
Over de Sociale Troonrede 2026, Verruim de Horizon en de weg naar een menselijk sociaal domein
Movisie organiseert dit jaar de Sociale Troonrede, die op uitnodiging wordt uitgesproken door Lisbeth Verharen, lector Versterken van Sociale Kwaliteit aan de HAN en voorzitter van de Marie Kamphuis Stichting. Namens het Bondgenootschap voor Sociaal Werk – waarin beroepsvereniging, brancheorganisatie, hogescholen, universiteiten en Movisie samenwerken – houdt zij een krachtig pleidooi voor sociaal werk als onmisbare basis van een sociale en rechtvaardige samenleving. De rede maakt tegelijk duidelijk welke voorwaarden daarvoor nodig zijn: erkenning van het vak, duurzame investeringen, professionele ruimte en vertrouwen.
Wat voor samenleving willen we zijn?
Met die vraag opent de Sociale Troonrede 2026. Het is een eenvoudige vraag, maar ook een ongemakkelijke. Want wie haar werkelijk stelt, kan niet blijven steken in begrotingen, uitvoeringsmodellen, aanbestedingskalenders en verantwoordingsformats. Dan gaat het onvermijdelijk over de vraag hoe wij elkaar willen vasthouden wanneer het leven moeilijk wordt.
Over wie er naast iemand staat als schulden, eenzaamheid, ziekte, onveiligheid of verlies het dagelijks leven binnendringen. Over kinderen die niet kunnen wachten tot een systeem zijn processen op orde heeft. Over ouders die niet geholpen zijn met nóg een loket. Over bewoners die niet alleen als cliënt, casus of doelgroep gezien willen worden, maar als mens, buur, ouder, professional, vrijwilliger en medeburger.
De Sociale Troonrede kiest daarom nadrukkelijk voor een andere blik: niet alleen kijken door de bril van de minister van Financiën, maar door de vele brillen van mensen en hun gemeenschappen. Dat is meer dan een mooi beeld. Het is een uitnodiging om opnieuw te bepalen wat in het sociaal domein voorrang krijgt.
En precies daar ontmoeten de Sociale Troonrede, de lijn van Verruim de Horizon en de beweging Van markt naar mens elkaar.
De gedeelde kern: het goede leven
In alle drie de verhalen staat niet de voorziening centraal, maar het leven. Niet de vraag welk product ingezet moet worden, maar wat iemand nodig heeft om weer grip, betekenis, veiligheid en verbondenheid te ervaren.
De Sociale Troonrede formuleert het treffend: sociaal werk draagt bij aan een samenleving waarin mensen mee kunnen doen, zich kunnen ontwikkelen en van betekenis kunnen zijn voor anderen en voor de samenleving. Dat is een veel rijkere opdracht dan het organiseren van ondersteuning alleen. Het gaat over goed leven én goed samenleven.
Ook Verruim de Horizon pleit herhaaldelijk voor die verschuiving. Niet het probleem als vertrekpunt, maar het leven. Niet de geïsoleerde hulpvraag, maar de context waarin die vraag ontstaat. Niet alleen het individu dat zich moet aanpassen, maar ook de omgeving, de instituties en de overheid die zich moeten afvragen of zij mensen nog wel helpen of juist hinderen.
De beweging Van markt naar mens voegt daaraan een belangrijke stelselvraag toe. Als wij werkelijk relationeel, mensgericht en dichtbij willen werken, dan kunnen we niet blijven organiseren vanuit concurrentie, productcodes, kortlopende opdrachten en afrekenbare verrichtingen. Relationeel werken kan niet uitsluitend een professionele deugd zijn. Het moet ook een bestuurlijk en financieel uitgangspunt worden. De landelijke transitieagenda beoogt daarom juist om mens- en relatiegericht werken te verankeren in contractering, sturing en uitvoering.
Dat is misschien wel de belangrijkste gezamenlijke boodschap: de menselijke maat is niet alleen een kwestie van vriendelijker communiceren aan de voorkant. Zij vraagt om een andere inrichting aan de achterkant.
Waar de Troonrede scherp is
De Sociale Troonrede heeft de verdienste dat zij het sociaal werk niet neerzet als een sympathieke aanvulling op zorg en beleid, maar als een vitaal beroep voor de democratische en sociale infrastructuur van Nederland.
