Als mensen onwetend zijn, begrijpen ze niet…

• Samenwerking: kijk over de grenzen van het bekende

arts patient

Tussen artsen en patiënten gaat het als in veel relaties. Natuurlijk, ‘liefde’ is een al te groot woord, maar er is zeker sprake van wederzijds respect, zij hebben elkaar nodig én ergeren zich soms aan elkaar. En… heel af en toe knalt het.

Ooit zaten de (toekomstige) huisartsen en medisch specialisten naast elkaar in de collegebanken. Na het artsexamen scheiden zich hun wegen en beperkt het contact zich tot telefoongesprekken, verwijs- en terugverwijsberichten, nascholingen, cursussen en klinische middagen of avonden.

Welke indruk heeft een patiënt van het contact tussen de huisarts en de specialist? De patiënt verwacht in elk geval dat de huisarts en de specialist goed op de hoogte zijn van elkaars vakgebied, elkaar geregeld spreken en het beleid op elkaar afstemmen. Dit ideaalbeeld komt jammer genoeg niet altijd overeen met de werkelijkheid. Heb ik helaas ook zelf kunnen ervaren. Regelmatig blijkt dat de huisarts en de specialist elkaar tegenspreken resp. de ernst van een situatie anders inschatten. Hetgeen zich soms ook uit in een – mij onzeker makende – non-verbaal kritisch oordeel over de vermeende zorgen van de huisarts.

Ik had al langer last van hoge bloeddruk. Wie chronisch hoge bloeddruk heeft merkt niets van de ernstige schade die hart en bloedvaten te verduren hebben, tot de dag dat het (bijna) te laat is. Hoge bloeddruk wordt daarom ook wel een sluipmoordenaar genoemd. Ik weet er inmiddels zelf het nodig van.

De aanhoudende hoge bloedruk bracht mij – door ingrijpen van de huisarts – bij de cardioloog. Die mij na onderzoek naar huis stuurde met een combinatietherapie, bestaande uit vijf groepen medicijnen – de ‘gouden vijf’ – voor patiënten met Acute Coronaire Syndromen (ACS). Omdat het probleem desondanks aanhielden kwam ik – veel eerder dan na het geplande jaar – opnieuw via de huisarts terug bij de cardioloog. Dit keer met het advies voor een katheterisatie. Mijn cardioloog echter overwoog aanvullende medicatie. Na enige discussie werd er toch gekatheteriseerd. Diagnose: ernstige vernauwingen links en rechts in de kransslagader. Drie weken later werd ik gedotterd en werden er drie stents geplaatst. Desondanks bleven de klachten hetzelfde. Opnieuw werd ik door mijn huisarts naar de cardioloog doorverwezen. Mijn klachten waren – voor de behandelend specialisten – atypisch aan die van de ‘normale’ angina pectoris. Daarom werd uiteindelijk besloten tot een nieuwe katheterisatie. Er werden coronaire spasmes vastgesteld rondom de geplaatste stents. Aanpassing van de medicatie was nodig.

Nog geen uur na deze diagnose werd deze – weer terug in het ‘eigen’ ziekenhuis – in twijfel getrokken door een (andere) specialist. Uiteindelijk werd – na een stevige discussie – de medicatie aangepast op de veronderstelde coronaire spasmes en verdwenen geleidelijk de klachten. Wat bleek? Mijn klachten ontstonden vrijwel altijd in rust, duurden meestal langer en hielden geen verband met inspanning, koude of emotie. De diagnose (Prinzmetal) is soms lastig te stellen, omdat de aandoening niet direct lijkt op de klassieke angina pectoris.

Wellicht begrijp je dat de arts-patiëntrelatie als gevolg van dit alles in de afgelopen weken regelmatig onder druk stond. Waar ik mij door mijn huisarts (bijzonder) serieus genomen voelde – hij pakte door waar ikzelf aarzelde – voelde ik mij bij de specialist (steeds) vaker niet serieus genomen en niet begrepen. Ik bleef ongerust, terwijl ik bij de specialisten irritatie voelde opkomen. Duidelijk was dat wij er samen niet in slaagden om tot een gezamenlijk begrip van de klachten en problemen te komen.

