Hoe Linda Terpstra en Anke van Dijke hun ervaring uit Leeuwarden en Capelle aan den IJssel verbinden aan een initiatief op Curaçao – en waarom veiligheid niet ophoudt bij een dak boven je hoofd.

Er zijn boeken waarvan je hoopt dat ze niet alleen worden gelezen, maar ook iets in beweging brengen.

‘De stilte doorbreken’ is zo’n boek. Elf vrouwen en mannen uit Curaçao en Bonaire vertellen over seksueel geweld, kindermishandeling en geweld in relaties. Over wat hun is aangedaan. Over de gevolgen voor hun leven. En over een omgeving die niet altijd ziet, herkent of erkent wat er gebeurt. Linda Terpstra en Anke van Dijke brachten hun verhalen bijeen. Niet om namens deze mensen te spreken, maar om hun ervaringen hoorbaar te maken.

Een van de vrouwen zegt over het normaliseren van geweld:

“Nee, het is niet minder erg. Het is juist erger. Iets wat niet normaal is, maakt de community normaal. Terwijl het niet normaal is.”

Daar zit de pijn. Niet alleen in het geweld zelf, maar ook in wat eromheen gebeurt. Het wegkijken. Het kleiner maken. De vanzelfsprekendheid waarmee een omgeving soms verdergaat, terwijl voor degene die het meemaakt de wereld is veranderd.

Het boek staat niet op zichzelf. Samen met Sonia Baromeo, voorzitter van Fundashon Nos T’ei Pa Otro, werken Linda en Anke aan de ontwikkeling van de Veilige Veste Kòrsou: een plek waar bescherming, herstel en toekomstperspectief bij elkaar moeten komen.

Dat raakt mij. Omdat hier ervaring niet wordt opgeborgen na een lange loopbaan, maar opnieuw beschikbaar wordt gemaakt. En omdat dit initiatief aansluit bij een overtuiging die op Verruim de horizon steeds terugkomt: de kwaliteit van ondersteuning blijkt niet uit de inrichting van een systeem, maar uit de vraag of mensen er werkelijk verder mee kunnen.

Niet het eiland van het vakantiebeeld

Wie Curaçao uitsluitend kent van een vakantie, ziet gemakkelijk vooral de buitenkant. Maar een samenleving laat zich niet begrijpen vanuit het uitzicht van de bezoeker. Ook niet wanneer dat uitzicht prachtig is.

De verhalen in ‘De stilte doorbreken’ laten een andere werkelijkheid zien. Een werkelijkheid waarin kinderen, vrouwen en mannen te maken krijgen met seksueel geweld, mishandeling en onveiligheid binnen relaties. Juist daar waar bescherming zou moeten zijn: thuis, binnen de familie, in de nabijheid van vertrouwde mensen. Het boek beschrijft ook hoe gedrag dat volgens wetgeving en internationale verdragen geweld is, niet altijd als zodanig wordt herkend.

Dat vraagt om een zorgvuldig gesprek. Niet om een eiland weg te zetten. Niet om geweld te verklaren met een achteloze verwijzing naar ‘de cultuur’. En al helemaal niet om vanuit Nederland te doen alsof wij het hier wel hebben opgelost.

Wel om te erkennen dat geweld kan voortbestaan wanneer het als normaal wordt beschouwd. Wanneer een kind niet weet of het mag protesteren. Wanneer iemand vreest niet geloofd te worden. Wanneer de rust van de omgeving zwaarder gaat wegen dan de veiligheid van degene die wordt beschadigd.

De grens is helder: wat vertrouwd is, is niet vanzelf veilig. En wat lang voorkomt, wordt daarmee nog niet aanvaardbaar.

Zorgvuldigheid begint ook bij de cijfers

Wie de problematiek serieus neemt, moet ook zorgvuldig omgaan met de onderbouwing.

De uitgever van het boek verwijst naar onderzoek in Caribisch Nederland. Meer dan 90 procent van de deelnemers ziet geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen als een groot probleem in de gemeenschap. Ruim de helft zegt dat seksueel misbruik van kinderen veel voorkomt. Dat zijn uitspraken van deelnemers over hun omgeving, geen percentages slachtoffers. Bovendien gaat het onderzoek over Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, niet over een rechtstreekse meting op Curaçao. De uitgever vermeldt dat de onderzoekers de bevindingen ook relevant achten voor Curaçao.

Die verschillen doen ertoe. Niet om de urgentie kleiner te maken, maar om haar betrouwbaar te beschrijven.

Het onderzoek op de drie eilanden wijst op de samenhang tussen financiële zorgen, spanningen in gezinnen en geweld. Het benoemt ook uitdagingen rond de toegankelijkheid en vertrouwelijkheid van hulp. Tegelijkertijd zien de onderzoekers sterke familiebanden en gemeenschapszin waarop kan worden voortgebouwd.