Sociaal werkers ondersteunen bestaanszekerheid. Zij versterken relaties en gemeenschappen. Zij maken zeggenschap en weerbaarheid mogelijk. Zij bestrijden uitsluiting. Zij signaleren waar systemen mensen beschadigen. Zij helpen mensen niet alleen om in instituties terecht te kunnen, maar brengen ook de ervaringen van mensen terug naar die instituties.
Dat is van grote waarde in een tijd waarin polarisatie vaak wordt besproken als een probleem van toon, opvattingen of sociale media. De Troonrede maakt zichtbaar dat polarisatie vaak dieper wortelt: in ervaren onrechtvaardigheid, verlies van grip, gebrek aan erkenning en verbroken verbindingen. Wie zich langdurig niet gehoord, niet gezien of niet begrepen voelt, raakt niet alleen het vertrouwen in een instantie kwijt. Soms raakt iemand ook het vertrouwen kwijt dat de samenleving nog voor hem of haar bedoeld is.
Sociaal werk kan daar niet alle maatschappelijke breuklijnen herstellen. Maar het kan wel plaatsen creëren waar mensen weer kunnen spreken, luisteren, ontmoeten en invloed ervaren. Niet als romantische gemeenschapsvorming, maar als serieus democratisch werk.
Daarom is de oproep in de Troonrede om te investeren in erkenning, vakmanschap, onderwijs, onderzoek en continuïteit terecht. Een beroep dat zo belangrijk wordt gevonden voor sociale samenhang, bestaanszekerheid en democratie, kan niet afhankelijk blijven van projectmatige financiering, incidentele gelden en steeds wisselende contracten.
De spanning: vertrouwen vraagt meer dan goede bedoelingen
Tegelijkertijd ligt hier ook een spanning. De Sociale Troonrede vraagt om vertrouwen in sociaal werkers en hun organisaties. De beweging Van markt naar mens vraagt eveneens om een beweging van controle naar vertrouwen. Maar vertrouwen is geen beleidswoord dat vanzelf werkelijkheid wordt zodra het in een bestuursakkoord of aanbestedingsleidraad staat.
Werkelijk vertrouwen heeft consequenties.
Het betekent dat gemeenten en opdrachtgevers niet bij ieder risico terugvallen op extra registratie, prestatie-eisen en korte cycli van verantwoording. Het betekent dat professionals ruimte krijgen om te doen wat de situatie vraagt, ook wanneer dat niet direct in een productomschrijving past. Het betekent dat inwoners niet eerst langs meerdere toegangspoorten hoeven om te bewijzen dat hun vraag zwaar genoeg, urgent genoeg of ingewikkeld genoeg is.
Maar vertrouwen betekent ook niet: loslaten, vrijblijvendheid of het afschaffen van publieke verantwoordelijkheid. Zeker niet in een sociaal domein waarin kwetsbaarheid, veiligheid, schaarste en ongelijkheid dagelijks samenkomen.
De werkelijke opgave is daarom niet kiezen tussen vertrouwen óf verantwoording. De opgave is om verantwoording weer dienstbaar te maken aan de bedoeling.
De vraag moet niet alleen zijn: is geleverd wat is afgesproken? De vraag moet ook zijn: is iemand verder geholpen? Is de relatie behouden gebleven? Is de omgeving sterker geworden? Is voorkomen dat een klein probleem uitgroeide tot een crisis? En: wat hebben professionals nodig gehad om zorgvuldig en nabij te kunnen handelen?
Dat zijn moeilijker vragen. Ze laten zich niet altijd vangen in kwartaalcijfers of dashboards. Maar ze zijn wel dichter bij de publieke waarde waarvoor het sociaal domein bestaat.
Van beroep naar bouwwerk
De Sociale Troonrede richt terecht de aandacht op het sociaal werk als beroep. Een beschermd beroep, stevige opleidingen, kennisontwikkeling, beroepsethiek en toegankelijke inzet van sociaal werk zijn belangrijke voorwaarden. Zonder goed toegeruste professionals blijft het gesprek over menselijke maat al snel een abstract verlangen.