Mijn ontevredenheid was (vooral) het gevolg van slecht communicerende zorgverleners. Zij waren intensief met hun vak bezig maar vergaten om goed – open en transparant – met mij te communiceren. Zij overdonderden mij met medisch jargon en non-verbale communicatie over klachten die ik eigenlijk niet (meer) zou (mogen) hebben. Natuurlijk, ook artsen kunnen en mogen (diagnostische) onzekerheid ervaren. Dat is wat mij betreft het probleem niet. Maar zeg dat dan gewoon! Ik bespeur vaak (ten onrechte) het gevoel dat zij onzekerheid juist bij patiënten niet mogen laten zien. Door de patiënt en zijn of haar klachten serieus te nemen en empathie te tonen wordt de arts-patiëntrelatie juist versterkt. Een goede arts-patiëntrelatie leidt tot patiënttevredenheid en betere gezondheidsuitkomsten. Een slechte arts-patiëntrelatie daarentegen, leidt tot het vaker rapporteren van klachten en tot meer herhaalconsulten. Want informatie achterhouden, wantrouwen, niet eerlijk zijn of te veel van mij eisen, dat ergert! Daartegenover staan zaken die juist waardering oproepen: open en oprecht zijn, bijvoorbeeld.

Waarom is de communicatie van artsen vaak niet op de patiënt afgestemd? Ligt het aan het ingewikkelde vak, waarbij iets soms nauwelijks valt uit te leggen? Of is het een kwestie van beroepsdeformatie? Als je voortdurend vervelend nieuws moet brengen, kun je vervreemd raken van de patiëntenwerkelijkheid en even vergeten wat het echt voor een mens betekent om dit te horen. Maar ook een overvolle wachtkamer kan een rol spelen. Het vergt aandacht en concentratie om steeds te schakelen tussen de taal van je expertise en die van de patiënt. Daarnaast kan een belangrijke oorzaak zijn dat artsen, vanuit een focus op techniek, het belang van effectieve communicatie onderschatten. Het gaat toch primair om de behandeling en de genezing?

Patiënten hebben een andere focus. Als een patiënt een spreekkamer binnenloopt, staat hij in veel gevallen al op verlies. Hij is bang, voor de diagnose of voor de behandeling, of hij voelt zich onzeker. Daarbij komt nog de last van de klacht zelf. En dan zit daar de alleswetende arts, die zijn lot in handen heeft.

Samenvattend
Een arts kan door zijn manier van communiceren invloed uitoefenen op de gezondheid van een patiënt. Behalve een empathische consultvoering spelen daarbij ook andere factoren. Aandacht hiervoor kan leiden tot een beter begrip van en door de patiënt en uiteindelijk ook diens gezondheid ten goede komen. Het effect van een medisch-technische handeling blijkt mede afhankelijk van de interpersoonlijke context waarbinnen die handeling plaatsvindt: het feitelijk contact tussen arts en patiënt. De kern daarvan?

• Verplaats je in de positie van de patiënt.
• Neem een uitnodigende houding aan en straal rust uit.
• Kijk de patiënt goed aan; hij is belangrijker dan het beeldscherm met de onderzoeksuitslagen.
• Gebruik woorden die begrijpelijk zijn voor de patiënt.
Een patiënt heeft namelijk niet alleen behoefte aan informatie en advies, maar vooral ook aan geruststelling, aandacht en erkenning.

5 comments

  1. Peter paul, zo waar en zo herkenbaar. Ik ben het afgelopen jaar door een hel gegaan vanwege geen communicatie tussen specialisten en huisarts en ben ondertussen bijna de totale functie van mijn linker arm kwijt en verschrikkelijk veel pijn. Bij mij werd in april 2014 Neuralgische Amyotrofie gediagnostiseerd in mijn linker plexus in het Radboud ZH in Nijmegen, maar door de lange wachtlijsten voor behandeling bij hun plexusteam verkeerd verwezen. Het heeft bijna 1 jaar geduurd om nu deze week in revalidatie te gaan bij mij in de buurt bij een revalidatie team in Utrecht waar ik al patient was voor mijn dwarslaesie. Maar mijn reva arts was niet op de hoogte, dat in dit zelfde centrum haar collega een team heeftdie al 3 jaar ervaring hebben met het behandelen van N A in nauwe samenwerking met het plexusteam van het Radboud. Ik zelf heb ten einde raad begin dit jaar bij een derde NA aanval dat plexus team gebeld die mij vertelden over het revalidatieteam in Utrecht. Mijn huisarts kon alleen maar zeggen dat ik alles maar moest accepteren. Weg alle hobby’s, het oppassen op mijn kleinkind, zeer veel pijn en dodelijk vermoeid, uiteindelijk op een rot manier mijn functie kwijt, ik heb niets meer en kan weinig. Dit had voorkomen kunnen worden wanneer specialisten en huisartsen met elkaar en met de patiënt communiceert, en zij zich goed informeren als men van een aandoening hoort wat weinig voorkomt.

