Stelsel in puin – opruimen en ruimte creëren

Verzamelen is van alle tijden en van alle leeftijden. Kinderen houden zich al bezig met het verzamelen van voetbalplaatjes en barbiepoppen en ouderen op hun beurt met het verzamelen van antiek, boeken, dieren, kranten of schoenen. De meeste mensen hebben hun verzamelwoede in de hand en houden hun collectie op peil of huren, indien nodig, een professionele organizer om orde op zaken te stellen. Het kan echter ook uit de hand lopen waardoor het huis te klein wordt, vervuiling en verwaarlozing optreedt, gepaard met stankoverlast. We spreken dan van hoarding of verzamelzucht.

Vrijwel iedere Nederlander kijkt elke dag televisie, maar vaak fungeert de beeldbuis als ‘behang’: echt geconcentreerd wordt er niet gekeken. De kijker praat, leest, belt, sms’t, strijkt, eet, breit of vrijt voor de tv. Bij mij is dat nauwelijks anders. Ik zit meestal met mijn laptop op schoot te werken. Soms echter wordt mijn aandacht getrokken door een programma.

De afgelopen weken had ik dat een paar maal bij het RTL-programma ‘Mijn Leven In Puin’. Volgepakte huizen met stapels boeken, bergen kleding en lagen vuilnis; sommige mensen kunnen niets weggooien. Met veelal ingrijpende gevolgen, zoals een praktisch onbegaanbare woning en sociaal isolement.

In het TV-programma ‘Mijn Leven In Puin’ worden dit soort van extreme verzamelaars geholpen door presentator Peter van der Vorst. Samen met professional organizer Manita Overweg en psycholoog Barbara Nanninga doet hij in vier dagen tijd een poging deze verwoede verzamelaars van hun rommel te bevrijden. Dat valt lang niet altijd mee, omdat deze mensen enorm veel waarde hechten aan hun spullen.

Extreme verzamelwoede is ondertussen erkend als een psychische stoornis met grote sociale, emotionele en fysieke gevolgen voor degene die eraan lijdt maar ook voor hun omgeving.

Het – met een half oog en een oor – volgen van een aantal afleveringen van dit programma riep bij mij een associatie met ons zorgstelsel op: een doorgeslagen verzamelwoede van protocollen en een stapeling van wetten en regels hebben inmiddels geleid tot een onbegaanbaar zorgoerwoud.

Vroeger deed je – als wijkverpleegkundige bijvoorbeeld – alles zelf: het eerste telefoontje aannemen, het intakegesprek en een dag later de zorg leveren. Tegenwoordig zitten er drie verschillende instanties tussen. Het hele proces is uit elkaar gehaald. En om dat dan weer bij elkaar te brengen kiezen we niet voor de meest logische weg – het terugbrengen van de eenvoud – maar zetten wij weer een extra schakel in: de zorgmakelaar. Het zorgstelsel van Nederland raakt zo volstrekt ontregelt; juist door de regeldrift. Hoeveel gekker moet het nog worden?

Het zo dwangmatig hamsteren of pack rat – dat verwijst naar de het hamsteren van dat dier – houdt in dat men angst heeft om iets weg te gooien en geen afstand kan doen van het oude. Mensen met deze stoornis zijn niet gek. Ze zijn zich bewust van hetgeen rondom hen gebeurt en dat ze een probleem hebben. Ze zijn zich er echter niet van bewust dat zij zelf het probleem zijn.

De ‘puinhoop’ die zo in de loop der jaren is ontstaan is ongekend groot en dreigt – naast onbetaalbaar – ook onoplosbaar te worden. De in de loop der jaren gegroeide financieringsstromen binnen het sociaal domein bijvoorbeeld zijn zo ingewikkeld en ondoorzichtig dat het Rijk maar niet in staat blijkt om de gemeenten (op tijd) te voorzien van deugdelijke cijfers over aantallen zorggebruikers en daarmee gemoeide budgetten.

Ook de door het Rijk gewenste en in gang gezette decentralisaties lijken aan deze stoornis ten prooi te vallen. De regering wil wel – en weet ook dat het moet – vernieuwen, maar ze kan maar geen keuzes maken en afscheid nemen van het oude. En – bovenal – ze wil zich met elke keuze blijven bemoeien. En wijzelf – als burger en zorggebruiker – doen daar graag aan mee. Het gevolg is een stelsel in puin.

Het is dus tijd voor een grote verbouwing. Want u en ik worden als gevolg daarvan door de ene na de andere waanzin getroffen. En als wij er samen niet in slagen om de verzamelwoede en behoudzucht te beteugelen verbetert het niet. De grote uitdaging en opdracht luidt daarom: opruimen en ruimte creëren. Want ons zorgstelsel is inmiddels als het Rijksmuseum van voor de jarenlange renovatie. De omvangrijke verbouwing daarvan was een voor Nederland ongekend maar noodzakelijk – en inmiddels prachtig voorbeeld – project.

