
Jim Queen
Jim Queen begint met een heerlijk onbeschaamde omkering. Niet homoseksualiteit wordt in deze Parijse animatiewereld gezien als afwijking, maar heteroseksualiteit. De besmettelijke ziekte heet heterosis. Wie haar oploopt, dreigt ineens hetero te worden. Een medische ramp, zo wordt ons met bloedserieuze gezichten verteld. Er moet dus een geneesmiddel komen. Snel.
Dat is natuurlijk absurd. En precies daarom werkt het.
De film van debuterende regisseurs Nicolas Athané en Marco Nguyen neemt een oude, pijnlijke werkelijkheid – het idee dat seksuele gerichtheid genezen, gecorrigeerd of behandeld zou moeten worden — en draait die binnenstebuiten.
In dit denkbeeldige queer Parijs is heteroseksualiteit niet de vanzelfsprekende maat der dingen, maar een aandoening waar de samenleving nerveus van wordt. De satire is niet subtiel. Gelukkig maar. Sommige vooroordelen zijn zo hardnekkig dat een subtiele wenkbrauw niet meer volstaat; daar is een complete, kleurrijke animatiekoorts voor nodig.
Jim Queen beleefde zijn première in Cannes, waar de film werd genomineerd voor zowel de Caméra d’Or als de Queer Palm. De film wordt beschreven als een Franse animatiekomedie over een virus dat homoseksuele mannen hetero maakt – een uitgangspunt dat de makers gebruiken om identiteit, normalisering, medische betutteling en queer cultuur op scherp te zetten.
Van voetstuk naar zoektocht
Hoofdpersonage Jim Perfect – of Jim Parfait, zoals hij in de Franse versie heet – is influencer, icoon en vermoedelijk iemand die zelfs van een trapleuning nog een catwalk kan maken. Zijn motto luidt: ‘Blijf jezelf, de rest is al bezet.’ Een zin die tegelijk een tegeltje, een Instagram-caption en een bescheiden levensprogramma is.
Jim is een vorst van de Parijse homoscene. Hij heeft volgers, uitstraling, spieren, vermoedelijk een zorgvuldig belichte badkamer en bovenal de zekerheid dat hij gezien wordt. Tot hij zelf heterosis oploopt. Het is een besmetting die niet alleen zijn verlangen verandert, maar ook zijn plek in de wereld. De man die op een voetstuk stond, valt er letterlijk en figuurlijk vanaf.
Wat overblijft is Lucien: 23 jaar, wereldvreemd, zoekend, onzeker en als laatste volgeling van Jim misschien wel de minst waarschijnlijke metgezel voor een heroïsche queeste. Lucien worstelt met zelfacceptatie en met een moeder die niet alleen dominant aanwezig is, maar ook minister van Volksgezondheid. In één personage komen dus moederliefde, macht, controle, beleid en een vermoedelijk onuitputtelijke voorraad goedbedoelde bemoeienis samen. Wie ooit een gesprek heeft gehad met een systeem dat precies weet wat goed voor hem is, zal daar iets van herkennen.
Samen gaan Jim en Lucien op weg naar het ultieme medicijn. Niet alleen tegen heterosis, maar ook tegen de angst om niet meer te passen in het beeld dat anderen van je hebben gemaakt.
De omkering als vergrootglas
De vondst van Jim Queen is niet dat de film beweert dat heteroseksualiteit werkelijk een ziekte is. De vondst is dat hij ons tijdelijk laat voelen hoe vreemd en vernederend het is wanneer een samenleving jouw identiteit als probleem definieert.
Wie bepaalt eigenlijk wat gezond is? Wie bepaalt wat normaal heet? En waarom klinkt het woord ‘genezing’ zo vriendelijk, terwijl er soms vooral de wens achter schuilgaat om iemand anders te maken dan hij is?
In de film wordt de medische taal opgerekt tot groteske proporties. Een virus, een remedie, experts, alarm, vermoedelijk protocollen en paniek. De satire raakt daarmee aan een herkenbare werkelijkheid waarin seksuele en genderdiversiteit nog altijd geregeld wordt bekeken door een bril van afwijking, risico, diagnose of correctie. Alsof een mens pas rustig mag bestaan wanneer hij door een systeem is goedgekeurd.
Juist doordat de film de richting omdraait, wordt zichtbaar hoe vanzelfsprekend de heteronorm lang is geweest – en op veel plekken nog steeds is. De kijker krijgt geen college, maar een lachspiegel. En in een goede lachspiegel zie je niet alleen een karikatuur van een ander. Je ziet ook jezelf, met net iets te grote oren.
Meer dan een grap
Er zit iets bevrijdends in queer humor die niet voortdurend vraagt om toestemming om te mogen bestaan. Jim Queen lijkt geen film die eerst uitlegt waarom hij er mag zijn. Hij is luid, camp, absurd, kwetsbaar en vermoedelijk schaamteloos over the top. Dat is geen gebrek aan ernst. Het is een andere vorm van ernst.
Humor kan een manier zijn om pijn hanteerbaar te maken. Maar ook om macht belachelijk te maken.
Wie ooit heeft meegemaakt dat de eigen identiteit onderwerp van debat werd, weet dat er weinig neutraler klinkt dan: “We willen alleen maar helpen.” En weinig beklemmender kan zijn dan hulp die pas beschikbaar komt als je bereid bent jezelf als probleem te beschouwen. In Jim Queen wordt die logica vrolijk ontspoord. Niet door met een opgeheven vingertje te spreken, maar door de hele wereld op zijn kop te zetten en vervolgens te vragen: kijkt u nog even mee?
De film lijkt daarmee aan te sluiten bij een langere traditie van queer cinema: overleven door stijl, weerstand door ironie, ernst door overdrijving. De absurditeit is geen vlucht uit de werkelijkheid, maar een methode om de werkelijkheid scherper te zien.
Blijf jezelf
Jim Perfect verliest zijn publiek, zijn status en zijn vanzelfsprekendheid. Lucien heeft die vanzelfsprekendheid nooit gehad. De een moet leren dat bewondering niet hetzelfde is als nabijheid; de ander moet ontdekken dat jezelf worden niet begint bij toestemming van een moeder, een minister, een arts, een algoritme of een menigte volgers.
Dat maakt Jim Queen uiteindelijk interessanter dan een louter geestige premisse. Onder de glitter, het virus en de hilarische omdraaiing van medisch jargon zit een eenvoudige, maar nog altijd noodzakelijke gedachte: mensen hoeven niet te worden gerepareerd om erbij te mogen horen.
En misschien is dat wel de beste remedie tegen heterosis, homofobie, systeemdwang en alle andere aandoeningen van de publieke moraal: een wereld waarin niemand een geneesmiddel nodig heeft voor wie hij liefheeft.
Behalve misschien voor de hardnekkige behoefte van sommige mensen om zich met andermans liefde te bemoeien. Daar zou inderdaad eens een pilletje voor ontwikkeld mogen worden.