat gemakkelijk warm klinkt. In de praktijk kan het betekenen dat een kind tijdelijk minder uren volgt, deels digitaal leert, les krijgt op een andere plek of begeleiding krijgt om weer vertrouwen op te bouwen.
Maar als zulke mogelijkheden afhangen van de school waar je toevallig zit, de regio waar je woont of hoe lang je ouders kunnen blijven aandringen, is maatwerk geen betrouwbare toegang tot onderwijs. Dan is het geluk hebben.
Balans vraagt niet dat iedere wens van ouders automatisch wordt ingewilligd. De vereniging vraagt wel dat scholen en andere betrokken partijen tijdig onderzoeken wat nodig is, daarover duidelijk beslissen en zorgen dat een kind niet zonder aanbod blijft. Als ouders en school het oneens zijn, moet iemand onafhankelijk en snel kunnen meekijken.
Dat lijkt misschien een kwestie van procedures. Voor een gezin kan het het verschil zijn tussen maanden wachten en eindelijk een eerste stap zetten.
Want ook een tijdelijke route moet echt onderwijs en ontwikkeling bieden. Een paar uur thuis iets opsturen zonder begeleiding is geen oplossing omdat het rooster er weer netjes uitziet. En ouders mogen niet ongemerkt de leraar, begeleider en organisator van het hele traject worden.
Een rechter kan geen klas openen
De stap van Balans verdient steun en aandacht. Niet omdat een rechtszaak alle antwoorden zal geven. Een rechter kan geen leraren opleiden, geen schoolgebouw uitbreiden en geen vertrouwensband herstellen tussen een kind en een school.
Maar een rechtszaak kan wel blootleggen hoe groot de afstand is tussen een recht en de dagelijkse werkelijkheid. Zij kan de Staat dwingen preciezer te zeggen wat er moet gebeuren, wie daarvoor verantwoordelijk is en hoe kinderen en ouders merken dat het werkt.
Balans geeft de Staat eerst de gelegenheid om te praten. De vereniging vraagt uiterlijk 8 oktober een schriftelijke bevestiging dat de Staat bereid is tot overleg, met als doel vóór 24 december afspraken over mogelijke oplossingen te maken. Dat is een kans. Mits het gesprek niet opnieuw eindigt in een verzameling goede bedoelingen.
Want de maatstaf is niet hoeveel partijen aan tafel zaten. De maatstaf is wat er verandert voor een kind dat nu geen passende plek heeft.
Inclusief begint vandaag
Nederland spreekt over inclusief onderwijs in 2035. Over scholen waar kinderen welkom zijn, passende ondersteuning krijgen en samen kunnen leren. Het is een waardevolle ambitie. Maar voor een kind dat vandaag thuiszit, is 2035 geen antwoord.
Daarom moeten we de vraag omkeren. Niet: hoe krijgen we dit kind zo snel mogelijk terug in de bestaande vorm? Maar: welke vorm van onderwijs maakt voor dit kind leren, veiligheid en contact weer mogelijk?
Voor het ene kind is dat een aangepaste schooldag. Voor een ander een kleine groep, een combinatie van thuis en school, of eerst een plek waar het vertrouwen kan terugkeren. De vorm kan verschillen. De verantwoordelijkheid om ontwikkeling mogelijk te maken niet.
De brief van Balans is uiteindelijk een brief aan de Staat over een belofte aan kinderen. Die belofte wordt niet waargemaakt door haar nog eens op te schrijven. Zij wordt pas geloofwaardig wanneer volwassenen en organisaties, ook als het moeilijk wordt, samen zeggen: wij laten jou niet wachten tot onze systemen het met elkaar eens zijn.
Morgen is er weer een schooldag. Ook voor het kind dat niet naar school kan.
Wat hebben wij dan geregeld?
Zie ook
Thuiszitters: het stille schandaal waar iedereen omheen vergadert