  2. Als dokters niet leren denken én spreken over hun eigen angsten over ziekte en dood, kunnen zij dat ook niet met patiënten. Dat bespraken we 40 jaar geleden al in de club van medisch sociologen.
    Misschien moeten patiënten het nu gaan afdwingen. De zorg is er namelijk voor de patiënten en niet andersom.

    1. Ik ben het helemaal met je eens! Ik begeleid al jaren intervisie bijeenkomsten van artsen uit de jeugdgezondheidszorg en ik coach heel regelmatig artsen in opleiding. Als we ons zouden kunnen verplaatsen in het opleidingstraject van studenten geneeskunde, tot en met hun assistentschappen, dan zouden we weten hoeveel aankomend artsen gedurende de opleiding alles behalve liefdevol worden opgeleid. Hun vragen en feedback worden vaak genadeloos afgestraft, waardoor ze of een ander beroep kiezen, of zich aanpassen aan de cultuur van: ‘we hebben het hier niet over onszelf, het gaat over het medisch handelen’. Tegen de tijd dat ze zelf aan het roer staan, zijn het klonen geworden van hun opleiders. Natuurlijk is het niet zwart wit, er zijn ook hele goede opleiders! Ik denk dat het nog jaren duurt voordat de patiënten en de studenten mondiger worden. Een goed begin dat maagdenhuis!!!

  3. Ha Peter!

    Helaas levert jouw verhaal bij veel patiënten herkenning op. Zowel in de somatische als in de psychische zorg. Jouw vraag waarom de communicatie tussen arts en patiënt vaak niet goed is afgestemd, is niet eenduidig te beantwoorden.

    Je geeft zelf aan dat het een relatie betreft. In een relatie zijn twee mensen, dit vergt gelijkwaardige communicatie. Jouw vraag impliceert dat de ‘hoofdverantwoordelijkheid’ bij de arts ligt. ‘Waarom stemmen artsen hun communicatie niet op patiënten af?’, vraag je. Ik denk dat daar direct ook de bottleneck zit. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Begrijp me goed, ik leg deze miscommunicatie niet bij jou als patiënt neer.

    De zorg is nog altijd top down ingericht (helaas). De arts- patiënt relatie was in vroeger tijden een hiërarchische relatie. De arts had het statuur, de patiënt keek naar de arts op. De arts wist wat goed was voor de patiënt (even kort door de bocht). Het is niet zo lang geleden dat daar een verandering in kwam. Men spreekt nu over ‘partnership’ maar in de praktijk is dit vaker niet dan wel het geval, zo laat ook jouw schrijnende voorbeeld zien.

    Als antwoord op jouw vraag, zeg ik: omdat deze verandering nog jong is… men moet er nog aan wennen. Jonge mensen die nu in artsenopleiding zijn, krijgen psychologie, gespreksvoering, etc. Dat was tien jaar geleden nog niet zo. Ik durf het niet met zekerheid te zeggen maar ‘herstel’ of rehabilitatie’ zijn nog geen ingeburgerde woorden binnen de geneeskunde. Het vergt tijd en mensen als jij die telkens opnieuw de medische wereld wakker schudt.

  4. Zou, naast alles wat hierboven genoemd wordt, niet beschikbare tijd ook niet een groei factor zijn die het contact tussen arts en patient frustreert. Vergoedingen worden verbonden aan ingekochte DBC-tijd, per verrichting, bijna tot op de seconde vastgesteld.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s