Over The Wnderers, samen buiten zijn en de waarde van ontmoeting die zich niet eerst als zorgbesparing hoeft te bewijzen

Er vertrekt een bus met jongeren naar de natuur.

Geen bus naar een behandelcentrum. Geen verplicht traject om aan hun weerbaarheid te werken. Geen uitstapje waarvoor eerst moet worden vastgesteld op welke leefgebieden zij onvoldoende functioneren.

Gewoon: samen op pad.

Wandelen, een landschap ontdekken, anderen ontmoeten. Even uit de stad en uit het ritme waarin er voortdurend iets moet.

Dat is de opzet van The Wnderers, het initiatief waarmee Imani Igwe multiculturele jongvolwassenen verbindt met de natuur en met elkaar. Tijdens de uitstapjes is er ook aandacht voor klimaat en biodiversiteit. Een gids vertelt, deelnemers stellen vragen en soms wordt kennis getest met een quiz.

Het klinkt overzichtelijk.

En toch raakt het aan een vraag die in het sociaal domein geregeld ondersneeuwt: maken we voldoende ruimte voor wat mensen samen willen beleven, zonder dat zij daarvoor eerst een probleem moeten hebben?

Niet alles wat ontbreekt, is een stoornis

Imani begon vanuit een persoonlijke ervaring. Ze bleef maar doorgaan en vroeg zich af wanneer zij werkelijk tot rust kwam. Toen ze daarover met anderen sprak, bleek zij niet de enige met die behoefte. Daaruit groeide het idee om jongeren samen de natuur in te brengen.

Dat vertrekpunt doet ertoe.

Ze begon niet met een beleidsdoelgroep waarvoor nog een passend aanbod moest worden ontwikkeld. Ze begon bij een ervaring die anderen herkenden, en organiseerde iets waaraan zij wilden deelnemen.

Behoefte aan rust is niet automatisch een zorgvraag. Verlangen naar gezelschap is niet per definitie een tekort dat professioneel moet worden behandeld. Nieuwsgierigheid naar een onbekende omgeving hoeft niet te worden vertaald in een ontwikkelachterstand.

Soms wil iemand gewoon even ergens anders zijn. Met andere mensen. Zonder eerst te hoeven uitleggen wat er misgaat.

Dat maakt professionele ondersteuning niet minder belangrijk. Wie hulp nodig heeft, moet daarop kunnen rekenen. Maar een samenleving waarin we ieder gemis eerst in een hulpvraag vertalen, dreigt het gewone leven uit het oog te verliezen.

Er moet ook iets te vinden zijn voordat iemand bij een loket aanklopt.

Een uitnodiging is nog geen toegang

Natuurgebieden lijken bij uitstek openbare plekken. Je kunt er wandelen. Niemand vraagt bij een bospad om je cv of de samenstelling van je gezin.

Toch betekent toegankelijk niet automatisch vanzelfsprekend.

The Wnderers richt zich nadrukkelijk op multiculturele jongvolwassenen. Imani verbindt natuurbeleving aan identiteit en het gevoel ergens bij te horen. Het initiatief organiseert bovendien vervoer: deelnemers gaan samen met de bus naar natuurgebieden die zij niet altijd uit zichzelf zouden bezoeken.

Daarmee gebeurt iets concreets.

Niet alleen zeggen dat iedereen welkom is, maar ook organiseren dat mensen mee kunnen.

Dat verschil kennen we op veel terreinen. Een activiteit kan formeel voor iedereen openstaan en toch een hoge drempel hebben. Omdat je er niemand kent. Niet weet wat je kunt verwachten. Niet goed weet hoe je er komt. Of je afvraagt of het eigenlijk wel iets voor jou is.

Die drempels zijn niet voor iedereen hetzelfde. Juist daarom helpt het niet om deelname volledig bij het individu neer te leggen.

“Je kunt toch gewoon gaan?” klinkt gemakkelijk vanuit een wereld die voor jezelf vertrouwd is.

Soms is een gezamenlijke vertrektijd, een plek in de bus en iemand die je welkom heet precies wat nodig is.

Samen iets doen, zonder voortdurend over verbinding te praten

Tijdens de activiteiten van The Wnderers komen verschillende dingen samen: buiten zijn, bewegen, leren en kennismaken. Volgens Imani zijn er vriendschappen ontstaan en helpen deelnemers inmiddels mee met organiseren. Dat zijn waardevolle ervaringen uit haar eigen verslag; het zijn geen onafhankelijk vastgestelde effecten.