Maar de lijn van Verruim de Horizon brengt een aanvullende gedachte naar voren: het gaat niet alleen om de professional die zich relationeel opstelt. Het gaat ook om het bouwwerk waarin die professional moet werken.
Een sociaal werker kan nog zo nabij, deskundig en betrokken zijn; als de organisatie ieder jaar opnieuw moet bewijzen dat zij de goedkoopste of meest meetbare aanbieder is, komt continuïteit onder druk. Als gezin, buurtbewoner of jongere telkens met een nieuwe contactpersoon te maken krijgt, verdwijnt de opgebouwde kennis en wordt vertrouwen opnieuw een opdracht. Als wijkteams vooral functioneren als doorverwijs- of indicatieloketten, blijft de relationele basis te dun.
Daarmee wordt zichtbaar waarom het debat over aanbesteding, financiering en sturing geen technisch zijspoor is. Het raakt rechtstreeks aan de ervaring van mensen.
Langjarige samenwerking is geen comfort voor aanbieders; zij is vaak een voorwaarde voor herkenbaarheid, bereikbaarheid en duurzame relaties in wijken en dorpen. Minder versnippering is niet alleen efficiënter; het voorkomt ook dat inwoners hun verhaal telkens opnieuw moeten vertellen. Ruimte voor professioneel oordeel is niet alleen prettig voor de uitvoerder; het maakt maatwerk mogelijk wanneer standaardroutes tekortschieten.
De beweging van markt naar mens is daarom geen pleidooi tegen organiseren. Zij is een pleidooi om beter te organiseren: zó dat systemen de relatie ondersteunen in plaats van vervangen.
Een uitnodiging aan politiek en praktijk
De Sociale Troonrede 2026 vraagt om wettelijke erkenning, investeringen en vertrouwen. Dat is geen klein verlanglijstje van een beroepsgroep. Het is een uitnodiging aan politiek, gemeenten, kennisinstellingen, werkgevers, professionals en inwoners om opnieuw te kijken naar de sociale infrastructuur van Nederland.
Als wij sociaal werk werkelijk zien als een dragende kracht voor bestaanszekerheid, gemeenschapsvorming, inclusie en democratische deelname, dan hoort daar ook een andere bestuurlijke houding bij.
Dat vraagt onder meer om:
- Langjarige en relationele vormen van opdrachtgeverschap, waarin continuïteit voor inwoners en professionals zwaarder weegt dan de reflex van permanente concurrentie.
- Financiering die niet uitsluitend beloont wat zichtbaar, telbaar en kortdurend is, maar ook ruimte maakt voor preventie, aanwezigheid, ontmoeting en het opbouwen van vertrouwen.
- Professionele ruimte, verbonden met een stevige beroepsethiek, kennisbasis en gezamenlijke reflectie.
- Een sociale basis die niet wordt gezien als restcategorie naast de zorg, maar als de plek waar mensen elkaar ontmoeten, waar problemen eerder zichtbaar worden en waar veerkracht kan groeien.
- Een overheid die niet alleen vraagt wat inwoners zelf kunnen, maar ook onderzoekt wat zij als overheid moet veranderen om mensen werkelijk in staat te stellen mee te doen.
De vraag is dus niet of we marktwerking of menselijkheid kiezen alsof het twee losse werelden zijn. De echte vraag is welk organisatiemodel past bij een samenleving die menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit serieus neemt.
De markt kan in sommige contexten een instrument zijn. Maar zij mag nooit het morele kompas worden van publieke dienstverlening. Waar zorg, ondersteuning, opvoeden, wonen en bestaanszekerheid op het spel staan, is de relatie geen bijzaak. Zij is de infrastructuur waarop mensen verder kunnen.
Misschien is dat wel de diepste overeenkomst tussen de Sociale Troonrede, Verruim de Horizon en Van markt naar mens: zij vragen ons niet om minder professioneel, minder zorgvuldig of minder verantwoord te werken. Zij vragen ons om weer te beginnen waar publieke dienstverlening altijd zou moeten beginnen.
Bij de mens. Niet als dossier. Niet als kostenpost. Niet als object van beleid. Maar als iemand die, net als ieder ander, wil leven in een samenleving waarin hij of zij gezien wordt, mee kan doen en ertoe doet.