Hoe weet je eigenlijk zeker dat je wakker bent?

Het is een vraag die ongemakkelijk dichtbij komt. We beantwoorden haar meestal niet, omdat het dagelijks leven ons voortduwt: afspraken, agenda’s, boodschappen, werkoverleggen, kinderen naar school. De werkelijkheid lijkt stevig genoeg zolang iedereen zich ongeveer aan dezelfde spelregels houdt.

Maar wat gebeurt er wanneer die werkelijkheid begint te schuiven? Wanneer woorden een andere betekenis krijgen, toevalligheden geen toeval meer lijken en de grens tussen binnenwereld en buitenwereld poreus wordt?

In ‘The Desert of the Real’ brengt filmmaker Luuk Bouwman zes mensen samen die een psychose hebben meegemaakt. Een psycholoog, filosoof, muzikant, psychiatrisch zorgverlener en kunstenaar spreken niet alleen over ontregeling, angst en verlies van houvast. Zij stellen ook een vraag aan ons, de kijkers: wat noemen wij eigenlijk normaal? En wie bepaalt waar de werkelijkheid eindigt en de waan begint?

Documentaires over psychische ontregeling worden al snel verhalen over kwetsbaarheid, behandeling en herstel. Dat zijn belangrijke woorden, maar ze kunnen ook iets afsluiten. Alsof een psychose vooral een storing is die zo snel mogelijk moet worden verholpen, zodat iemand weer terug kan keren naar de vertrouwde orde.

‘The Desert of the Real’ lijkt een andere beweging te maken. De film laat zien dat een psychose ingrijpend en ontwrichtend kan zijn, maar ook dat mensen proberen betekenis te geven aan wat hen overkomt. De ervaringen worden niet gereduceerd tot een diagnose. De hoofdpersonen zijn niet uitsluitend patiënt, cliënt of casus. Zij zijn mensen met een geschiedenis, relaties, talenten, verlies, dromen en een eigen taal voor dat wat nauwelijks in taal te vangen is.

De ensceneringen sluiten aan bij het gevoel van sommige hoofdpersonen dat zij in een film terecht waren gekomen. Juist daarin zit een bijzondere kracht. Niet de buitenstaander legt uit wat er gebeurde, maar de ervaring zelf krijgt ruimte. De kijker wordt uitgenodigd om even niet meteen te duiden, te corrigeren of te normaliseren.

Dat is misschien wel de eerste les voor het sociaal domein: begrijpen begint soms met het uithouden van niet-begrijpen.

In het sociaal domein werken we dagelijks met begrippen als zelfredzaamheid, participatie, veiligheid, herstel en inclusie. Het zijn noodzakelijke begrippen. Tegelijk zijn het woorden waarin vaak een beeld van het ‘goede’ leven verscholen ligt: overzichtelijk, planbaar, zelfstandig en rationeel.

Wie daar tijdelijk of langdurig niet aan kan voldoen, komt al snel terecht in een systeem van indicaties, behandelplannen, crisismaatregelen, uitkeringen, woonbegeleiding en zorgcoördinatie. Soms is dat onontbeerlijk. Bescherming en passende zorg kunnen levens redden.

Maar systemen hebben ook een schaduwzijde. Zij kijken gemakkelijk naar wat iemand niet kan, naar risico’s die beheerst moeten worden en naar afwijkingen die teruggebracht moeten worden binnen de norm. De mens dreigt dan te verdwijnen achter het dossier.

De film raakt daarmee aan een fundamentele spanning in het sociaal domein. Hoe bieden wij nabijheid en veiligheid zonder iemands verhaal over te nemen? Hoe nemen we ernstige ontregeling serieus zonder iemand uitsluitend als ontregeld te zien? En hoe voorkomen we dat ‘weer meedoen’ vooral betekent: weer voldoen aan wat wij normaal vinden?

Professionals staan vaak onder hoge druk. Er moet gehandeld worden, afgestemd, geregistreerd en verantwoord. Bij een acute psychose kunnen veiligheid en snelheid terecht vooropstaan. Toch begint goede ondersteuning niet alleen bij interveniëren, maar ook bij aandachtig luisteren.