Dat is een belangrijk perspectief. Een gemeenschap is niet alleen de plek waar problemen kunnen worden toegedekt. Zij kan ook de plek zijn waar mensen elkaar beschermen, grenzen leren stellen en samen verandering mogelijk maken.

Armoede verontschuldigt geen geweld. Stress maakt mishandeling niet minder ernstig. Maar wie geweld wil voorkomen, kan de omstandigheden waarin mensen leven niet buiten beschouwing laten.

Er wordt al gewerkt aan bescherming

Curaçao begint niet bij nul.

UNICEF Nederland beschrijft hoe de overheid, samen met lokale en internationale partners, werkt aan de Kodigo di Protekshon: een beschermingscode die professionals helpt om signalen van kindermishandeling te herkennen en passende stappen te zetten. Lokale deskundigen zijn opgeleid om trainingen te verzorgen. Er wordt ook gewerkt aan betere ondersteuning van ouders en aan samenwerking tussen betrokken instanties. 

Dat verdient nadrukkelijke erkenning. Nieuwe initiatieven worden niet sterker door te doen alsof er nog niets bestaat. Ze worden sterker wanneer ze aansluiten op bestaande kennis, betrokken professionals en lokale inzet.

De vraag is daarom niet alleen: welke nieuwe voorziening hebben we nodig?

De vraag is ook: hoe versterken we wat er al is? Waar vallen mensen nog tussen? Wie bereikt de hulp niet? En wat gebeurt er nadat iemand eindelijk heeft durven vertellen wat er thuis aan de hand is?

Want een signaal herkennen is noodzakelijk. Maar daarna moet er wel iemand kunnen handelen.

Ervaring die opnieuw betekenis krijgt

Linda Terpstra en Anke van Dijke brengen een lange geschiedenis mee.

Vanuit de Friese vrouwenopvang bouwden zij aan Fier, het landelijke expertise- en behandelcentrum voor geweld in afhankelijkheidsrelaties. Hun inzet ging verder dan opvang organiseren. Zij wilden bescherming verbinden met behandeling en met de mogelijkheid om weer een bestaan op te bouwen.

Die visie kreeg in 2012 een zichtbare vorm in de Veilige Veste in Leeuwarden. Een voormalig politiebureau werd verbouwd tot een beveiligde woon- en behandelomgeving. De oorspronkelijke opzet bood ruimte aan 48 meisjes, verdeeld over zes woongroepen, met behandelruimten en een beschutte buitenruimte.

Achter dat gebouw lag een principiële keuze.

Waarom zouden slachtoffers voortdurend moeten verdwijnen naar geheime adressen? Waarom zou degene die bescherming nodig heeft steeds opnieuw moeten wijken zodra een verblijfplaats bekend wordt?

Terpstra verwoordde die omkering scherp:

“We wilden van die anonimiteit af. Want dat is de wereld op zijn kop: slachtoffers verstoppen voor daders.”

Geen geheim adres betekende niet dat veiligheid minder belangrijk werd. Integendeel. Het betekende dat bescherming steviger moest worden georganiseerd, in plaats van uitsluitend te steunen op onzichtbaarheid.

Dat is meer dan een bouwkundige keuze. Het is een uitspraak over de plaats van slachtoffers in de samenleving.

Jij hoeft niet te verdwijnen omdat een ander jou bedreigt.

Van Leeuwarden naar Capelle

In 2021 volgde de tweede Veilige Veste, in Capelle aan den IJssel: de Veilige Veste Rotterdam-Rijnmond. Een bestaand kantoorpand werd getransformeerd tot een voorziening waarin wonen en andere functies van Fier werden samengebracht. Op 16 september 2021 vond de feestelijke opening plaats in het bijzijn van prinses Beatrix.

Ook hier ging het om meer dan een veilig bed. De projectbeschrijving verbindt bescherming en traumabehandeling aan perspectief voor de langere termijn. De grote vraag naar hulp was een aanleiding om naast Leeuwarden ook een voorziening in de Randstad te realiseren.[8]

Daarmee werd opnieuw zichtbaar wat de kracht van het concept kan zijn: niet eerst iemand opvangen, vervolgens elders behandeling zoeken en daarna nog eens bedenken hoe het leven verder moet. Maar vanaf het begin proberen die vragen bij elkaar te houden.

Een mens beleeft zijn leven immers niet in afzonderlijke zorgonderdelen.

Angst houdt zich niet aan openingstijden. Verdriet past niet in een productomschrijving. En herstel verloopt zelden volgens de planning van een organisatie.

