Hé dooie…

Voor de ogen van haar klasgenoten heeft een vijftienjarige scholiere uit Staphorst dinsdag een einde aan haar leven gemaakt. Op weg van huis naar school sprong zij bij een spoorwegovergang voor de trein vlak voor de school zou beginnen. Dit bericht schrok mij – zoals velen – deze week op.

Het bericht bracht en brengt mij even stevig van slag. Omdat het bij mij appelleerde aan eenzelfde gebeurtenis, zo’n 43 jaar terug. Als brugklasser – ik bezocht dat jaar de scholengemeenschap Nebo-Mariënbosch te Nijmegen – was ik ooggetuige van eenzelfde noodsprong van een klasgenootje. Wij fietsten na schooltijd met een groepje van 5 klasgenoten van school via d’Almarasweg richting huis. Die weg kruiste met een spoorbaan. De spoorwegovergang sloot juist toen wij kwamen aanrijden. En terwijl wij rustig voor de spoorbomen stonden te wachten, stapte mijn klasgenootje rustig van zijn fiets en liep vlak voor onze ogen en de aanstormende trein het spoor op.

Het waarom van zijn doen is mij nooit helemaal duidelijk geworden. Destijds werd gezegd dat de oorzaak lag in een slecht rapport. En ouders die dat niet zouden pruimen. Nu, zoveel jaren later, realiseer ik mij dat hij destijds ook wel geplaagd of gepest werd met zijn prestatiedrang.

De sedert afgelopen dinsdag naar aanleiding van dit voorval – voor de zoveelste keer – oplaaiende discussie over de impact van pesten op een kinderleven riep ook andere herinneringen op. Als jong jochie vond ik het verschrikkelijk wanneer ik door straat-, buurt- en klasgenootjes werd aangeroepen met “hé dooie”. De wijze waarop dat gebeurde gaf mij een sterk gevoel van schaamte voor mijn naam. En een gevoel van vernedering. Ik wilde dan het liefst stilletjes wegkruipen of verdwijnen.

Het grappige is dat onze zoon, door zijn vrienden ook regelmatig aangeroepen met hetzelfde “hé dooie’’ dit juist meer als een geuzennaam lijkt te beschouwen. En onze kleindochter verklaarde op de 21ste september – toen onze zoon officieel in het huwelijk trad met haar moeder – vol trots ‘dat mama nu ook (eindelijk) Doodkorte mag heten’. Wat ik maar zeggen wil: het is vaak ook een combinatie van meerdere factoren: de toon van de muziek, de omstandigheid, de persoonskenmerken van het individu, enzovoort.

Er gaan – zo blijkt uit onderzoek – zeker zo’n vijfduizend kinderen niet meer naar school omdat ze daar zo gepest worden. De angst voor afwijzing maakt dat ze uit angst thuisblijven en geen basis- of voortgezet onderwijs meer volgen. Dat zijn rampzalige en schokkende cijfers.

Volgens Kinderombudsman Marc Dullaert is het tijd: er moet nu écht werk worden gemaakt van een aanpak van pesten. “Na elk incident laait de maatschappelijke discussie over pesten weer op, om na een paar weken weer stil te vallen”, aldus Dullaert.

In het Kinderrechtenverdrag staat dat alle kinderen recht hebben op een veilige omgeving en dat ze moeten worden beschermd tegen discriminatie, dus ook tegen pesten. Dullaert wil daarom in gesprek gaan met kinderen, onderwijsorganisaties en pestdeskundigen om de problematiek van pesten in Nederlandse scholen aan te pakken. Volgens anderen dient elke school in Nederland voorzien te zijn van een pestprotocol, iets waar de onderwijsinspectie op toeziet.

Ik juich de aandacht voor pesten en pesters toe. Het pestprotocol echter wijs ik af. Met de Kinderombudsman vraag ik mij af of deze protocollen concreet genoeg zijn om een veilige omgeving voor kinderen en jongeren te bieden. Net zoals het toezicht daarop van de Inspectie. Protocollen kunnen werken als schaamlap bij gebrek aan persoonlijke moed. We hebben toch een plan/protocol?

Wezenlijker vind ik dat wij volwassenen ons meer bewust zijn van ons voorbeeldgedrag. Ouders, leerkrachten, werkgevers en collega’s alsook politici bezondigen zich met grote regelmaat aan pestgedrag. Ga maar eens op voetvalvelden luisteren naar wat de ouders de tegenstanders van hun kinderen toewensen. Hoor eens wat ouders tegen leerkrachten – vaak waar alle leerlingen bij aanwezig zijn – zeggen wanneer hen iets dwarszit. Verwonder je over de manieren van omgang van sommige personeelsleden met elkaar. En maak eens kennis met het ‘hekcircuit’: ouders die aan het hek roddelen over leerkrachten, collega’s op het werk die over elkaar kletsen, etc. Aan het hek, op de werkvloer en in de politieke arena worden velen, vaak zonder zich te kunnen verdedigen, ‘afgemaakt’. En ook de media – ja, zij doen het net zo hard, en met nog meer impact – maken zich er schuldig aan. De vernedering van het moeten aftreden, een strafrechtelijk onderzoek of een persoonlijk faillissement: we wrijven het er graag, hard en langdurig in. En ja, ook het iemand publiekelijk molesteren – met woorden of daden – kan als een ernstige vorm van vernedering worden gezien. Met – zo leerden andere (recente) voorvallen ons – soms een dodelijke afloop.

