Overtreffend dapper of onbeschaamd hufterig?

  • De waarheid onthullen vraagt de afzijdige moed om verstandig te zijn

middelvinger

Maatschappelijke verhuftering is in de media een terugkerend thema. Het uit zich op straat, bij verkiezingen en in opinieonderzoeken die met regelmaat worden gehouden. Media bieden wat graag een platform aan het thema en politici geven zich daarin graag rekenschap van deze uitingen en spelen erop in. Daardoor wordt onbehagen in de publieke opinie zichtbaar. Zeker. Maar – in toenemende mate – lijken de media zich zelf schuldig te maken de verhuftering van het debat. Onder het mom van ‘nieuws’ ‘vrijheid van meningsuiting’ enzovoort lijken cliches, misvattingen en vooroordelen misbruikt ten faveure van de kijk- en luistercijfers.

Dezer dagen kun je geen zichzelf respecterend (?) medium opslaan, lezen op bekijken, of het ging over de jongste ‘mediahype: de vervolging van activist Abulkasim al-Jaberi voor de ‘fuck de koning’-uitspraak.

Natuurlijk, Abulkasim al-Jaberi is – staatsrechtelijk gesproken – ernstig in de fout gegaan toen hij tijdens een demonstratie ‘fuck de koning’ riep. Dat moet gezegd. Maar wat, als vervolgens nieuws- en actualiteitenprogramma’s de oorspronkelijke taak van verstrekker van informatie en opinie daarover verruilen voor die van populistische roeptoeter? Die vraag puzzelt mij de laatste tijd in toenemende mate.

Ik wil liever niet spreken van tendentieuze berichtgeving. Al was het maar, omdat ik een groot voorstander ben van vrijheid van meningsuiting. Anders wordt dat, wanneer (de vormgeving van) die berichtgeving tot irritatie aanleiding geeft. Want waarom moet de ergernis over (het wraken van) de uitspraak worden aangewakkerd, juist door een podium te bieden aan de overtreffende trap van verhuftering. Zoals Jeroen Pauw dat in zijn programma PAUW (6 mei 2015) deed door Arjen Lubach, Marc van der Linden en Zihni Özdil te vragen naar hun oordeel over de toelaatbaarheid van de ‘Fuck de koning’-uitspraak. Hun antwoorden hadden meer weg van een wedstrijdje ‘wie heeft de grofste moed’ om Abulkasim in grofheid te overtroeven. Met als gevolg dat de conversatie een eindeloze echo van misplaatste inhakers op de hufterigheid zelf werd.

Deze trend signaleer ik al langer. In de jaren ’80 en ‘ 90 zagen we al ‘onfatsoenlijke’ televisiemakers als Pieter Storms, Rob Muntz en Willibrord Frequin. Mannen die de grenzen van het betamelijke opzochten en soms overschreden. Onderzoeksjournalistiek met een rauw randje, maar wel vanuit een bepaald idee. Ze streden tegen het establishment, maar steeds voor derden of als een vorm van kleinkunst.

Nu dreigt een een hele generatie te ontstaan die leert dat hufterigheid vooral cool is. Elke ochtend tussen 06.00 en 09.00 uur en ’s middags tussen 16.30 en 18.00 uur bijvoorbeeld. Dan is op Radio 1, de nieuws- en sportzender van de publieke omroep, het NOS Radio 1 Journaal te beluisteren. Deze uitzendingen lijken in toenemende mate gepresenteerd te worden door presentatoren die – over de ruggen van hun gasten – achtergrond en duiding van het nieuws vermalen tot pulp. Alles moet snel en flitsend om het publiek te blijven boeien. Niemand kan of mag meer uitspreken, want de gastheer of gastvrouw hoort het liefst zichzelf praten. Herhaaldelijk grijpen zij als inhakertje op de discussies naar smadelijke en beledigende teksten.

