
Over huiselijk geweld, verantwoordelijkheid en de beweging van markt naar mens
Wie geweld ondergaat, zou niet ook nog zijn vertrouwde leven moeten verliezen. Toch is dat precies de werkelijkheid die Krachtvrouwen Schiedam in hun oproep ter discussie stellen. Slachtoffers die vertrekken. Kinderen die hun huis moeten missen. Een gezin dat veiligheid zoekt, maar daarvoor tegelijkertijd veel moet achterlaten.
Hun pleidooi verdient steun: organiseer opvang en intensieve begeleiding voor de pleger, zodat slachtoffers en kinderen thuis kunnen blijven waar dat veilig en verantwoord mogelijk is. Leg de verantwoordelijkheid niet bij degene die bescherming nodig heeft, maar spreek degene aan die het geweld veroorzaakt.
Voor deze benadering pleit ik al jaren. Niet omdat één maatregel huiselijk geweld oplost. Wel omdat de vraag wie moet vertrekken, blootlegt vanuit welk perspectief we onze hulp en bescherming organiseren.
Beginnen we bij het beschikbare aanbod? Of bij het leven van de mensen om wie het gaat?
Veiligheid mag geen rekening voor het slachtoffer worden
Een huis is meer dan een dak. Het is de plek van je eigen spullen, de route naar school, een vertrouwde buur, de mogelijkheid om even bij iemand aan te kloppen. Voor kinderen is het ook de omgeving waarin hun dagelijkse leven houvast krijgt.
Wie vanwege geweld moet vertrekken, verliest daarom mogelijk veel meer dan een verblijfplaats. Juist wanneer rust en voorspelbaarheid nodig zijn, komt er opnieuw onzekerheid bij.
Soms is vertrekken noodzakelijk. Daarover mag geen misverstand bestaan. Bescherming gaat voor. Maar noodzakelijk is iets anders dan vanzelfsprekend.
De vraag moet steeds zijn: waarom zou degene die geweld ondergaat ook degene moeten zijn die zijn leven verplaatst?
Dat is geen logistieke vraag. Het is een vraag naar ‘rechtvaardigheid’.
Niet nieuw, wel noodzakelijk
Het idee dat de pleger het huis verlaat, is niet nieuw. Het tijdelijk huisverbod biedt die mogelijkheid al. Ook is die maatregel bedoeld om hulp op gang te brengen voor de betrokkenen.
Maar een mogelijkheid op papier is nog geen samenhangende praktijk.
Daar ligt de betekenis van de oproep uit Schiedam. De Krachtvrouwen verbinden het vertrek van de pleger aan opvang en intensieve begeleiding. Niet alleen afstand organiseren, maar ook werken aan het stoppen van gewelddadig gedrag.
Want iemand elders laten overnachten is nog geen duurzame verandering. En een begeleidingstraject starten is nog geen garantie voor veiligheid.
De werkelijke opdracht begint waar de afzonderlijke maatregelen elkaar moeten versterken: bescherming, begrenzing, begeleiding en blijvende aandacht voor wat er thuis gebeurt.
Mensgericht is niet grenzeloos
Bij l denken we gemakkelijk aan nabijheid, vertrouwen en ruimte. Terecht. Maar mensgericht werken vraagt ook om grenzen.
Wie geweld gebruikt, moet daarop worden aangesproken. Wie anderen bedreigt, mag niet achter de eigen hulpvraag verdwijnen. Ondersteuning kan nodig zijn, maar neemt verantwoordelijkheid niet weg.
We hoeven niet te kiezen tussen iemand begrenzen en iemand begeleiden. Juist de combinatie verdient aandacht: duidelijk zijn over wat niet kan, en serieus organiseren wat nodig is om gedrag te veranderen.
Daarbij moet de positie van het slachtoffer zelfstandig blijven. Hulp aan de pleger mag niet betekenen dat het slachtoffer moet meewerken aan herstel van de relatie. Evenmin mogen kinderen vooral worden gezien als onderdeel van het traject van hun ouders. Hun veiligheid, ervaringen en behoeften verdienen eigen aandacht.
Mensgericht werken betekent niet dat we alle verantwoordelijkheden gelijk verdelen. Het betekent dat we mensen zien, zonder het verschil tussen geweld gebruiken en geweld ondergaan uit te wissen.
Maak er niet alleen een nieuw product van
De oproep uit Schiedam raakt aan een grotere vraag in het sociaal domein: kunnen we onze ondersteuning organiseren vanuit een gezamenlijke maatschappelijke opdracht, in plaats van vanuit afzonderlijke voorzieningen?
Dat is de kern van mijn pleidooi voor de beweging van markt naar mens. Het leven van inwoners bestaat niet uit losse wetten, loketten en budgetten. Veiligheid, wonen, opvoeden, gezondheid en bestaanszekerheid grijpen op elkaar in. Onze organisatie zou die samenhang moeten ondersteunen.
Daarom zou het te weinig zijn om plegeropvang uitsluitend als een nieuw product aan het aanbod toe te voegen.
Dan hebben we straks misschien een beschikbare plek en een ingekocht traject, maar nog geen antwoord op de belangrijkste vragen. Wie houdt zicht op de veiligheid? Wie merkt dat afspraken niet worden nagekomen? Wie handelt wanneer begeleiding vastloopt? En wie blijft naast het slachtoffer en de kinderen staan?
Niet het aantal gerealiseerde plekken moet de ambitie bepalen. De ambitie moet zijn dat mensen veilig kunnen leven.
Dat vraagt om professionals die elkaar weten te vinden, organisaties die verantwoordelijkheid delen en gemeenten die samenhang mogelijk maken. Niet alleen in beleidsstukken, maar ook in opdrachten, financiering en dagelijkse besluitvorming.
Thuisblijven moet kunnen. Het mag niet moeten.
Er schuilt ook een risico in een goedbedoelde omkering.
‘Niet het slachtoffer, maar de pleger vertrekt’ mag geen nieuwe standaard worden waaraan ieder gezin moet voldoen. Het slachtoffer kan redenen hebben om juist wél te vertrekken. Een woning kan onveilig blijven voelen. Een nieuwe start kan gewenst zijn.
Daarom is de zorgvuldige formulering van de Krachtvrouwen belangrijk: thuisblijven waar dat veilig en verantwoord mogelijk is.
Het gaat niet om het behouden van een adres tegen elke prijs. Het gaat om bescherming, zeggenschap en perspectief. Slachtoffers moeten niet opnieuw worden ingepast in wat wij als de beste oplossing hebben bedacht.
De inzet is meer keuzevrijheid, niet een andere verplichting.
Van een terechte oproep naar gezamenlijke verantwoordelijkheid
Krachtvrouwen Schiedam stellen een noodzakelijke vraag. Laten we hun oproep niet alleen beantwoorden met instemming, maar ook met de bereidheid onze praktijk te veranderen.
Gemeenten kunnen de samenhang organiseren. Zorg- en veiligheidsorganisaties kunnen duidelijk afspreken wie waarvoor verantwoordelijk is. Professionals moeten de ruimte krijgen om te handelen én weten waarop zij kunnen terugvallen. Slachtoffers en kinderen moeten erop kunnen vertrouwen dat hun veiligheid leidend blijft.
En plegers moeten weten: hulp is beschikbaar, maar verantwoordelijkheid is niet overdraagbaar.
Voor mij is dit van markt naar mens in de praktijk. Niet beginnen bij de vraag welk traject we kunnen aanbieden, maar bij wat mensen nodig hebben om veilig verder te leven.
Niet het slachtoffer moet steeds wijken.
Het geweld moet stoppen.