Naleving in gemeenteland? Dat blijft een dingetje…

Naleving hoort bij reguleren

Handhaven is de controle of inwoners, bedrijven, instellingen en overheden zich aan de regels houden en ingrijpen bij overtredingen. Niet alleen de politie doet aan handhaving, maar ook overheidsorganisaties zoals gemeente, provincie en waterschap. Echter, handhaving door overheidsorganisaties – in termen van het naleven van gemaakte afspraken – blijkt en blijft een dingetje. Zo leert o.a. de (mijn) dagelijkse praktijk binnen het sociaal domein.

Naleving, te beginnen met het elkaar aanspreken op het nakomen van gemaakte afspraken, is belangrijk voor de geloofwaardigheid van de overheid en de regels die zij stelt. Het signaleren en aanspreken van overheden onderling op het nakomen van afspraken blijkt een mijnenveld. Zeker, waar het gaat om het aanzetten tot gedragsverandering.

Vanuit mijn rol als onafhankelijk Regioadviseur geef ik o.a. VWS en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten Regelmatig feedback vanuit de praktijk van alle dag. Er is waardering voor de veelheid aan informatie en verwijzingen naar handige websites. Al blijkt het vinden van actuele informatie niet zelden een zoekplaatje, omdat de verschillende websites niet goed up to date gehouden worden.

Er is ook waardering voor de inspanningen die VWS, VNG en het Ketenbureau zich getroosten om te komen tot minder administratieve lasten. Onder door meer standaardisering en uniformering van allerlei niet beleidsgevoelige afspraken. Transparante, eenduidige en geüniformeerde of gestandaardiseerde afspraken over het afspreken, wijzigen, herstellen, uitvoeren, verbeteren en verantwoorden bijvoorbeeld dragen zowel bij aan het terugdringen van administratieve lasten (bureaucratie), de kosten en de transparantie van bedrijfsvoering.

Binnen het sociaal domein gebeurt dit o.a. door gestandaardiseerd berichtenverkeer, contractstandaarden en standaard administratie en Accountantsprotocollen.

De praktijk van alle dag leert dat de effecten van al deze inspanningen te veel, te vaak en onnodig teniet gedaan worden doordat elke afzonderlijke gemeente ze wijzigt of aanvult met eigen interpretaties, wensen en behoeften. Met ondoorzichtige en tegelijk fors duurdere bedrijfsvoering en bureaucratie voor uitvoerende professionals in de hand.

Binnen een gedecentraliseerde eenheidsstaat is er voortdurend discussie over deze beleidsvrijheid. Over de vraag welke taken, hoe en door wie het meest democratisch en doelmatig kunnen worden uitgevoerd bijvoorbeeld. Dat is, zo realiseer ik mij, onvermijdelijk en een groot goed. Het zorgt voor dynamiek en houdt overheden onderling scherp. Ik sta om die reden ook bekend als een groot voorstander van beleidsvrijheid. Mits die beleidsvrijheid aansluit bij de bedoeling van de afgesproken wet- en regelgeving. Het begrip beleidsvrijheid of beleidsruimte is, zo leert de praktijk, een abstractie, die echter steeds verder opgerekt wordt en dus vraagt om een nadere duiding.

Veel beloftes dragen het hemd van dwazen!

Beleid kan worden omschreven als het stellen van doelen waarbij bepaald wordt welke middelen hiervoor worden ingezet al dan niet binnen een bepaalde tijdshorizon. Bij de benodigde middelen gaat het om een combinatie van geld, macht en kennis. De reden voor het formuleren van beleid is dat er een feit of omstandigheid bestaat dat als een probleem wordt ervaren; dat wil zeggen dat er een verschil bestaat tussen een beginsel, norm of standaard en de voorstelling van een bestaande of te verwachte situatie. Bijvoorbeeld, het aantal jeugdigen dat uit huis geplaatst wordt, moet dalen of het is wenselijk maatregelen te nemen opdat mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Beleid bestaat vervolgens uit een samenstel van maatregelen en activiteiten die er op gericht zijn deze discrepantie op te lossen, te verminderen of te voorkomen.

Bij de mate van beleidsvrijheid gaat het om de mate waarin voorzieningen die een gemeente aanbiedt mogen verschillen, in aard of omvang, van die van andere gemeenten. Ofwel in hoeverre uitkomsten van beleid mogen verschillen. Beleidsvrijheid gaat dus over de ruimte die decentrale bestuurders hebben voor het maken van politiek-bestuurlijke afwegingen over de gewenste uitkomst van het beleid die vervolgens van invloed zijn op de uitgaven.

In relatie tot de hiervoor bedoelde beleidsvrijheid wordt in menige discussie over uniformering van de afspraken rond het afspreken, wijzigen, herstellen, uitvoeren, verbeteren en verantwoorden standaardiseren als een vies woord beschouwt. Menig bestuurder of beleidsadviseur denkt dat het de eigenheid aantast, dat er geen ruimte meer is voor lokale verschillen als er wordt gestandaardiseerd. Ik denk dat het tegenovergestelde waar is. Standaardisatie in het proces van afspreken, wijzigen, herstellen, uitvoeren, verbeteren en verantwoorden is juist gewenst omdat ze daarmee maatwerk mogelijk maken. Ik denk zelfs dat standaardiseren randvoorwaardelijk is voor maatwerk. Want de winst die je boekt door het gebruiken van standaard producten en diensten, in termen van tijd, geld en menskracht, kun je inzetten voor vraagstukken die een eigen, lokale aanpak nodig hebben. Dat soort toegespitste dienstverlening is over het algemeen behoorlijk kostbaar. Om dat te kunnen blijven doen, moet je als gemeente de dingen die overal praktisch gelijk zijn, collectief ontwikkelen.