Het interessante is hoe die contacten ontstaan.

Niet uitsluitend door mensen bij elkaar te zetten met de opdracht om zich verbonden te gaan voelen. Er is iets gezamenlijks te doen.

Een route lopen. Luisteren naar een gids. Een vraag beantwoorden waarvan iemand anders het antwoord blijkt te weten. Onderweg praten – of een tijdje niets zeggen.

Misschien doen we er goed aan die indirecte manier van ontmoeten serieus te nemen. Verbondenheid hoeft niet altijd het onderwerp van de bijeenkomst te zijn om er toch te kunnen groeien.

En deelnemers hoeven niet blijvend ontvanger van een aanbod te blijven. Wie zich thuis voelt, kan zelf iets voorstellen, iemand meenemen of helpen organiseren.

Dat is een wezenlijk verschil met een voorziening waarin de rollen vooraf vaststaan: hier de aanbieder, daar de doelgroep.

En dan zien wij een interventie

Zodra een initiatief als dit aandacht krijgt, ligt onze bekende reflex op de loer.

We zien iets moois. Vervolgens willen we weten aan hoeveel beleidsdoelen het bijdraagt.

Kan het eenzaamheid verminderen? De mentale gezondheid verbeteren? Integratie bevorderen? Jongeren activeren? De druk op de jeugdhulp verlagen? Duurzaam gedrag stimuleren?

Voor je het weet moet één wandelgroep de sociale samenhang, het zorgstelsel en de biodiversiteit redden.

Onderweg graag ook nog een vragenlijst invullen.

Natuurlijk mogen financiers vragen wat er met hun geld gebeurt. Natuurlijk is het zinvol om te leren wie een initiatief bereikt, wie niet meekomt en wat deelnemers ervan vinden.

Maar verantwoording wordt iets anders wanneer een initiatief zich alleen nog kan rechtvaardigen met effecten die het niet kan aantonen — of die niet de reden waren waarom mensen meededen.

De beschikbare informatie over The Wnderers laat activiteiten, belangstelling en gerapporteerde ervaringen van gemeenschapsvorming zien. Ze toont niet aan dat deelnemers blijvend minder eenzaam worden, minder zorg nodig hebben of hun gedrag structureel veranderen.

Dat is geen tekortkoming die we haastig moeten wegpoetsen. Het is een grens aan wat we weten.

En misschien ook een uitnodiging om onze vraag te herzien: waarom zou een geslaagde gezamenlijke ervaring pas maatschappelijk waardevol zijn als er later ergens een rekening lager uitvalt?

De sociale basis is geen goedkope behandelkamer

Op Verruim de horizon loopt een duidelijke lijn door de beschouwingen over gemeenschapskracht: een buurt is geen filiaal van het systeem en een goede buur is geen voorliggende voorziening. Menselijke betrokkenheid heeft een eigen betekenis. Zij is niet uitsluitend waardevol omdat zij professionele ondersteuning mogelijk overbodig maakt.

Dat geldt ook hier.

De natuur is geen behandelkamer met slecht bereik. Een wandelgenoot is geen onbetaalde hulpverlener. En een initiatiefnemer hoeft niet alsnog casusregisseur te worden zodra deelnemers elkaar persoonlijke dingen vertellen.

Dat sluit niet uit dat mensen steun aan elkaar kunnen hebben. Het betekent wel dat we zorgvuldig moeten zijn met de verwachtingen die we aan zulke contacten verbinden.

Laat een wandeling eerst een wandeling mogen zijn. Laat een vriendschap ontstaan zonder dat iemand haar opbrengst hoeft vast te leggen. Laat deelnemers ook gewoon plezier hebben, zonder dat dit plezier zich achteraf moet legitimeren als preventie.

‘Eigenwaarde’ betekent hier: iets mag van betekenis zijn om wat het mensen biedt, niet alleen om wat het andere voorzieningen bespaart.

Geef ruimte, maar schuif de verantwoordelijkheid niet af

Er zit ook een bestuurlijke vraag in dit verhaal.

Imani vertelt dat de subsidie van Connect for Global Change haar ruimte gaf om creatief te werken. Zij kon over gemeentegrenzen heen denken, terwijl ze bij andere subsidieregelingen juist beperkingen ervoer door de geografische afbakening.

