In Van marktlogica naar menswaardige maatstaven analyseer ik de dominante KPI-cultuur in het sociaal domein. Mijn centrale stelling is scherp: veel indicatoren geven bestuurders wel grip op papier, maar zeggen te weinig over wat inwoners, gezinnen en professionals werkelijk ervaren.

Het essay laat zien hoe KPI’s binnen een New Public Management-logica vooral zijn ingericht op controle, vergelijkbaarheid en beheersing. Daardoor worden juist datgene wat er in de praktijk het meest toe doet – nabijheid, vertrouwen, vakmanschap en samenhang — gemakkelijk uit beeld gedrukt.

Tegelijk blijft het stuk niet hangen in kritiek. Ik schets een alternatief waarin sturing verschuift van productiecijfers naar publieke waarde, en waarin indicatoren niet langer het systeem dienen, maar bijdragen aan mens- en relatiegericht werken. Ik onderscheid daarbij drie niveaus van betekenisvolle KPI’s: systeem en governance, dagelijkse praktijk, en uitkomsten voor inwoners, professionals, gemeenten en samenleving.

Met voorbeelden uit onder meer Veendam, Peel en Maas en Oss maakt het essay concreet hoe een andere manier van organiseren ook om een andere manier van meten vraagt. Niet minder cijfers, maar betere cijfers – en vooral: cijfers die uitnodigen tot gesprek, leren en gezamenlijke verantwoordelijkheid in plaats van afrekenen.

Dit maakt het essay relevant voor bestuurders, beleidsmakers, raadsleden, managers en professionals die voelen dat de dashboards wel groen kleuren, maar dat het stelsel toch schuurt. Van marktlogica naar menswaardige maatstaven is daarmee niet alleen een analyse van de KPI-paradox, maar vooral een oproep om opnieuw te kiezen wat we in het sociaal domein echt zichtbaar en belangrijk willen maken.