Over Coward, de nieuwe film van Lukas Dhont, en de moed om mens te blijven wanneer alles om verharding vraagt.

Een oorlog vraagt om soldaten. Een samenleving vraagt om mensen. Het wordt gevaarlijk wanneer we vergeten dat het om dezelfde personen gaat.

Dat spanningsveld vormt het hart van ‘Coward’, het nieuwe oorlogsdrama van Lukas Dhont. Aan het front van de Eerste Wereldoorlog ontmoet de jonge soldaat Pierre de flamboyante Francis. Pierre wil zich bewijzen. Francis organiseert achter de linies theatervoorstellingen om het moreel van de troepen op peil te houden. Tussen hen ontstaat een liefde waarvoor de wereld om hen heen nauwelijks ruimte laat.

Daarmee ligt meteen een ongemakkelijke vraag op tafel. Wat betekent moed in een omgeving die gehoorzaamheid beloont en terugdeinzen voor geweld als zwakte beschouwt? Is moedig wie zonder aarzelen doet wat van hem wordt verlangd? Of kan moed ook betekenen dat je weigert alles in jezelf het zwijgen op te leggen?

De titel betekent ‘lafaard’. Maar wie dat woord eenmaal heeft uitgesproken, heeft de belangrijkste vraag nog niet beantwoord: wie bepaalt eigenlijk wat laf is?

Je bewijzen aan een wereld die je kan breken

Pierre komt aan het front met het verlangen zich te bewijzen. Dat is meer dan een vertrekpunt voor een oorlogsverhaal. Het is ook een herkenbaar menselijk verlangen: ergens bij willen horen, niet tekort willen schieten, willen laten zien dat je je plaats waard bent. De officiële synopsis van *Coward* zet juist die bewijsdrang voorop.

Daar schuilt iets pijnlijks in. Wie zich wil bewijzen, neemt gemakkelijk de maatstaven over van de omgeving die hem moet erkennen. Je leert wat telt. Welke houding aanzien oplevert. Welke gevoelens je beter niet kunt tonen.

Aan het front krijgt dat een extreme betekenis. Pierre wordt geconfronteerd met gewonden, gesneuvelden en het zware werk achter de strijd. De jongen die wil laten zien wat hij waard is, belandt in een werkelijkheid waarin een mensenleven voortdurend verloren kan gaan.

Vanuit dat gegeven dringt zich een vraag op die verder reikt dan oorlog: hoeveel moet iemand van zichzelf inleveren om in de ogen van anderen te voldoen?

Een jurk achter de linies

Tegenover de militaire wereld staat het theater van Francis.

Dat theater is geen willekeurige vondst. Dhont raakte geïntrigeerd door historische beelden van soldaten die achter het front vrouwenrollen speelden. Mannen die deel uitmaakten van een militaire organisatie trokken jurken aan, maakten decors en traden op voor hun kameraden. De tegenstelling tussen dat vrije spel en de gewelddadige wereld eromheen vormde een belangrijke inspiratiebron voor de film.

Het beeld is op zichzelf al veelzeggend. Een uniform vertelt welke rol je hebt. Een kostuum maakt het mogelijk even iemand anders te zijn.

Waar het leger vastlegt hoe een lichaam zich moet gedragen, kan het toneel ruimte bieden om ermee te spelen. Waar de oorlog mensen tot functie maakt, kan een voorstelling iets teruggeven van hun verbeelding, hun lichtheid, hun eigenheid.

Dat maakt de revue niet tot een oplossing voor de oorlog. Geen lied maakt een gesneuvelde kameraad weer levend. Geen applaus houdt een beschieting tegen.

Maar betekenis hoeft niet alles op te lossen om van waarde te zijn.

Soms is een moment waarop je weer kunt lachen, kijken of verlangen al een onderbreking van wat je dreigt te worden.

Liefde die niet in het uniform past

Tussen Pierre en Francis groeit een liefdesrelatie. Daarmee vertelt Dhont niet alleen over het verlangen om aan de oorlog te ontsnappen, maar ook over het verlangen om bij iemand te kunnen bestaan zonder jezelf voortdurend te verbergen.

Daarin ligt een veelzeggende spanning. Op het toneel kunnen mannen in vrouwenkleding worden toegejuicht. Buiten die afgebakende ruimte is de vrijheid om af te wijken veel minder vanzelfsprekend. Het interview met Dhont in NRC benoemt juist die waardering voor mannen die tijdens de Eerste Wereldoorlog vrouwenrollen op zich namen.

Je mag kennelijk soms anders zijn, zolang het maar een voorstelling blijft.

Dat is een ongemakkelijke gedachte, ook buiten de historische context. Hoe gastvrij is een omgeving werkelijk wanneer zij verschil wel vermakelijk vindt, maar het moeilijk verdraagt zodra iemand er zijn leven naar wil inrichten?

