Terwijl Nederland zich opmaakt voor een nieuwe verkiezingsronde vol angstversnaperingen en retorische bliksemafleiders, gaat de werkelijkheid onverdroten verder. Achter de schermen van praatprogramma’s en partijprogramma’s gebeurt iets wat veel politici liever niet in hun Kamerdebatten verwerken: nieuwkomers floreren. Ondanks alles.

Ja, je leest het goed. Ondanks de onmenselijke strooptocht die het IND-proces heet, ondanks een taal die ze nog maar net leren, ondanks leven in een tijdelijk onderkomen met een toekomst die bij elke brief van de overheid op losse schroeven staat — zijn er jongeren die hun vwo halen. En ouders die via stages worden omarmd door bedrijven die verder kijken dan de formulieren.

Neem nou het gezin van Karen Cevallos, ooit een leerling aan de voorinburgeringsschool Iedereen aan Boord. Dankzij een stageplek bij Slimstock — en met steun van Untapped Talents en de Goldschmeding Foundation — werd haar inzet beloond met een contract. Niet ondanks, maar juist dankzij haar achtergrond en doorzettingsvermogen.

Of haar dochter Paola, die in anderhalf jaar tijd niet alleen een nieuwe taal leerde, maar ook haar vwo-examens filosofie, wiskunde, biologie en scheikunde wist te halen. In een AZC-kamer. Zonder zekerheid. Zonder privileges. En met een ruggengraat van gewapend beton.

Het is ontroerend. Het is bewonderenswaardig. Maar bovenal is het beschamend dat we dit ‘ondanks alles’ moeten noemen.

Dit zijn geen uitzonderingen.

Dit zijn geen gelukstreffers.

Dit zijn mensen. Mensen met een naam, een verhaal, een moeder, een lievelingsgerecht, een droom.

En zolang wij blijven praten over aantallen in plaats van mensen, over opvang in plaats van toegang, over beperking in plaats van betrokkenheid, dan hebben wij geen asielcrisis.

Dan hebben wij een solidariteitscrisis.

Dat zinnetje kwam van Iedereen aan Boord, een school die zich met ziel en zaligheid inzette voor mensen die Nederland net leerden kennen — en die nu de deuren moet sluiten. Niet vanwege gebrek aan motivatie. Niet vanwege slechte resultaten. Maar omdat beleid iets afsneed wat mensen aan het opbouwen waren.

Wat doet het met een samenleving als een ministerie, een Kamermeerderheid, een ondoordacht wetsartikel met één pennenstreek kapotmaakt wat mensen met hart, ziel, koffie, tijd en tederheid hebben opgebouwd?

Wat zegt het over een land als iemand als Karen niet eens zeker weet of ze mag blijven, terwijl ze wél mag werken? Wat zegt het als een meisje als Paola meer toekomstvisie toont dan het halve Binnenhof?

Deze mensen vragen geen cadeautjes. Ze vragen kansen. Ze vragen niet om voorkeursbehandeling. Ze vragen om behandeling. Punt. Les vanaf dag 1. Werk vanaf dag 2. En daarna? Vriend, buur, collega,  medemens.

Het is de hoogste tijd dat we ophouden met paniek zaaien over “instroom” en “druk op voorzieningen”. Wat we zien is geen stroom. Wat we zien is een stroom aan potentie. En ja, daar moet je iets voor organiseren. Maar als je echt gelooft in je samenleving, dan organiseer je niet tegen mensen, maar voor mensen.

Aan mensen als Sanne Terlouw, die zich samen met Bureau de Werkvloer onvermoeibaar inzetten voor deze gezinnen — niet om de regels te omzeilen, maar om menselijkheid binnen de regels te houden. Aan mensen als Raphaël Nouwen, die laten zien wat er gebeurt als je niet blijft vergaderen, maar gáát bouwen. Aan bedrijven als Slimstock, die zich niet laten gijzelen door politieke koudwatervrees maar durven te kiezen voor menselijk kapitaal. Aan docenten als Imeke Schuurmans-ten Ham, die bruggen slaan waar anderen muren bouwen.

En vooral: aan al die gezinnen die blijven hopen, blijven leren, blijven geven — ook als Nederland het soms lijkt te vergeten. Jullie zijn de toekomst waar we trots op zouden moeten zijn.

Dit is geen crisis. Dit is een kans. Als we de moed hebben om ‘m te grijpen. En als we dat niet doen? Dan zijn wij het probleem.

“Want wie mensen ziet, ziet kansen.”