Een begrijpelijke grens op een subsidieregeling is in het leven van deelnemers niet altijd een logische grens.

Vriendschappen houden zich zelden aan een gemeentegrens. Een gedeelde belangstelling ook niet.

Wie dit soort initiatieven wil ondersteunen, moet daarom meer vragen dan: hoe kunnen wij ze inzetten voor onze doelen?

Een minstens zo belangrijke vraag is: welke voorwaarden hebben zij nodig om hun eigen bedoeling waar te maken?

Dat vraagt geen afwezigheid van afspraken. Het vraagt afspraken die passen bij de omvang, mogelijkheden en aard van het initiatief.

En het vraagt bescheidenheid van de ondersteuner. Niet ieder goed idee wordt beter doordat het wordt opgenomen in onze werkwijze.

Een subsidie kan eindigen. Een gemeenschap niet op commando.

In het interview spreekt Imani ook over haar zorg voor de periode na de subsidie. Ze wil voorkomen dat geld een barrière wordt voor deelnemers. Tegelijk wil ze groeien zonder de kleinschalige, vertrouwde sfeer kwijt te raken.

Daar wordt het spannend.

Het is gemakkelijk om een initiatief te prijzen om zijn toegankelijkheid. Moeilijker is het om bij te dragen aan de voorwaarden waaronder het toegankelijk kan blijven.

Vervoer, begeleiding en organisatie vragen tijd en geld. Als de financiering wegvalt, verdwijnen die kosten niet. Ze komen ergens anders terecht: bij deelnemers, vrijwilligers of de initiatiefnemer zelf.

Dat betekent niet dat ieder initiatief automatisch recht heeft op permanente subsidie. Wel dat we eerlijk moeten zijn over wat we verwachten.

Wie betaalbaarheid belangrijk vindt, kan niet uitsluitend naar de inzet van de organisator wijzen. Wie continuïteit verlangt, moet meer doen dan enthousiast reageren op een afgerond project.

Ondersteunen betekent ook samen nadenken over een houdbaar vervolg, zonder de oorspronkelijke bedoeling onderweg kwijt te raken.

Begin niet bij wat jongeren mankeren

The Wnderers is geen blauwdruk voor ieder vraagstuk rond jongeren. Het hoeft ook niet overal te worden uitgerold.

De betekenis zit juist in de concrete aanleiding: iemand had een behoefte, herkende die bij anderen en bracht mensen in beweging.

Daar valt iets van te leren.

Niet iedere maatschappelijke bijdrage begint met een probleemanalyse. Soms begint zij met een uitnodiging.

Niet iedere gemeenschap ontstaat doordat wij haar ontwerpen. Soms ontstaat zij doordat mensen iets vinden waarvoor zij graag hun huis uitkomen.

En niet iedere behoefte aan contact vraagt om een voorziening die uitsluitend rond die behoefte is georganiseerd.

Je mag ook samen op pad.

Dat neemt de noodzaak van goede zorg, betaalbare huisvesting, bestaanszekerheid en toegankelijke ondersteuning niet weg. Een wandeling lost die vraagstukken niet op.

Maar mensen hoeven niet te wachten tot al die vraagstukken zijn opgelost voordat zij iets goeds met elkaar mogen beleven.

De volgende keer weer mee

De waarde van The Wnderers hoeft niet groter te worden gemaakt dan de bronnen toelaten.

Er worden uitstapjes georganiseerd. Jongeren ontdekken natuurgebieden, leren over hun omgeving en ontmoeten elkaar. Imani vertelt over nieuwe vriendschappen en deelnemers die meehelpen. Dat is op zichzelf al een verhaal dat aandacht verdient.

Niet als bewijs dat het sociaal domein voortaan met een bus en een paar wandelschoenen toe kan. Wel als herinnering aan waar het uiteindelijk óók om gaat.

Dat mensen ergens naartoe kunnen. Dat zij zich welkom kunnen voelen. Dat er ruimte is om iets te ontdekken en zelf bij te dragen.

Misschien is de belangrijkste vraag na afloop dan niet meteen welke interventiedoelen zijn behaald.

Misschien vraagt iemand gewoon: “Ga jij de volgende keer weer mee?”

En begint daar iets wat niet hoeft te worden voorgeschreven.