Niet elk verhaal hoeft onmiddellijk gecorrigeerd te worden. Niet elke ongebruikelijke gedachte hoeft in het eerste gesprek te worden teruggebracht tot een symptoom. Achter de woorden van iemand die psychotisch is, kunnen angst, rouw, eenzaamheid, overprikkeling, schaamte of een diep verlangen naar betekenis schuilgaan.

Luisteren betekent daarbij niet dat een professional alles hoeft te bevestigen. Het betekent wel dat iemand serieus genomen wordt als mens. Dat er gevraagd kan worden: ‘Wat maakt dit zo beangstigend voor je?’ Of: ‘Wie vertrouw je op dit moment?’ En misschien nog belangrijker: ‘Wat heb jij nodig om weer een beetje grond onder je voeten te voelen?’

Dat vraagt om professionele bescheidenheid. Om de bereidheid te erkennen dat wij niet altijd weten wat werkelijk is voor de ander, maar wel kunnen helpen om verbinding, veiligheid en handelingsruimte terug te vinden.

De documentaire volgt niet alleen de psychose, maar ook het leven ervoor en de weg erna. Daarmee wordt zichtbaar dat herstel zelden een rechte lijn is. Wie een psychose heeft meegemaakt, keert niet altijd terug naar het leven van vóór die ingrijpende gebeurtenis. Soms is er verlies. Soms blijft er kwetsbaarheid. Soms verandert iemands blik op de wereld voorgoed.

Daar ligt een belangrijke opdracht voor gemeenten, wijkteams, ggz, woningcorporaties, werkgevers en informele netwerken. Herstel moet niet worden opgevat als een individuele prestatie: iemand die weer zelfstandig functioneert, alle afspraken nakomt en geen beroep meer doet op ondersteuning. Herstel gaat ook over opnieuw ergens thuis mogen horen.

Een veilige woning. Mensen die blijven. Ruimte voor werk of daginvulling die past. Financiële rust. Toegang tot cultuur, ontmoeting en creativiteit. Professionals die elkaar kennen en niet bij elke overgang opnieuw beginnen. Familie en vrienden die niet worden buitengesloten, maar evenmin alle verantwoordelijkheid hoeven te dragen.

Kortom: herstel is ook een sociale en publieke opgave.

De titel ‘The Desert of the Real’ roept een wereld op waarin vertrouwde zekerheden verdampen. Misschien raakt dat juist nu aan iets collectiefs. Oorlog, klimaatverandering, groeiende ongelijkheid, digitale informatiestromen en politieke polarisatie maken dat veel mensen moeite hebben om grip te houden op wat waar is, wat veilig is en wat morgen brengt.

Dat betekent niet dat maatschappelijke onrust gelijkstaat aan psychose. Die vergelijking zou onzorgvuldig zijn. Maar de film kan ons wel helpen om milder te kijken naar menselijke ontregeling. Niemand leeft volledig los van zijn omgeving. Psychische kwetsbaarheid speelt zich niet alleen af in een hoofd of achter een voordeur. Zij raakt aan bestaanszekerheid, uitsluiting, prestatiedruk, verlies van gemeenschap en de vraag of er nog iemand naast je blijft staan wanneer je wereld uiteenvalt.

Voor het sociaal domein is dat een uitnodiging om verder te kijken dan de individuele hulpvraag. Niet alleen vragen: “Welke voorziening is nodig?” Maar ook: “Welke omgeving helpt iemand om mens te blijven?”

Misschien is dat de meest wezenlijke relevantie van deze film. ‘The Desert of the Real’ nodigt uit om niet te snel weg te kijken van wat ons vreemd, verwarrend of angstig voorkomt. Om mensen die buiten de norm vallen niet eerst als probleem te benaderen, maar als medemens met een ervaring die ons iets kan leren over kwetsbaarheid, bewustzijn en werkelijkheid.

Nabijheid vraagt geen alwetendheid. Wel tijd, aandacht en de moed om niet meteen alles op te lossen.

Wie werkt in het sociaal domein weet: achter iedere beschikking, melding, crisisopname of ondersteuningsplan zit een mens die probeert overeind te blijven in zijn of haar werkelijkheid. Soms begint passende hulp daarom niet met een antwoord, maar met de bereidheid om bij de vraag te blijven.

Hoe weet je zeker dat je wakker bent? Misschien is de belangrijkste tegenvraag wel: wie is er naast je wanneer je dat niet meer weet?