Aanbieders kunnen er ook wat van

• Over krokodillentranen en judaskussen bij de decentralisaties

43(1)

Rond de overdracht (transitie) binnen en omvorming (transformatie) van het sociaal domein werpen we de laatste maanden graag een kritische blik op de overheid, maar aanbieders kunnen er ook wat van. Daarom draai ik nu de zaak eens om en vertel u graag over het merkwaardige gedrag van aanbieders.

De decentralisaties binnen het sociaal domein maken de organisatie van het sociaal domein – zorg en welzijn – efficiënter en samenhangender. Maar er is ook veel kritiek: op het tempo, de rol van de gemeente en het feit dat de gemeenten niet weten niet wat zij moeten inkopen en daarom weigeren contracten te ondertekenen. In het debat over de transitie en transformatie verwijten aanbieders gemeenten en zorgverzekeraars vervolgens wat graag dat het bij zorginkoop vooral gaat over het geld en beheersing van de kosten. Aandacht voor kwaliteit en de mensen om wie het gaat is er niet of nauwelijks…. De noodklok daarover is de afgelopen weken bijna dagelijks te horen geweest. Daarbij werd en wordt vaak met de belangen van de kwetsbare mensen geschermd: iedereen roept, dat de behoefte en het belang daarvan centraal staat. Lekker opportunistisch! Daarom laat ik u graag een andere kant van die medaille zien. Gebaseerd op twee praktijkvoorbeelden.

De gemeente in kwestie is druk doende de bestaande toegangsinfrastructuur voldoende op te bouwen. Zij werkt voor de gespecialiseerde zorg voor jeugd in regionaal verband samen. In dat verband wordt druk overleg gevoerd met de organisatie die op dit moment verantwoordelijk is voor de vraagverheldering en toeleiding van jeugdigen naar geïndiceerde zorg. Terwijl dit overleg loopt, laat deze organisatie van de ene op de andere dag weten dat zij nieuwe casussen niet meer in behandeling neemt. Kinderen en hun ouders dreigen daardoor geen, onvoldoende en zeker niet op tijd de hulp te krijgen die nodig is. Onder meer omdat de betreffende organisatie (bureau jeugdzorg) tot 1 januari de aangewezen organisatie is die indicaties kan afgeven voor de geïndiceerde vormen van jeugdzorg. Zonder zo’n indicatie zijn aanbieders niet bereid om een hupvraag te accepteren. De door de gemeente ingerichte lokale toegang kan – om bureaucratische redenen – niet doorverwijzen naar een echte specialist. Het lijkt erop dat er daardoor kinderen tussen wal en schip gaan vallen. Nog voordat de eerste fase van de decentralisatie van start gaat. Ik kan mij – met de beste wil van de wereld – niet ontdoen van het gevoel dat hier een vorm van ongewenst gedrag betreft. Het gevolg van woede en frustratie over een beweging die geen succes mág worden. De “eindspurt” van de betreffende organisatie, die zich graag afficheert met ‘het kind centraal’ lijkt er vooral op gericht dat nog even fijntjes te bewijzen….

Het kan echter nog gekker!

Op 20 oktober jl. stuurt een aanbieder haar cliënten in een van de gemeenten waarin zij nu actief is het volgende bericht. Zonder daarover vooraf met de betreffende gemeente te hebben gecommuniceerd!

Beëindiging zorg- en dienstverlening met ingang van 1 januari 2015

Geachte xxx,
Zoals u weet gaat met ingang van 1 januari 2015 een groot deel van de AWBZ zorg naar de Wmo. Dan wordt de gemeente verantwoordelijk voor deze vorm van ondersteuning. De zorg die u nu van ons ontvangt valt daar ook onder.