Ontregelend gedrag kan best leuk zijn. Brutaliteit, ironie, sarcasme, zijn nuttige manieren om starre structuren open te breken. Daar staat tegenover dat het óók mogelijk moet zijn om daar weer tegen te protesteren. Om kanttekeningen te zetten bij al die vrijheid. Helaas blijkt daarvoor – in toenemende mate – geen ruimte te zijn. Kritiek op verbaal geweld leidt vaak tot méér verbaal geweld. Zinloos en overtreffende verbaal geweld dat ons geen stap verder brengt. Reden genoeg dus hier kanttekeningen bij te blijven plaatsen. Duidelijk te maken dat hufterigheid hufterig is, en daarom onacceptabel.

In dat licht bezien deel ik de opvatting van de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan over het ‘Fuck de koning-citaat. Hij benadrukte dat de uitspraak volgens de wet strafbaar is. Maar ook dat ongeveer het lichtst denkbare strafbare feit is. Of dat ook opgaat voor al die inhakers die zich er eindeloos aan verlekkerden, dat vraag ik mij af. Het komt mij te veel over als een perverse behoefte aan ‘kwetsen om te kwetsen’.

Onbeschoft gedrag is van alle tijden. Maar nu in de politiek en media ’zeggen wat je vindt’ kennelijk het ideaal geworden is, gaan alle fatsoensnormen overboord. Niet alleen asocialen gedragen zich hufterig; ook hoogopgeleiden maken zich er schuldig aan. Maar als alle mensen zeggen wat ze vinden, en als alle mensen doen wat ze willen, ontstaan er schuringen, wrevel en conflicten. Dat is wat er aan de hand is in Nederland en dat noemen we hufterigheid.

Dat alles is uitermate zorgelijk. Dat de media en de politiek hier mede debet aan zijn is nog zorgelijker. Wie het hardst schreeuwt, krijgt de meeste aandacht. En wie het meest extreme standpunt inneemt, krijgt onmiddellijk een ereplaats op het podium. Nuance en diepgang verdwijnen hierdoor langzaamaan uit het Nederlandse publieke leven.

Getergd door dat alles wil ik graag wat tegengas geven. Wil ik al die politici, presentatoren en presentatrices vragen om niet te snel hun geestesproducten de wereld in te schoppen als content die wij maar moeten slikken. Hun eigenlijke taak en boodschap zou hen juist daardoor wel eens door de vingers kunnen glippen. Van het vraag en verwacht ik de kunst hierin enerzijds mee te buigen als riet in windvlagen, en anderzijds toch te proberen het grote verhaal te blijven vertellen.

En voor allen anderen geldt dat wij assertiever moeten worden en de politici, media en hun redacties moeten laten weten dat deze onbeschoftheden niet worden gewaardeerd. En, om misverstanden te voorkomen:ik ben voor het vrije woord. Heb niks tegen satire. Dat alles is een groot goed en moeten we zorgvuldig verdedigen. In bepaalde opzichten is satire misschien zelfs wel een belangrijker of krachtiger genre dan de traditionele journalistiek om de politiek verantwoordelijk te houden voor haar daden en plannen. Dat maakt het voor cabaretiers en satirici wellicht veel eenvoudiger om niet afstandelijk op nieuwsgebeurtenissen te reageren. Presentatoren en journalisten kunnen en moeten de waardering van het publiek krijgen door de consument te vertellen waarom ze doen wat ze doen, welke afweging ze daarbij maken en welke bronnen ze waarom hebben gebruikt. Open en transparant communiceren met hun lezers, luisteraars en kijkers dus. Hun taak en vakmanschap is het om het nieuws te filteren en te selecteren, te duiden en uit te leggen, te verzamelen en te presenteren. Dat vraagt accountability en ervoor zorgen dat het wantrouwen in de media niet verder toeneemt. Juist daarom moeten beoefenaren van dit integriteitsberoep over de afzijdige moed van verstandig en bescheiden zijn beschikken…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s