Specialisten zijn zowel sacrale tovenaars als aardse schurken

Veel professionals aanvaarden een functie of gaan een rol spelen, en vergeten dat ze mensen zijn

gewone mensen
Op verzoek van de Vereeniging ter Veredeling van het Ambacht bundelde J. Spaan in 1941 zijn krantencolumns over ‘vakbekwaamheid’ tot de bundel ‘De glorie van het ambacht’. Het geschreven portret van metselaar De Rooy toont enkele karakteristieken van een vakman: materiaalkennis, ambitie, oog voor context en ook trots. De vertelling wijst ook op een grens, namelijk die tussen de ambachtsman – die louter een taak verricht – en de vakman, die iets goed wil doen omwille van het werk. Het onderscheid raakt aan een repeterend thema in teksten over vakmanschap. ‘Hand’ en ‘verstand’ strijden al eeuwenlang om de eer. Die tweedeling duikt nu ook weer in vol ornaat op binnen het sociaal domein.

Binnen het sociaal domein staan professionals en gemeenten voor de opdracht de zorg en ondersteuning voor mensen – waar dat aangewezen is – zo veel mogelijk samen met de inwoners/cliënten vorm te geven. Met deze omvorming (transformatie) veranderen de rollen van inwoners, professionals en overheid. Aan de inwoners de taak om ondersteuning en zorg zo veel mogelijk te realiseren in het informele steunsysteem, terwijl de overheid een stap terugzet en professionals de regie over hulp- en ondersteuningsprocessen (meer dan voorheen) eerst en vooral overlaten dan wel meer delen met burgers inwoners.

Volgens onderzoek (De kunst van het laten. Doe-het-zelf-zorg en rolverwarring in tijden van transitie (Lilian Linders & Dana Feringa | ISBN-nummer 9789088691126) hebben sociale professionals last van rolverwarring, rolvervaging en rolvermenging. Mede hierdoor voelen zij zich bij de ‘kanteling in een veranderende context’ ongemakkelijk. Zo vinden sociale professionals het lastig om daadwerkelijk ‘te laten’ en de regie over te laten aan burgers. Ze voelen zich onbehaaglijk als ze mensen ‘loslaten’ zonder zeker te weten of het wel goed gaat als ze niet meer professioneel aanwezig zijn.

Hulpvaardigheid is een positieve en lonende eigenschap die we in onszelf en in anderen moeten koesteren. Maar zoals met veel eigenschappen kan het ook doorschieten, te veel van het goede worden. Als wij te zeer opgaan in onze rol van ‘reddende engel’ kunnen wij – zonder het zelf te merken – de grenzen overschrijden van wat wenselijk en aanvaardbaar is. Die veranderende rol en positionering van sociale professionals kan inderdaad leiden tot rolverwarring, rolvermenging en rolvervaging. En ja, ook ik kan soms de verleiding niet weerstaan!

Ook in mijn huidige opdrachten speelt dit obstakel en hebben wij soms moeite met ons tweede beroep. Hoewel ik het aan de ene kant ook wel begrijp, kan het mij ook mateloos verwonderen. Tot een gevoel van irritatie toe. Want hoe komt het toch dat wij – die in ons dagelijks leven als mens – meerdere en zeer diverse rollen tegelijkertijd (papa/mama, vriend/vriendin, etc.) kunnen vervullen – direct die identiteit verliezen als wij ons ‘werkpak’ aantrekken? Het is soms onthutsend om te zien hoe onze meervoudigheid als mens transformeert naar een enge, formalistische opvatting over een ambachtsmens die louter een taak verricht.

Over sociale (wijk)teams en de professionals daarbinnen wordt – naar mijn mening nog te veel – gesproken alsof het om een precies omschreven organisatievorm met een duidelijke taakomschrijving gaat. Dat is niet zo. De sociale professional van nu is lid van een gilde (sociaal team) waarin het delen van kennis een kunde moet zijn. Op basis van gelijkwaardigheid. En ja, dat leidt tot herpositionering van de betrokkenen en vraagt om een aanpassing van het huidige handelingsrepertoire. Op welke manier?