Inclusie begint niet bij het applaus voor een uitzondering. Zij begint bij de ruimte die iemand krijgt wanneer het optreden voorbij is.

Wat noemen we sterk?

Met ‘Coward’ vervolgt Dhont zijn verkenning van kwetsbaarheid, mannelijkheid en menselijke nabijheid, thema’s die ook de ontvangst van zijn eerdere werk hebben bepaald. Ditmaal plaatst hij die vragen in de uitgesproken mannelijke wereld van het front.

Dat nodigt uit om ons taalgebruik over kracht eens om te draaien.

We noemen iemand sterk wanneer hij doorgaat. Wanneer hij niet klaagt. Wanneer hij zich herpakt en weer meedoet. Maar doorgaan kan ook betekenen dat iemand geen uitweg meer ziet. Stilte kan even goed een teken zijn van eenzaamheid als van beheersing.

En wie huilt, aarzelt of bescherming zoekt, is daarmee nog niet zwak.

Misschien vraagt het juist moed om te erkennen dat iets ondraaglijk is. Om niet mee te gaan in een verwachting die je beschadigt. Om nabijheid te zoeken terwijl afstand de veiligste houding lijkt.

De titel ‘Coward’ laat zich vanuit dat perspectief lezen als een uitdaging aan de toeschouwer. Niet alleen: wat zou jij doen? Maar ook: hoe gemakkelijk oordeel jij over de keuze van een ander?

Geen loopgraaf als beleidsmetafoor

Een oorlogsfilm is geen beleidsnota. De verschrikkingen van het front zijn niet uitwisselbaar met de problemen van een school, een zorgorganisatie of een gemeentelijk loket. Die grens verdient respect.

Toch kan een verhaal uit een andere tijd ons helpen scherper naar onze eigen overtuigingen te kijken.

Bijvoorbeeld naar het gemak waarmee we aanpassing van mensen vragen. We spreken over weerbaarheid, zelfredzaamheid en het leren omgaan met tegenslag. Daar kan veel goeds in zitten. Maar er hoort een tweede vraag naast te staan: waaraan vragen we iemand zich eigenlijk aan te passen?

Niet iedere omgeving verdient alleen maar beter toegeruste deelnemers. Soms verdient de omgeving zelf verandering.

Vanuit die gedachte raakt het verhaal aan een vraag die ook in het sociaal domein thuishoort. Helpen we iemand om zijn leven te kunnen leiden? Of vooral om opnieuw te voldoen aan de verwachtingen die wij hebben vastgelegd?

Het verschil lijkt klein zolang je erover vergadert. Voor degene om wie het gaat, kan het alles betekenen.

Kunst is niet pas waardevol als zij iets oplevert

Francis krijgt de taak het moreel van de troepen hoog te houden. Zijn theater heeft daarmee binnen de militaire organisatie een duidelijk doel. Tegelijk biedt het verhaal ruimte om verder te denken dan dat nut: over wat muziek, spel en verbeelding betekenen voor mensen die door geweld worden omringd.

Ook bij ons wordt cultuur gemakkelijk verdedigd met een lijst opbrengsten. Zij zou verbinden, activeren, eenzaamheid verminderen of de gezondheid bevorderen.

Maar moet een lied eerst aantonen dat het iemand vooruithelpt voordat het gezongen mag worden? Moet een ontmoeting een meetbaar resultaat hebben voordat zij betekenis krijgt?

Misschien schuilt de waarde soms juist in het ontbreken van een opdracht. Even niet beter hoeven worden. Niet aan jezelf hoeven werken. Niet bewijzen dat je vooruitgaat. Alleen aanwezig mogen zijn.

Het theater achter de linies laat zich zo lezen als een kleine ruimte waarin de mens niet helemaal samenvalt met wat er van hem wordt verlangd. Geen ontsnapping aan alle werkelijkheid, maar een herinnering dat die werkelijkheid niet het hele bestaan mag opeisen.

De moed om iets zachts te bewaren

‘C­oward’ stelt ons, afgaand op het verhaal en Dhonts toelichting, een andere vorm van heldendom voor dan de vanzelfsprekende held van het slagveld. Niet de verovering staat centraal, maar het zoeken naar liefde, vrijheid en menselijkheid binnen een wereld van geweld.

Daarmee blijft een vraag over die zich niet met een onderscheiding laat beantwoorden.

Wat willen we eigenlijk behouden wanneer we mensen leren sterk te zijn?

Hun vermogen om alles te verdragen? Of ook hun vermogen om geraakt te worden, grenzen te voelen, lief te hebben en een andere weg te verlangen?

Een mens is meer dan zijn inzetbaarheid. Meer dan zijn vermogen om vol te houden. Meer dan de rol die een organisatie, een gemeenschap of een vaderland voor hem heeft bedacht.

Misschien begint moed wel waar iemand dat niet wil vergeten.

Niet omdat hij de werkelijkheid niet aankan. Maar omdat hij weigert haar het laatste woord te geven.