De binnenhoven van het Rijksmuseum waren dichtgebouwd, waardoor het daglicht – en daarmee het juiste dan wel optimale zicht op de dingen die er toe doen – uit de zalen daar omheen verdween. Het heldere concept van Cuypers veranderde zo in de loop der jaren in een doolhof.

Het museum ontwikkelde een plan voor Het Nieuwe Rijksmuseum. Dit gebouw is nu klaar en heeft weer een open en ruimtelijke uitstraling.

Het regent inmiddels lovende recensies over het Rijksmuseum – ‘het voelt gewoon goed’. Laten we er voor gaan dat het nieuwe zorgstelsel dat gemeenten mogen bouwen eveneens bedolven gaat worden onder lovende recensies. Het zou betekenen dat wij er daadwerkelijk in geslaagd zijn om de bezem door de puinhoop van ons zorgstelsel te halen. Dit vraagt wel een frisse groep mensen die de schouders eronder wil zetten. Die de boel een beetje durft op te schudden en die – als Peter van der Vorst en zijn team – de kunst van het verleiden tot ‘loslaten’ verstaat.

4 comments

  1. helemaal met je eens Peter Paul! Wat ik zo ingewikkeld vind:hoe zorgen we dat tijdens die tienjarige verbouwing de kunstwerken wel beschikbaar blijven voor het publiek? De aandacht en energie en niet te vergeten het geld, wordt behoorlijk opgeslorpt door het puinruimen en bouwtekeningen.
    de kunstbelevin?

  2. In antwoord op Yvonne: een aantal kunstwerken is een periode niet te zien. Om in de metafoor te blijven, een aantal andere kun je mogelijk op een of meer locaties elders kwijt. Onze hele publieke sector gaat aan protocollen en beheerszucht tenonder, terwijl een kind begrijpt dat een hoopje zand dat plat op je open hand ligt hooguit wat verstuift, maar bij het dichtknijpen tussen je vingers verdwijnt.

  3. Twee uitspraken in je beeldende artikel zetten me aan tot reactie.
    A. Mbt de nostalgisch aandoende vergelijking met de wijkverpleegkundige van “vroeger” : de inzet van zelfsturende teams ( wijk)verpleegkundigen & verzorgende bij Buurtzorg Nederland tonen aan dat goed opgeleidde, autonome professionals met passie de zorg van begin tot eind in samenspraak met de patient kunnen regelen. ( inclusief adequaat indiceren in kader regelarme zorg). Een transitie die ook te vinden is in Buurtzorg Jong en Buurtzorg T. Daar is wel een ” dwarsdenker” / ” kantelaar” als Jos de Blok, directeur Buurtzorg Nederland, voor nodig.
    Overigens moet de komende 5 a 10 jaar nog blijken of deze transitie het in de orkaan van gewoel en gedrang van bestaande belangen, machten en structuren overeind zal blijven. ( Jan Rotmans heeft oa over haalbaarheid van transities in zijn boek ” in het oog van de orkaan” hierover leerzame ervaringen beschreven)
    B. dit laatste vraagt om durf , daadkracht en ” dwarsdenken” van zoals je zegt een groep frisse mensen of een fris mens. Wat mij daarbij intrigeert is dat er al decennia lang ingezet wordt op nieuwe stelsels i.c. Zorg voor Jeugd en er ook wel steeds weer ” frisse mensen” bovendrijven maar dat door consessies aan bestaande structuren/ belangen de nieuwe bezems niet in staat zijn om alles schoon te vegen in ons zorgstelsel. Te complex voor de menselijke maat wellicht ?
    Tot slot: ook ik wens naar analogie van het Rijks de gemeenten lovende recensies toe maar dan wel voor de regie en waarborging van goede zorg voor jeugdigen en gezinnen die uit de zwaardere, specialistische jeugdzorg op hen af komen. Een andere populatie dan de bezoekers van het Rijks schat ik zo in.

  4. Mooi beschreven. Het is inderdaad een oerwoud aan regelgeving. De angst is groot om regels af te schaffen. Het zou eens teveel geld gaan kosten. Wat het nu kost aan instandhouding wordt niet berekend. Vereenvoudig, geef professionals meer mandaat, meer ruimte om naar eigen goeddunken relevante hulp in te zetten. Gunstig als je moet bezuinigen en het creëert ruimte om meer geld in te zetten in de uitvoering, de daadwerkelijke hulp.
    Lees ook het rapport van de nationale ombudsman Brenninkmeijer, “Mijn onbegrijpelijke overheid”.
    Dit rapport sluit naadloos aan bij jouw verhaal.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s