Vakgerichte doeners die focussen op meetbare doelen en processen (gesloten kennissystemen), moeten de veerkracht ontwikkelen van ambachtslieden die gezamenlijk aan het ontwerpen, produceren én toepassen van kennis slaan. Dit gaat gepaard met een fundamentele verschuiving van de posities van alles spelers. Van overheden, maatschappelijke organisaties, professionals tot inwoners. Daarbij gaat het niet om een eenvoudige verschuiving van poppetjes of posities. Het gaat om een constante verandering het samenspel.

De échte vakmens is uit op verbinden (coöperatie). Eerder dan op onderscheiden (concurrentie). Louter beschikken over kennis binnen het hedendaagse sociaal domein is daarbij niet meer toereikend. of zaligmakend. De toevoegende waarde zit hem in het willen en kunnen delen van (praktijk-)ervaringen. Op basis van gelijkwaardigheid.

Het sociale team moet een ontmoetingsplek en ‘werkplaats’ worden van en voor mensen. Waarbij sociale professionals hun tweede beroep – hun vakinhoudelijk specialisme – kunnen en willen inzetten om mee te knutselen en te schuren aan de eigen antwoorden en ideeën van mensen op hun uitdagingen en problemen.

Dat is eerst en vooral mensenwerk waarbij de sociale professional bijdraagt bij aan de vermeerdering van andermans kennis en streeft naar reproduceerbaarheid. Dat is iets heel anders dan een cliënt vertellen wat hij morgen het beste kan doen.

De kunst en ook de lol van sociale professionals is dus niet dat zij hun vakinhoudelijke kennis verloochenen. Integendeel. Ik pleit niet voor oppervlakkige klantgerichtheid, of het weglaten van een heleboel waardevolle inhoud. Daar gaat het niet om. De sociale professional is of wordt juist ingehuurd, omdat deze goed is in zijn of haar vak en omdat juist dat nodig is voor het vinden van een adequaat antwoord. Het gaat eerder om méér: de toevoegende waarde; de kunst en de lol om er iets bij te gaan doen, iets toe te voegen aan dat vak. Dat ook maakt het werk interactiever, relationeler en – ook dat – subjectiever.

Over die rolopvatting moet het wat mij betreft de komende tijd gaan. Dat leidt niet alleen tot blije(-re) sociale professionals, maar ook tot betere resultaten die anderen écht vooruit helpen. Die écht ‘impact hebben’. En dat is toch wat wij willen? Laten wij dus naast onze beroepsrol ook onze ervaringen als zoon of dochter, vader of moeder, vriend of vriendin, student of leermeester van….weten te vervullen. Want als we onze identiteit als mens verliezen met dat wat we beroepsmatig bezigen, kunnen we beter stoppen.

2 comments

  1. De voor nu gewenste houding werd vroeger betiteld als weinig professioneel, nou dan was ik dat maar, het werkte heel goed! Tot volle tevredenheid van klant en mij …..als blije, tevreden social worker.

  2. De “sociale professional” is in mijn ogen gelijk te stellen met de “verwende” professional, het hoogste woord voeren en in mijn ogen beperkt presteren.

    We komen uit een tijdperk waarin de bomen tot in de hemel groeiden, de zgn. professionals zagen hierin geen enkel probleem, al hun wensen werden vervuld, dat ook de verschillen sluipenderwijs toenamen deerde niet, hun wensen werden vervuld.

    Nu het tij kerende is roepen ze moord en brand, hun professionaliteit wordt niet herkend en erkend, juist nu ze worden aangesproken op hun professionaliteit verliezen ze hun professie uit het oog. In het artikel wordt nadrukkelijk gewezen naar het begrip professionaliteit, dat hoef ik niet te herhalen, lijkt mij.

    Voor mij staat een ding vast dat professionaliteit niet gelijk staat aan alleen maar weggeven tenlaste van de “grote hoop”, professionaliteit is in mijn ogen gebruik maken van verworven en bewezen deskundigheid, zodat de ander de inbreng en oordeel accepteert als zijnde rechtvaardig ook al ontvangt hij/zij niet hetgeen wordt gevraagd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s