Wie bescherming nodig heeft, heeft ook behoefte aan mensen die blijven begrijpen hoe het ene probleem met het andere samenhangt.

Geen Nederlandse blauwdruk, maar een gezamenlijke opgave

Het is mooi dat Linda en Anke die ervaring nu inzetten op Curaçao. Niet omdat een Nederlands concept vanzelf overal het antwoord is. Wel omdat lessen uit de praktijk van grote waarde kunnen zijn, wanneer zij met openheid en bescheidenheid worden gedeeld.

Wat werkte? Wat bleek onvoldoende? Wat vraagt veiligheid van een gebouw, van professionals en van de samenwerking eromheen? Hoe voorkom je dat iemand na de eerste bescherming opnieuw vastloopt?

Dat zijn vragen waarop jarenlange ervaring behulpzaam kan zijn.

Maar ervaring meenemen is iets anders dan een oplossing invoeren.

Curaçao heeft een eigen taal, geschiedenis, bestuurlijke werkelijkheid en sociaal weefsel. Wat daar nodig is, moet daar worden begrepen en samen worden vormgegeven. Daarom is de samenwerking met Sonia Baromeo en de lokale stichting wezenlijk. Niet als aanvulling op Nederlandse deskundigheid, maar als onderdeel van het vertrekpunt. De initiatiefnemers beschrijven bovendien samenwerking met partners uit zorg, onderwijs, overheid, justitie en samenleving als onderdeel van hun ambitie.

De waarde zit niet in de gedachte: wij weten hoe het moet.

De waarde zit in de bereidheid: wij brengen mee wat wij hebben geleerd, luisteren naar wat hier nodig is en bouwen samen verder.

Bescherming is het begin, niet het eindpunt

De Veilige Veste Kòrsou wordt omschreven als een veilige plek voor kinderen, jongeren en volwassenen die te maken hebben met geweld in afhankelijkheidsrelaties. Een plek om tot rust te komen, vertrouwen op te bouwen en stap voor stap weer grip op het eigen leven te krijgen. De initiatiefnemers zeggen het treffend: bescherming is het begin, maar herstel staat centraal.

Die volgorde doet ertoe.

Wie gevaar loopt, moet eerst veilig kunnen zijn. Daarover mag geen romantisch misverstand bestaan. Soms zijn begrenzing, beveiliging en ingrijpen onmisbaar.

Maar wanneer het directe gevaar is geweken, is een leven nog niet hersteld.

Dan blijven andere vragen over. Kan ik weer slapen? Wie kan ik vertrouwen? Hoe moet het met mijn kinderen? Kan ik naar school of aan het werk? Waar kan ik straks wonen? Hoe voorkom ik dat afhankelijkheid mij terugbrengt in een onveilige situatie?

Een veilige voorziening bewijst haar betekenis ook in wat zij daarna mogelijk helpt maken.

Niet alleen wegkomen van geweld. Ook weer ergens naartoe kunnen leven.

Van markt naar mens wordt hier concreet

Op Verruim de horizon staat de beweging van markt naar mens voor een andere volgorde van kijken en organiseren. Niet beginnen bij het product, het afzonderlijke budget of de verantwoordelijkheid van één instelling. Beginnen bij het leven van mensen, hun relaties en wat nodig is om verder te kunnen.

In het verhaal van de Veilige Veste krijgt dat een concrete betekenis.

Niet vragen: welk onderdeel kunnen wij leveren?Maar: wat heeft deze mens nodig om veilig te worden en weer toekomst te ervaren?

Dat vraagt meer dan betrokken professionals die binnen hun eigen organisatie hun best doen. Het vraagt dat organisaties hun werk op elkaar laten aansluiten. Dat behandeling niet losraakt van bestaanszekerheid. Dat veiligheid niet wordt verward met een tijdelijk verblijf. En dat iemand niet steeds opnieuw zijn verhaal hoeft te bewijzen om bij een volgend loket binnen te komen.

Daarmee is van markt naar mens geen pleidooi voor minder deskundigheid of minder organisatie. Het is een pleidooi om deskundigheid en organisatie dienstbaar te maken aan mensen.

Zoals op Verruim de horizon wordt beschreven: relationeel werken kan niet uitsluitend een persoonlijke deugd van een professional blijven. Het moet ook een bestuurlijk en financieel uitgangspunt zijn.

Anders vragen we van mensen om duurzaam vertrouwen op te bouwen binnen structuren die telkens opnieuw beginnen.

Nabijheid is niet hetzelfde als veiligheid

Daar hoort een belangrijke nuance bij.

Wie mensgericht werkt, moet niet automatisch aannemen dat de oplossing altijd in het eigen netwerk ligt. Familie, buren en andere vertrouwde mensen kunnen een grote bron van steun zijn. Maar bij geweld in afhankelijkheidsrelaties kan juist die vertrouwde kring ook onveilig zijn.

