
Zonder thuis geen herstel
Soms valt een enkel cijfer door de ruis van beleidscijfers heen en dwingt het je om even stil te staan. 7.750. Zoveel extra sociale huurwoningen zijn er volgens de Nederlandse ggz jaarlijks nodig voor mensen met psychische kwetsbaarheid die uitstromen uit beschermd wonen, de ggz of detentie. Niet over tien jaar. Niet als ambitie. Maar nu, en elk jaar opnieuw.
Achter dat getal schuilt een werkelijkheid die we als samenleving liever niet onder ogen zien: mensen die na behandeling, opname of detentie niet weten waarheen. Mensen die vasthangen in tijdelijke constructies, opvanglocaties of bij familie terwijl de spanning weer oploopt. Mensen die te horen krijgen dat ze nog niet “woonvaardig” zijn, alsof herstel een eindexamen is dat je moet halen voordat je recht hebt op een eigen plek.
Het is een crisis die breder is dan volkshuisvesting alleen. Het gaat over hoe Nederland naar kwetsbaarheid kijkt, hoe we zorg en herstel organiseren, en vooral: of we nog geloven dat een thuis iets is wat mensen verdienen, ook wanneer het leven even niet netjes loopt.
In het essay “Zonder thuis geen herstel” verkennen we waarom de wooncrisis voor mensen met psychische kwetsbaarheid zo urgent is, en tegelijk waarom aantallen alleen niet voldoende zijn. We verbinden de noodzaak van die 7.750 woningen met een menselijke, integrale visie waarin wonen, zorg en herstel weer samenkomen in plaats van uit elkaar vallen. En we geven concrete handvatten aan alle betrokken partners: Rijk, gemeenten, corporaties, zorgaanbieders en buurten.
Want deze crisis vraagt om meer dan goedbedoelde beleidsambities. Ze vraagt om een fundamentele keuze: blijven we wonen behandelen als sluitstuk van herstel, of durven we eindelijk te erkennen dat een thuis vaak het begin ervan is?
Lees het volledige essay hieronder.