Pesten gaat over de angst van het niet mogen meedoen. Over het gevoel van niet meetellen. En iedereen wil graag meetellen, gezien worden, meedoen en serieus genomen worden. En aan het gevoel van meetellen en meedoen kunnen wij als volwassenen veel doen. Het begint met verschillen te accepteren, te respecteren en te omarmen. Accepteren is iemand nemen zoals hij is. Respect betekent oorspronkelijk ‘omzien naar’, en geeft aan dat iemand rekening houdt met een ander persoon etc. Voor veel mensen is respect een basishouding, een manier om mensen tegemoet te treden. Maar in alle gevallen geldt dat accepteren, respecteren en omarmen werkwoorden zijn. En werken doe je niet door op de tribune zitting te nemen, maar door in actie te komen. Dus, mag ik u uitnodigen samen met mij van de tribune af te komen en het speelveld te betreden?

1 De familienaam Doodkorte is afkomstig van een boerderij (kotte) welke de naam “Doetkotte” droeg, letterlijk dus “dode boerderij”. De boerderij was gelegen aan de Doetkottenweg in Gronau/Epe in het “amt Horstmar” behorende bij het Grafshaft Steinfurt en was eigendom van de graaf van Steinfurt.

3 comments

  1. Beste Peter Paul,
    Wat moet het zien van een suïcide van een medeleerling een schokkende ervaring zijn geweest. Ik vind het mooi/goed en moedig dat je je persoonlijke ervaringen aanhaalt om tot persoonlijke verantwoordelijkheid van een ieder op te roepen.
    Protocollen zijn papieren tijgers en het hebben/ontwikkelen/installeren van een pestprotocol heeft vaak dezelfde werking als het kopen van een aflaat in de middeleeuwen van de Katholieke kerk. De zonde (het pesten) blijft voortbestaan, maar de verantwoordelijkheid ervoor is afgekocht.
    Protocollen en procedures zijn in die zin middeleeuws en achterhaald, het gaat om het resultaat van persoonlijke verantwoordelijkheid én om verantwoordelijkheid gekoppeld aan je rol/functie.
    Ik ben onvoldoende op de hoogte van de huidige situatie in het onderwijs, maar ik zou er een voorstander van zijn als scholen verplicht iedere twee jaar een leerlingen tevredenheidsonderzoek (vergelijkbaar met medewerkers tevredenheidsonderzoeken) moeten doen waar veiligheid van leerlingen (waaronder pesten) een vast onderdeel van uitmaakt. Iedere school zou dan de verplichting moeten hebben (gecontroleerd door de inspectie) om in hun jaarplan logische interventies/plannen te ontwerpen en uit te voeren die leiden tot een betere score op leerlingen tevredenheid. Geen alom gelden protocollen en procedures maar concrete plannen in concrete situaties die aantoonbaar moeten leiden tot meetbare verbeteringen. Mijn tip in al die plannen zou zijn; doorbreek de cyclus waarin we ons voornamelijk richten op pesters (aandacht voor negatief gedrag waarvan we weten dat het nauwelijks werkt) en/of slachtoffers van pesten en geef de positieve rolmodellen (leerlingen, docenten, ouders) een actieve rol. Alleen het goede voorleven is niet genoeg, we moeten met elkaar leren dat we het volgen van het goede voorbeeld ook moeten opeisen bij elkaar! Onze samenleving heeft door haar uit de hand gelopen individualisering teveel “bystanders” geproduceerd. We zien iemand verdrinken, we kijken ernaar, bellen de politie en spreken schande over het feit dat ze er zo lang over doen om te komen. We zien het wel, we roddelen erover met anderen die het ook zien, maar we doen te weinig en kopen onze persoonlijke verantwoordelijkheid af met instanties, procedures en protocollen.
    Toch wil ik afsluiten met een positieve constatering; ik zie het ontstaan van een maatschappelijke bewegingen van “bystander” naar elkaar bijstaan.

  2. Beste Peter,
    Wat is precies je uitnodiging? Welke actie heb je in gedachten? Wellicht dat ik me daarbij aan kan sluiten. Het zijn niet de woorden die je bezigt maar de acties die je verwezenlijkt.
    Groet,
    Alexander

    1. Alexander,

      Ik beoog geen grote beweging, maar roep eenieder op om binnen zijn eigen cirkel van invloed een einde te maken aan de zucht naar protocollen. Een protocol is mooi, maar veelal een schaamlap voor handelingsverlegenheid. Voorbeeldgedrag, een open oog en oor van en voor de omgeving is veel beter. En dat begint bij jou en mij; in de acties die wij verwezenlijken. Of, zoals Paul de Leeuw ooit zong: verleg een steen in de rivier. Vele steentjes samen beïnvloeden de stroom duurzaam.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s