Soms komt de scherpste spiegel voor ons eigen sociaal domein niet uit Den Haag of Den Bosch, maar uit een onverwachte hoek – een telefoon op een statief in een buitenwijk van Kampala, bijvoorbeeld.

Terwijl wij in Nederland druk zijn met nieuwe transitieagenda’s, regionale afspraken en overlegtafels, bouwen jongeren daar – vaak letterlijk op straat – aan iets wat tegelijk licht en bloedserieus is: dans, humor, korte video’s, een eigen publiek. Afro Smart Dancer, Triplets

Ghetto Kids en talloze anderen laten zien hoe je in een context van armoede, informele economie en beperkte formele kansen toch agency, zichtbaarheid en inkomstenbronnen kunt creëren.

Op Verruim de horizon schrijven we vaker over de beweging van markt naar mens: over hoe we systemen zo kunnen ordenen dat de menselijke werkelijkheid weer adem krijgt. In het sociaal domein gaat die beweging vaak over jeugdhulpconsortia, toegangsteams, aanbestedingslogica en regionale samenwerking. Maar wat als we die lens eens verleggen naar een andere werkelijkheid – die van de creator‑economie en digitale jeugdsubculturen in Kampala?

In het essay dat onder deze blog staat, gebruik ik Afro Smart Dancer en Triplets Ghetto Kids als narratief vertrekpunt. Niet omdat zij “weer een inspirerend voorbeeld” zijn dat we braaf kunnen bewonderen en daarna vergeten, maar omdat hun verhalen ons dwingen een aantal ongemakkelijke vragen te stellen aan ons eigen denken en doen:

  • Waarom zien we in Nederland creatieve jongeren (dansers, vloggers, editors, streamers) nog zo vaak als hobbyisten, terwijl ze in Kampala met vergelijkbare tools hun bestaan opbouwen?  
  • Hoe zou ons jeugdbeleid eruitzien als we niet alleen risico’s en problemen centraal zetten, maar ook de initiatieven die jongeren zélf al nemen – online én offline?  
  • Wat betekent “van markt naar mens” in een wereld waarin de markt voor views en likes sneller reageert dan welke gemeenteraadsvergadering ook, maar waarin de mens achter de content vaak onzichtbaar blijft in onze beleidsramingen?

Het essay verkent drie lagen.

Eerst de narratieve laag: de concrete verhalen van Afro Smart Dancer en Triplets Ghetto Kids. Hoe ziet hun dagelijks werk eruit? Wat betekent het om je wijk, je vrienden en je eigen leven telkens opnieuw in een choreografie te gieten en met de wereld te delen?

Daarna de beleidsmatige laag: welke verbanden zijn er tussen zulke grassroots‑initiatieven en thema’s als jeugdbeleid, urban culture, creatieve werkgelegenheid en internationale beeldvorming van Afrika en – via de feed – van onze eigen steden?

En ten slotte de culturele laag: wat gebeurt er als we de Afro‑dance scene in Kampala naast de urban/afro‑scenes in Rotterdam en Amsterdam leggen? Wat leren we dan over globale muziekstromen, lokale vertalingen en transnationale verbanden die ontstaan via digitale platforms?

De vraag is niet of we “Kampala naar Nederland moeten halen”. De vraag is of we durven erkennen dat jongeren daar én hier al lang begonnen zijn met bouwen, terwijl wij nog bezig zijn met het schrijven van beleidsnota’s over hun toekomst. In die zin lijkt dit essay misschien meer op een uitnodiging dan op een analyse.

Een uitnodiging om anders te kijken naar die vijftien seconden in je feed. Een uitnodiging om creatieve, digitale, informele praktijken niet langer als randverschijnsel te zien, maar als voorbode van hoe jeugd, werk en zorg zich aan het herschikken zijn. En misschien ook een uitnodiging aan onszelf, in het Nederlandse sociaal domein, om wat vaker dezelfde vraag te stellen die we eerder centraal stelden:  Wat bouw jij hier eigenlijk – en hoe kan ik je helpen dat verder te brengen?

Als die vraag je raakt, lees dan het essay hieronder. Het speelt zich af in Kampala, maar het gaat net zo goed over onze eigen wijken.