Wij brengen in het kader van de Wmo niet in alle gemeenten een offerte uit. U bent woonachtig in een gemeente waar wij niet niet offreren. Wij ondersteunen te weinig cliënten in uw gemeente waardoor de ondersteuning te kostbaar gaat worden. Dit betekent dat wij vanaf 1 januari 2015 geen zorg en ondersteuning meer bieden in uw gemeente. U behoudt echter, totdat de herindicatie plaatsvindt, recht op ondersteuning. Daarom is het belangrijk dat u zo spoedig mogelijk contact opneemt met de Wmo-afdeling van uw gemeente en daar kenbaar maakt dat u ondersteuning nodig heeft. Zij kunnen voor u binnen de gemeente een geschikte zorgaanbieder zoeken, die de ondersteuning vanaf 1 januari van ons kan overnemen.

De gemeente in kwestie krijgt – onder het mom van privacybescherming – van de betreffende aanbieder niet de namen en rugnummers van de cliënten die het betreft.

Ik ben van mening dat het beëindigen van zorg slechts mogelijk kan zijn bij zwaarwegende redenen en slechts onder voorwaarde van een adequate overdracht van cliënten en werkzaamheden. Anders gezegd: wanneer een aanbieder om bedrijfseconomische redenen besluit har werkzaamheden (deels) te beëindigen, heeft deze aanbieder zelf (ook) een plicht om de cliënten op zorgvuldige wijze aan de nieuwe aanbieder over te dragen.

Natuurlijk, ik ben niet blind voor de vele veranderingen binnen de zorg van de laatste tijd. Ik begrijp ook dat zij hun tol eisen. Menige zorgaanbieder (en niet alleen de kleintjes!) worstelt met zijn positie. Soms omdat zij geen antwoord hebben op de vraag welke producten en diensten zij de komende periode (mogen) gaan bieden aan hun cliënten. En daar bovenop komen niet zelden steeds strakkere eisen van financiers, die inzetten op nulgroei en in veel gevallen ook op krimp. De impact daarvan is niet gering. Strijd en woede zijn daarbij onvermijdelijk, maar het moet – onder het motto: “Zolang je vecht is nog niet alles verloren” – niet uitmonden in ongezonde afweer.

De zorg aan kwetsbare groepen hoort in dit debat centraal te staan. Om die reden ook zijn er harde toezeggingen geëist en gegeven over continuïteit van zorg. Dat is een verantwoordelijkheid van en voor de (financierende) overheid, maar ook van de aanbieders. In heel veel gevallen gaat dit – gelukkig – ook goed. Is er aan beide kanten van de tafel sprake van werkelijke zorg voor en om de cliënten. Dat ligt – gelukkig – ook voor de hand. Het vraagt, zo leert de praktijk, van sommigen echter ook een vorm van reflectie en veerkracht. Continuïteit van zorg is immers niet alleen een kwestie van geld, maar ook van fatsoen. En dat fatsoen mag gevraagd worden van de (financierende) overheid, maar ook van de aanbieders. Cliënten in de zorg zijn – voor de een noch de ander – te zien als melkkoe. Als wij écht de cliënt centraal stellen, laten wij hen niet – onder het plengen van krokodillentranen en met een judaskus ten afscheid – in de kou staan. De oplossing? Het beste is om in onderling overleg tot een zorgregeling of omgangsregeling te komen. Het blijft immers een plicht van de overheden en aanbieders om voor cliënten de (continuïteit) van zorg op tijd en op maat zorg te borgen!

6 comments

  1. Goed om ook eens vanuit dit perspectief naar de zaak te kijken. We staan allemaal, gemeenten én zorgaanbieders, voor de opgave om niemand tussen wal en schip te laten vallen. Zorg voor de zwakkere is meer nog dan een kwestie van fatsoen, een kwestie vam beschaving.

  2. Goed verhaal Peter Paul, zorgaanbieders kunnen er inderdaad ook wat van in hun strijd om te laten zien dat de transitie wel moet mislukken. Te veel nadruk op wat er fout kan gaan en te weining op zoek naar kansen om de zorg te verbeteren, Door zich zo star op te stellen gaat er inderdaad wat mis ten koste van de cliënten. En dat is dan niet alleen aan de gemeente te verwijten.