Vergelijk in deze het gebruik van de Nederlandse wegen. Natuurlijk heeft elke automobilist recht en ruimte op een eigen rijstijl en keuzes daarbij. Maar er gelden enkele ‘systeemafspraken’ waaraan iedere automobilist zich moet houden. Rechts rijden, voorrangsregels, snelheidsafspraken, etc. Stel je voor dat elke automobilist zich de beleidsvrijheid zou kunnen voorbehouden om, naar eigen zicht, links of rechts te gaan rijden. Het zou een chaos worden op de weg. En heel veel extra werk (en ellende) met zich brengen!

Daarom ook pleit ik – samen met mijn collega’s, aanbieders en uitvoerende professionals voor standaardisatie. De (leden van de) VNG – de gemeenten zeggen dat ook te willen. Zo staat dat ook in het Proces Standaardverklaring. Daarin is vastgelegd dat er drie niveaus van standaardisatie komen: een advies om een standaard te gebruiken met een zeker mate van dwingendheid, een advies volgens het principe ‘pas toe of leg uit’ en een algemeen bindend advies voor het gebruiken van een bepaalde standaard. Voor elk niveau zijn waarborgen ingebouwd over hoe deze standaarden worden ontwikkeld en onderhouden. Het is een totaalpakket: het zegt ‘dit is de manier waarop gemeenten het als sector doen, dit is hoe de standaard is opgebouwd, zo wordt de standaard onderhouden en we verwachten dat gemeenten deze standaard gebruiken’. Er lopen dan ook allerlei trajecten om standaarden te ontwikkelen, op vele onderwerpen, onder meer voor het sociaal domein, de Omgevingswet en collectieve infrastructuur. Dat klinkt veelbelovend, maar toch leggen veel gemeenten binnen het sociaal een aantal van deze systeemspelregels met grote regelmaat naast zich neer. Zo leert de praktijk rond de interpretatie van o.a. de meerkostenregeling Corona, het berichtenverkeer, de standaard administratie- en controleprotocollen en de contracten met aanbieders voor levering van ondersteuning en zorg. De koepel van de gemeenten, de VNG, zegt wel te willen, maar niet te kunnen handhaven. Want, is de stelling, wij zijn een vereniging, en in een vereniging is de ledenvergadering het hoogste orgaan. En de leden van de VNG zijn, met een beroep op hun beleidsvrijheid, niet gediend van een koepel die iets ‘dwingend’ oplegt. En zo blijkt naleving van het (afgesproken!) fenomeen standaardisering een wassen neus.

Om de afgesproken terugdringing van de administratieve lasten voor de aanbieders en hun professionals te realiseren en meer transparantie in de bedrijfsvoering en de kosten voor het sociaal domein te bereiken vind ik daarom dat de VNG  gehouden is om handhavend op te treden als zij een overtreding van de afspraken constateert, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Een bestuur van een vereniging is namelijk veel meer dan een voorzitter die de vergadering leidt, een penningmeester die op de centen past en een secretaris welke belast is met het schrijven van de notulen en andere administratieve werkzaamheden. Een bestuur geeft leiding aan de vereniging en is zeker niet ondergeschikt aan de algemene ledenvergadering zoals nog wel eens gedacht wordt. De algemene ledenvergadering zou immers het hoogste orgaan zijn binnen de vereniging, maar dat is toch echt een misvatting. Binnen de vereniging is er sprake van verdeling van bevoegdheden tussen bestuur en de algemene ledenvergadering. Ieder orgaan, zowel bestuur als algemene vergadering, heeft eigen taken die door de wet als basis is gegeven en via statuten. Niets hoogste of laagste orgaan, maar gewoon twee organen met ieder eigen bevoegdheden.

De vruchten zullen de beloften der bloemen overtreffen!

Het zou – voor de aanbieders, professionals en het sociaal domein in het algemeen – een groot goed zijn als de governance van de VNG – en in het verlengde daarvan, de Stuurgroep i-Sociaal Domein (hierin hebben naast de zorgbranches (Actiz, GGZ Nederland, Jeugdzorg Nederland, Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland en Valente) ook de VNG, en VWS, als stelselverantwoordelijke, zitting)  erin (gaan) voorzien dat het bestuur van de VNG de directie niet alleen de verantwoordelijk geeft voor de uitvoeringsorganisatie en de dagelijkse gang van zaken, maar ook het houden van toezicht op de naleving van afspraken. Niet alleen, omdat het moet, maar omdat het randvoorwaardelijk is voor efficiënte en effectieve beleidsruimte en maatwerk.

De auteur, Peter Paul J. Doodkorte is senior-adviseur bij Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor overheden en organisaties werkzaam binnen het sociaal domein. Meer van zijn blogs en ideeën zijn te vinden op Verruim de horizon, De kracht van het alledaagse en Inspirituals

Peter Paul Doodkorte is een van de (acht) regioadviseurs die samen het landelijk werkende Regioteam Opdrachtgever-/opdrachtnemerschap Wmo en Jeugdwet vormen. Het Regioteam ondersteunt gemeenten én aanbieders bij het werken volgens de bedoeling en opereert namens het Ketenbureau i-Sociaal Domein dat wordt aangestuurd door een Stuurgroep Hierin hebben naast de zorgbranches (Actiz, GGZ Nederland, Jeugdzorg Nederland, Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland en Valente) ook vertegenwoordigers vanuit de gemeenten, de VNG, en VWS, als stelselverantwoordelijke, zitting hebben. De regioadviseurs beschikken over een breed palet aan producten en diensten, instrumenten, opleidingen en praktijkvoorbeelden. Daarnaast hebben ze toegang tot een groot netwerk van experts, ervaringsdeskundigen en een rechtstreeks lijntje met ‘Den Haag’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s