Dakloosheid begint niet op straat, maar bij het ontbreken van een thuis. 

In mijn essay over dakloosheid in Nederland laat ik zien dat achter de officiële cijfers een veel grotere werkelijkheid schuilgaat: gezinnen die tijdelijk bij anderen verblijven, kinderen in opvanglocaties, mensen op campings of vakantieparken, en huishoudens die tussen loketten en regels vastlopen.

De pijnlijke waarheid is dat dakloosheid in Nederland steeds minder een uitzondering is en steeds meer een uitkomst van woningnood, bestuurlijke fragmentatie en beleid dat te vaak uitgaat van beheersing in plaats van bestaanszekerheid. Vooral voor kinderen zijn de gevolgen groot: stress, onveiligheid, schoolonderbreking en een jeugd zonder stabiele basis.

Het essay pleit daarom voor een fundamentele omslag: van opvanglogica naar woonlogica. Niet crisisbeheer, maar preventie, betaalbare woningen, snellere uitstroom en het recht op een veilig thuis moeten leidend zijn in beleid van Rijk, gemeenten, corporaties en zorgorganisaties.