
La Petite Dernière – geloof, verlangen en de stille kunst van zelf trouw blijven
La Petite Dernière is een tedere, schurende coming‑of‑agefilm over een jonge vrouw die haar verlangen, geloof en afkomst probeert samen te denken – en daar niet één heldere uitkomst voor vindt. Het resultaat is een stille maar lang nadreunende film, waarin de blik van Hafsia Herzi zich radicaal richt op de innerlijke bewegingen van Fatima, meer dan op de grote dramatische momenten.
Een jaar tussen banlieue en stad
Fatima is zeventien, de jongste dochter in een Frans‑Algerijns gezin in de Parijse buitenwijken. Thuis zijn liefde en seksualiteit geen gespreksonderwerp; het zijn eerder woorden die in stilte rondzoemen, aanwezig en afwezig tegelijk. Wanneer ze haar middelbare school afrondt en naar Parijs vertrekt om filosofie te studeren, schuift ze letterlijk en figuurlijk op: weg van de veilige hectiek van haar gezin, richting een wereld waarin vrijheid niet alleen een ideaal maar een dagelijkse praktijk lijkt.
In de stad ontdekt ze dating‑apps, gay clubs en het soort vriendenkring waarin queer zijn niet méér vragen oproept dan iedere andere vorm van zijn. Tegelijk blijft haar religieuze opvoeding als moslima zacht maar onafwendbaar mee‑ademen; je voelt hoe elke stap richting een queer leven onvermijdelijk een stap weg lijkt van iets waar ze zich nog niet van los kán maken.
De stille revolutie van Fatima
Hafsia Herzi – zelf actrice en inmiddels met La Petite Dernière toe aan haar derde speelfilm – kiest nadrukkelijk niet voor het grote gebaar. In plaats van confrontaties en familieclashes krijgen we de voortdurende innerlijke frictie te zien: de vragen die Fatima niet stelt, de blikken die ze ontwijkt, de manier waarop ze in zwarte kleding de nacht ingaat en onder pseudoniem vrouwen ontmoet. De film is gebaseerd op de gelijknamige autofictionele roman van Fatima Daas, en behoudt die literaire intimiteit: we bewegen mee met één jaar uit iemands leven, een jaar waarin bijna niets spectaculair lijkt en toch alles verschuift.
Nadia Melliti speelt Fatima met een zeldzame combinatie van kwetsbaarheid en koppigheid; het is alsof haar lichaam voortdurend in twee richtingen wordt getrokken. Juist die ingetogen intensiteit leverde haar in Cannes de prijs voor Beste Actrice op, terwijl de film zelf werd bekroond met de Queer Palm – een dubbele erkenning voor een portret dat het queer worden van een moslima toont zonder didactiek, zonder simplificatie.
Ji‑Na: liefde als spiegel
En dan is er Ji‑Na, de verpleegkundige die Fatima ontmoet en voor wie ze “voor het eerst echt verliefd” wordt. Ji‑Na, gespeeld door Park Ji‑min (bekend van Return to Seoul), is geen perfect rolmodel maar eerder een spiegel: iemand die het leven in de stad al heeft leren dragen, met alle ambiguïteiten die daarbij horen. Park Ji‑min werd in Frankrijk bekroond met een César voor Beste Vrouwelijke Bijrol voor deze rol, wat iets zegt over de impact van haar stille, precieze spel.
De relatie tussen Fatima en Ji‑Na is in de film geen sprookjesachtige uitweg uit alle spanning, maar een extra laag van complexiteit. Liefde biedt hier evenveel troost als nieuwe vragen: hoe leef je een queer leven dat niet voelt als verraad aan je geloof, je familie, je geschiedenis. Herzi toont hun intimiteit met enorme tederheid, maar laat ook zien hoe Fatima’s muur – die anderen buitensluit en haarzelf gevangen houdt – niet zomaar afbrokkelt door verliefdheid.
Identiteit tussen systemen
Wat La Petite Dernière zo resonerend maakt, is dat de film niet alleen over een individu gaat, maar over een lichaam dat door meerdere systemen tegelijk wordt gelezen: de banlieue, de universiteit, de queer scene, de moslimgemeenschap. Fatima beweegt tussen deze werelden als iemand die steeds opnieuw “de juiste versie van zichzelf” lijkt te moeten kiezen – dochter, gelovige, student, geliefde, lesbienne – alsof ze niet naast elkaar mogen bestaan.
Voor wie naar sociale vraagstukken kijkt, is deze film een voorbeeld van hoe beleidstaal – integratie, emancipatie, inclusie – in het dagelijks leven vaak uitmondt in heel concrete keuzes: wie vertel ik de waarheid, waar verzwijg ik, wanneer zwijg ik. Herzi kadert geen instituties in beeld, maar toont door Fatima’s traject wél de contouren van de context: de druk van een heteronormatief pad, de impliciete verwachtingen van familie, de belofte én de eenzaamheid van een “vrij” leven in de stad.
Een film als veilige ruimte
Dat La Petite Dernière onderscheiden is met de Queer Palm in Cannes en een Jury Award Best Feature op de Roze Filmdagen laat zien dat de film niet alleen artistiek maar ook politiek wordt gelezen: als een bijdrage aan het verbeelden van queer levens die vaak buiten de mainstream vallen. Tegelijk voelt de film zelf juist als een zachte ruimte, een plek waar het niet nodig is om tot één definitief antwoord te komen op de vraag wie je bent.
De speelfilm duurt 106 minuten, maar blijft langer aanwezig; hij nodigt uit om na te denken over queer zijn vanuit een geloofstraditie, zonder dat het draait om “goed” of “fout”. Voor kijkers die zelf balanceren tussen verschillende werelden – cultureel, religieus, seksueel – kan Fatima’s verhaal een herkenbare echo zijn, geen handleiding maar een herkenningspunt.