Het Nederlands Dagblad publiceerde op 22 juli een achtergrondartikel over de recente uitspraak van de Hoge Raad over de leerplichtvrijstelling. In deze blog ga ik daarop nader in.

Volgens het artikel staat de ruimte voor thuisonderwijs in Nederland onder grote druk. Door een recente uitspraak van de Hoge Raad wordt het voor ouders vrijwel onmogelijk om nog een beroep te doen op de vrijstelling op basis van levensbeschouwing. Dit betekent dat bijna drieduizend kinderen die nu thuisonderwijs krijgen, komend schooljaar in principe moeten instromen in het reguliere onderwijs.

De kern van de verandering is dat bezwaren tegen openbaar onderwijs niet langer gelden als grond voor vrijstelling, tenzij ouders kunnen aantonen dat dit onderwijs niet objectief en pluralistisch is – een uitzonderlijke situatie. Gemeenten bereiden zich daarom voor op een zogenoemd overgangsjaar, waarin zij samen met ouders zoeken naar een passende terugkeer naar school, vaak met aandacht voor geleidelijke instroom.

Tegelijkertijd groeit het verzet onder thuisonderwijzers en laait het maatschappelijke en politieke debat opnieuw op. Waar de wetgeving wordt aangescherpt, ontstaat ook de vraag hoe het systeem omgaat met diversiteit in opvoedingsvisies, en wat dit betekent voor de bredere discussie over passend onderwijs en leerplicht.

Er is een groot verschil tussen een juridisch besluit en een echte oplossing voor kinderen. De uitspraak van de Hoge Raad over de leerplichtvrijstelling maakt de regels strenger, maar lost het onderliggende probleem van thuiszitten niet in één keer op. En juist daar gaat het mis als we doen alsof één uitspraak genoeg is.

Natuurlijk wil iedereen dat kinderen weer kunnen meedoen aan onderwijs. Maar meedoen is meer dan terug in een klaslokaal zitten. Voor sommige kinderen is passend onderwijs juist een leerroute op maat, en die loopt niet altijd via de gewone klas.

Het bericht in het Nederlands Dagblad schetst een “overgangsjaar” voor duizenden kinderen die nu thuisonderwijs volgen. Dat klinkt ordelijk, bijna geruststellend, maar het kan ook een verkeerd beeld geven. Alsof een juridische lijn automatisch leidt tot een passende onderwijsroute voor elk kind.

De praktijk is weerbarstiger. Gemeenten zoeken naar overgangsregelingen, scholen weten niet altijd hoe zij een kind zorgvuldig kunnen opnemen, en ouders blijven zitten met zorgen over wat het beste is voor hun kind. Dan ontstaat het risico dat mensen blij worden gemaakt met een dode mus: er lijkt een oplossing te komen, maar het systeem zelf is nog niet veranderd.

De Hoge Raad heeft op 21 april 2026 de regels voor de leerplichtvrijstelling aangescherpt. Kort gezegd: een beroep op vrijstelling wegens bezwaren tegen de richting van het onderwijs slaagt bij openbaar onderwijs alleen nog in uitzonderlijke gevallen. Dat is juridisch een belangrijke verandering, maar het is geen onderwijsvisie.

De uitspraak zegt dus iets over de grenzen van de vrijstelling, niet over de vraag hoe we kinderen een echt passende leeromgeving bieden. Daar zit het verschil tussen “regels aanscherpen” en “problemen oplossen”.

In de eerdere blog over thuiszitters op Verruim de horizon staat een duidelijke boodschap: thuiszitters zijn geen incident, maar een systeemfout. Niet het kind hapert, maar het onderwijs dat te smal is ingericht. Dat is een scherpe, maar eerlijke observatie.

De blog laat zien dat veel kinderen niet vragen om minder onderwijs, maar om ander onderwijs. Een rustiger tempo, minder prikkels, een andere didactiek, een combinatie van school en praktijk, of tijdelijk onderwijs buiten de klas kan voor sommige kinderen beter werken. Als we dat niet erkennen, blijven we hetzelfde probleem telkens opnieuw wegorganiseren.

Hier zit de echte spanning. Het ND-bericht legt de nadruk op terugkeer naar regulier onderwijs, terwijl Verruim de horizon juist laat zien dat passend onderwijs niet altijd gelijk is aan voltijds onderwijs in een klaslokaal. Voor een deel van de kinderen is het probleem niet dat zij niet willen leren, maar dat het systeem hun leerweg niet kan dragen.

Daarom is het te simpel om te zeggen: uitspraak gedaan, dus probleem opgelost. De rechtsregel kan veranderen, maar zonder nieuwe routes, betere samenwerking en meer maatwerk blijft de werkelijkheid voor veel kinderen hetzelfde. En soms zelfs zwaarder.

We moeten eerlijk zijn over wat de uitspraak wel en niet doet. Zij kan een einde maken aan een bepaalde vorm van vrijstelling, maar zij maakt nog geen passend aanbod voor elk kind. Wie het debat daar stopt, mist de kern.


De vraag is dus niet alleen: “Hoe krijgen we kinderen terug naar school?” De vraag is ook: “Hoe zorgen we dat elk kind een leerroute krijgt die past bij wat het aankan en nodig heeft?” Dat vraagt om een systeem dat kan bewegen, in plaats van een kind dat steeds opnieuw moet buigen.

  • Werk een landelijke visie uit op thuiszitters en maatwerk in onderwijs.
  • Zorg dat juridische helderheid niet los komt te staan van onderwijsvoorzieningen.
  • Maak ruimte voor flexibele leerwegen, ook buiten het klassieke klasmodel.
  • Maak per kind een plan, niet per dossier een afvinklijst.
  • Organiseer een klein, besluitvaardig kernteam rond elk thuiszitterstraject.
  • Voorkom dat kinderen eindeloos in een overgangsfase blijven hangen.
  • Zie uitval als signaal van mismatch, niet als probleemkind.
  • Ontwikkel hybride routes, deeltijdopties en rustige instapvormen.
  • Werk intensief samen met ouders, leerplicht en jeugdhulp.
  • Handel niet alleen handhavend, maar ook oplossingsgericht.
  • Vraag steeds: wat is voor dit kind vandaag de best haalbare stap?
  • Zet in op herstel van ontwikkelkansen, niet alleen op naleving van regels.
  • Breng het gesprek terug naar het kind: wat helpt, wat schaadt, wat is haalbaar?
  • Vraag om een route die past, niet alleen om een plek in een gebouw.
  • Blijf vasthouden aan het leerrecht van je kind.
  • Stop met doen alsof één uitspraak het debat sluit.
  • Erken dat passend onderwijs soms buiten het klaslokaal begint.
  • Kies voor een stelsel waarin maatwerk geen uitzondering is, maar onderdeel van normaal onderwijs.