  3. Prima verhaal. Het verbaasd mij dat de zorgaanbieder geen ruimte heeft bedongen voor de cliënt inzake deze transitie. Zodat er in zekere rust gezocht kan worden naar een andere aanbieder, dan zet je echt de cliënt centraal

  4. Peter Paul, mijn conclusie is dat gemeenten en zorgaanbieders er niet in zijn geslaagd elkaar in het voortraject (dat al aantal jaren geleden is ingezet) te vinden. Nu wordt een en ander ten koste van hulpbehoevende individuen op de spits gedreven. In een aantal gevallen overigens vanwege dringende financieel economische redenen aan de kant van de zorgaanbieders. Beide partijen zitten in een patroon waarin de een trouw de ander verwijt ‘er niets van te begrijpen’. Ik heb afgelopen zomer 12 aanbestedingen begeleid vanuit de optiek van zorgaanbieders in GGZ, ouderenzorg en Gehandicaptenzorg. Ik vond het proces dramatisch slecht van kwaliteit, hoeveel geld er ook in is gestoken om een en ander goed te laten verlopen. Al met al een slechte kick-off van een belangrijk proces.

  5. Laten we beginnen te constateren dat de transitie en transformatie frasologie moet afdekken dat het hier om een ordinaire bezuinigingsoperatie gaat omdat de huidige coalitie vindt dat burgers te veel een beroep doen op de overheid. Lees voor een andere invalshoek de Spinoza-lezing maar die Evelien Tonkens op 2 november in de Rode Hoed heeft uitgesproken.Zeer de moeite waard.
    Zowel gemeenten als zorgaanbieders worden hard geraakt door wat PvdA en VVD hier landelijk hebben besloten. Ik heb niet zoals Carla Kost aanbestedingen begeleid, maar ik hoor bij gemeenten en bij aanbieders veel onzekerheid. Gemeenten die zorg moeten inkopen op terreinen waarop ze niet deskundig zijn, onder de politieke leiding van vaak nieuwe wethouders die in B&W behalve bij de Wmo en de Jeugdwet ook nog andere bezuinigingen voor hun kiezen krijgen. Die dan ook nog gevoed worden met het beeld dat de VNG en VWS verspreiden dat de huidige zorg bureaucratisch en verpillend is en de gemeenten dat moeten veranderen (de transitie blabla). Gevolg: hakken in het zand bij de aanbestedingen.
    Aan de andere kant aanbieders die met veel verschillende inkopers te maken krijgen die vaak niet weten wat ze moeten inkopen, een strikte budget opdracht hebben en een argwanende bestuurlijke en ambtelijke achterban. Terwijl veel zorginstellingen de afgelopen jaren al steeds meer zoirg moesten leveren voor het zelfde budget, met toenemende administratieve lasten. Spreek maar eens met iemand in de jeugdhulpverlening over de toegenomen werkdruk en gekte van gedetailleerde administratieverplichtingen. Dat proces wordt nu verveelvuldigt met meer inkopers die meer zorg voor minder geld en meer verantwoording willen.
    Natuurlijk is het schandelijk dat zorgvragers in dat proces tussen hamer en aanbeeld komen te zitten. Niet iedere zorgverlener zal dat mogelijk goed doen, maar een overheid die zo’n massieve verandering er in zo’n korte tijd doorheen drukt had beter moeten weten.
    Maar bij deze coalitie telt alleen de opbrengst van de bezuiniging. De rest is voor hen collateral dammage. .

  6. Hallo Peter Paul, het kan nog veel gekker. Bijvoorbeeld een zorgaanbieder nu een contract afsluit voor een zorggebied en zo medio juni,jul -15 zich meldt bij contractpartij dat het geld op is of dat de zorgcapaciteit te kort is of dat de zorgvraag gegroeid is. Kort door de bocht, we willen meer geld anders kunnen we helaas niet aan onze verplichting voldoen. Ik heb geen glazen bol maar zo werkte zorgaanbieders ten tijde van provinciale financiering en ik zie geen enkele reden waarom ze nu niet zo zullen handelen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s