Een beroep op de gemeenschap mag daarom nooit betekenen dat een slachtoffer terug wordt verwezen naar de plek waar het geweld wordt ontkend.

Samenwerken met een gezin is waardevol. Maar niet ten koste van de veiligheid van een kind.

Een relatie behouden kan belangrijk zijn. Maar niet tegen elke prijs.

Vertrouwen geven is nodig. Maar vertrouwen vervangt geen zorgvuldig onderzoek, professionele oordeelsvorming en bescherming.

Dat is geen beperking van mensgericht werken. Dat is de kern ervan: de werkelijkheid van de mens serieus nemen, ook wanneer die ons dwingt om in te grijpen.

Een boek kan een deur openen

‘De stilte doorbreken’ en de Veilige Veste Kòrsou horen bij elkaar.

Het boek maakt zichtbaar waarom bescherming en herstel nodig zijn. De beoogde voorziening wil ruimte bieden om daar daadwerkelijk aan te werken. Dezelfde mensen verbinden het luisteren naar verhalen met het organiseren van een antwoord.

Dat maakt het boek meer dan een verzameling aangrijpende getuigenissen.

Het stelt ook een vraag aan de lezer. Wat doen wij met wat nu niet langer onzichtbaar is?

Bewondering voor de moed van mensen is niet genoeg als hun dagelijks leven daarna onveranderd onveilig blijft. Een verhaal verdient niet alleen aandacht. Het verdient, waar nodig, een vervolg in bescherming, hulp en recht.

En wie mensen uitnodigt om hun zwijgen te doorbreken, moet ook nadenken over wat er beschikbaar is wanneer zij dat doen.

Een deur openen schept verantwoordelijkheid voor wat er achter die deur gebeurt.

Een initiatief verdient meer dan applaus

De openbare informatie beschrijft de Veilige Veste Kòrsou als een voorziening in ontwikkeling. Dat onderscheid is belangrijk: een overtuigende visie is nog geen garantie voor een geopend en duurzaam werkend centrum.

Juist daarom verdient dit initiatief meer dan warme woorden.

Het verdient lokale inbedding. Duidelijke afspraken. Voldoende en deskundige medewerkers. Een betrouwbare verbinding met bestaande hulpverlening. Zorgvuldige omgang met vertrouwelijke informatie. En financiering die lang genoeg vooruitkijkt om mensen niet opnieuw onzekerheid te bezorgen.

Dat zijn geen administratieve bijzaken. Het zijn voorwaarden om een menselijke belofte waar te maken.

Ook de stem van mensen die geweld hebben meegemaakt hoort daarbij. Niet alleen als aangrijpend verhaal bij de start, maar als kennisbron bij het ontwerpen, beoordelen en verbeteren van de hulp.

Zij weten hoe een drempel voelt. Wat een verkeerde vraag kan doen. Hoeveel moed een eerste gesprek kost. En wat het betekent wanneer iemand niet wegkijkt.

De kwaliteit van een voorziening wordt uiteindelijk niet alleen zichtbaar in het plan. Zij wordt zichtbaar in het leven van degenen voor wie dat plan is gemaakt.

Ervaring die blijft dienen

Wat mij in dit initiatief aanspreekt, is dat Linda en Anke hun ervaring niet als een afgerond hoofdstuk behandelen.

Leeuwarden en Capelle waren geen eindpunten waarna alleen nog over het verleden gesproken kon worden. Wat daar is geleerd, kan elders opnieuw betekenis krijgen. Niet als kopie, maar als bijdrage aan een nieuwe, gezamenlijke opgave. Samen met Sonia Baromeo werken zij aan een aanpak waarin veiligheid, herstel en toekomstperspectief op Curaçao centraal staan.

Daarin schuilt iets hoopvols.

Niet de hoop dat één gebouw een maatschappelijk probleem oplost. Wel de hoop dat mensen hun kennis, vasthoudendheid en relaties blijven inzetten waar die van betekenis kunnen zijn.

Dat is ook de beweging van markt naar mens.

Niet alleen een andere manier van bekostigen. Niet alleen een andere inrichting van de hulp.

Een andere manier van verantwoordelijkheid nemen.

Want een “veilige” plek is pas het begin.

De werkelijke belofte is dat iemand daar niet alleen wordt beschermd tegen wat hem of haar is aangedaan, maar ook ruimte krijgt voor wat nog mogelijk is.

Dat een kind weer kind kan zijn. Dat een vrouw of man niet langer uitsluitend slachtoffer hoeft te zijn. Dat iemand, na alles wat is gebeurd, opnieuw een toekomst mag hebben.