
Waarom het berichtenverkeer vastloopt en hoe de keten zichzelf opnieuw kan uitvinden
Het berichtenverkeer in het sociaal domein zou een toonbeeld van ordening moeten zijn: landelijke standaarden, een robuuste infrastructuur via GGK en VECOZO, en een estafettemodel dat gemeenten en zorgaanbieders helpt om gegevens logisch met elkaar uit te wisselen. In de dagelijkse praktijk ziet het beeld er minder overzichtelijk uit. Wat is bedoeld als gestroomlijnd ketenproces, voelt voor veel professionals en backoffices als een wirwar van berichten, handmatige koppelingen, dubbele invoer en lokale noodverbanden.
Wie terugbladert naar “Administratieve lastenverlichting: blijft het dromen?” ziet dat dit geen incident is, maar een doorlopend patroon. Lastenverlichting fungeert vaak als ambitie in beleidsteksten, maar vertaalt zich zelden naar het daadwerkelijk schrappen van stappen, formulieren en informatie-eisen in de werkvloerrealiteit. Het huidige berichtenverkeer – met iWmo/iJw‑releases, bijbehorende SAP’s en een infrastructuur die via GGK en VECOZO technisch keurig functioneert – illustreert hoe ver theorie en praktijk uit elkaar kunnen lopen.
Tegelijkertijd wordt in de landelijke vernieuwingstrajecten gewerkt aan een netwerkmodel: een perspectief waarin gegevens minder via estafette, en meer via gedeelde registers en directe beschikbaarheid worden georganiseerd. Het Ketenbureau schetst dat traject terecht als een meerjarig programma. Maar juist die lange doorlooptijd maakt duidelijk dat de spanning in de tussenfase niet kan worden opgelost door te wachten: de praktijk draait door, de administratieve belasting blijft hoog en de creativiteit van aanbieders en gemeenten wordt vooral ingezet voor tijdelijke oplossingen die al lang structureel zijn.
In het essay Tussen standaard en stilstand wordt deze spagaat scherp onder woorden gebracht. Uitgangspunt is een recente discussie over release 3.2, de vertraagde invoering van de module hulpmiddelen en de constatering dat GGK en VECOZO inmiddels méér doen dan waarvoor ze ooit zijn ontworpen, en daarmee ook de ruimte voor “burgerlijk ongehoorzaam” handelen beperken. Het essay legt de ervaringen uit de praktijk naast de formele teksten van het Ketenbureau en verkent wat er gebeurt als lokale creativiteit de standaard niet verandert: ontstaan er dan echte oplossingen, of vooral schijnoplossingen die de structurele druk in stand houden?
Belangrijk is dat het essay niet blijft hangen in analyse. Na het fileteren van de huidige situatie wordt een kortetermijnagenda voorgesteld waarin rijk, gemeenten, Ketenbureau, GGK/VECOZO, leveranciers en aanbieders gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Denk aan een time‑boxed reductieagenda voor overbodige administratieve stappen, het met prioriteit invoeren van de module hulpmiddelen, een expliciete versnellingsrol voor GGK en VECOZO en het toevoegen van frictiemetingen (handwerk, dubbele registratie, uitzonderingsroutes) aan de sturing op berichtenverkeer.
Als je de eerdere blog over administratieve lastenverlichting hebt gelezen, zal dit essay voelen als de volgende stap: van het ontmaskeren van dromen naar het formuleren van concrete keuzes. Niet wachten op het perfecte netwerkmodel, maar in het hier en nu bepalen welke administratieve ballast echt nodig is – en welke niet. Daarmee is Tussen standaard en stilstand bedoeld als uitnodiging én als uitdaging: aan iedereen in de keten om standaardisatie, tempo en lastenverlichting niet langer als concurrerende doelen te zien, maar als één gezamenlijke opgave.