
Van verplichte samenwerking naar publieke verantwoordelijkheid
Vanaf 1 januari 2027 worden gemeenten verplicht om voor een deel van de jeugdzorg regionaal samen te werken. Dat is bestuurlijk gezien een grote verandering. Maar voor kinderen, jongeren en ouders is de kernvraag veel eenvoudiger: is er, wanneer het thuis of op school vastloopt, op tijd iemand die luistert, verantwoordelijkheid neemt en passende hulp organiseert?
De nieuwe wettelijke verplichting kan een noodzakelijke stap zijn. Gemeenten kunnen niet allemaal afzonderlijk zorgen voor voldoende beschikbaarheid van kinderbescherming, jeugdreclassering en hoogspecialistische jeugdhulp. Maar verplichte regionale samenwerking is nog geen garantie voor betere jeugdzorg. Zij kan versnippering verminderen – of een nieuwe bestuurlijke laag toevoegen. Zij kan de marktlogica terugdringen – of juist een grotere regionale inkoopmachine creëren. Zij kan publieke verantwoordelijkheid versterken – of die verder laten verdampen tussen gemeenten, regio’s, aanbieders en toezichthouders.
Daar ligt mijn positie: regionale samenwerking is nodig waar specialistische hulp schaars, kwetsbaar en bovenlokaal georganiseerd moet worden. Maar de jeugdregio mag nooit de plaats innemen van de leefwereld van kinderen en gezinnen, noch van een sterke sociale basis in buurten, dorpen en scholen.
De opgave is dus niet: hoe bouwen we zo snel mogelijk een waterdichte jeugdregio? De opgave is: hoe benutten we deze verplichte samenwerking om werkelijk te bewegen van markt naar mens?
De wet stelt een terechte vraag
De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg is ingevoerd omdat kinderen en gezinnen die specialistische hulp nodig hebben nog te vaak te lang moeten wachten. De wet beoogt onder meer een betere spreiding en beschikbaarheid van gespecialiseerde jeugdhulp, minder administratieve lasten en beter inzicht in risico’s voor de continuïteit van zorg. De Nederlandse Zorgautoriteit krijgt daarbij een rol in stelselonderzoek en vroegsignalering van tekorten.
Vanaf 1 januari 2027 moeten gemeenten voor kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en bij algemene maatregel van bestuur aangewezen specialistische jeugdhulp minimaal regionaal contracteren of subsidiëren. Gemeenten moeten daarvoor een gemeenschappelijke regeling treffen, een regiovisie opstellen en de jeugdregio belasten met de wettelijk voorgeschreven taken.
Dat is geen detail in de marge. Het betekent dat de vrijblijvendheid van veel bestaande jeugdregio’s plaatsmaakt voor een formeler regionaal arrangement, met een zwaardere juridische, financiële en bestuurlijke basis.
De aanleiding is begrijpelijk. De jeugdzorg is te lang georganiseerd in een landschap waarin gemeenten afzonderlijk contracteren, aanbieders met uiteenlopende voorwaarden te maken hebben, specialistische functies kwetsbaar zijn en ouders te vaak verdwalen in wachtlijsten, overdrachten en loketten. Een kleine gemeente kan niet in haar eentje een volledig palet aan hoogspecialistische hulp, verblijf, crisiszorg, kinderbescherming en jeugdreclassering duurzaam overeind houden.
Schaal kan dus nodig zijn. Niet omdat de regio een nieuw bestuurlijk ideaal is, maar omdat sommige vormen van hulp niet op gemeentelijke schaal te organiseren zijn.
Daarmee is de jeugdregio echter nog geen antwoord. Hooguit een middel.
De regio is geen gezin
In het verslag “De politiek van regionale sturing” wordt een belangrijke waarschuwing afgegeven: ‘de regio’ is geen vaststaand gegeven. Zij wordt gemaakt. Door bestuurlijke grenzen, financieringsstromen, inkoopafspraken, beleidsprogramma’s, professionele netwerken en politieke keuzes. Wie een regio tekent, bepaalt daarmee ook wat binnen en buiten beeld valt.
Dat inzicht is voor de jeugdzorg van groot belang.
Een gezin leeft niet in een jeugdregio. Een kind groeit op in een buurt, op school, in een familie, in een straat, met vrienden, spanningen, kansen en soms ook armoede, schulden, onveiligheid, overbelasting of discriminatie. Ouders ervaren geen regionale opgave, maar een kind dat niet meer naar school wil, een wachtlijst die oploopt, een escalatie thuis, een zorgvraag die telkens opnieuw moet worden uitgelegd of een systeem waarin niemand doorpakt.
De bestuurlijke regio en de leefwereld vallen dus niet vanzelf samen. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang bestuurders dat verschil maar onder ogen zien.
Het wordt wel een probleem wanneer de regio zichzelf gaat zien als de plek waar het vraagstuk volledig kan worden gedefinieerd en opgelost. Dan dreigt de jeugdregio een nieuwe abstractie te worden: een kaart, een governancestructuur, een inkoopstrategie, een uitvoeringsprogramma. Allemaal nodig misschien, maar onvoldoende als ouders en jongeren er niets van merken.
De toets moet daarom steeds luiden:
- Wordt een gezin door de regionale samenwerking sneller, beter en menselijker geholpen — of alleen anders geadministreerd?
Dat is geen retorische vraag. Het is de vraag waarop de legitimiteit van de jeugdregio uiteindelijk rust.
Het gevaar van bestuurlijke mist
Het conferentieverslag over regionale sturing benoemt een term die ook in de jeugdzorg ongemakkelijk dichtbij komt: georganiseerde onverantwoordelijkheid. Veel organisaties, gemeenten, professionals en bestuurslagen zijn betrokken. Iedereen levert iets. Maar wanneer een kind geen passende plek krijgt, wanneer een ouder van loket naar loket wordt gestuurd of wanneer een aanbieder omvalt, blijkt het vaak onduidelijk wie werkelijk verantwoordelijk is.
Dat gevaar neemt niet automatisch af wanneer we regionaal gaan samenwerken. Het kan zelfs groter worden.
De gemeente kan verwijzen naar de jeugdregio. De jeugdregio naar de contractafspraken. De contractmanager naar de aanbieder. De aanbieder naar personeelstekorten. De gecertificeerde instelling naar een tekort aan passende plekken. En ondertussen wacht het gezin.
Samenwerking is niet hetzelfde als gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Dat is precies waarom de wettelijke beweging naar verplichte regionale samenwerking méér moet zijn dan een exercitie in governance, juridische vormgeving en regionale inkoop. De kernvraag is niet alleen welke taken de jeugdregio krijgt. De kernvraag is ook: wie is aanspreekbaar wanneer het systeem niet levert?
Dat vraagt om een heldere publieke verantwoordelijkheidsketen.
- Gemeenteraden moeten kunnen zien waarvoor de regio verantwoordelijk is en waarop zij kunnen sturen.
- Colleges moeten niet alleen bestuurlijk deelnemen, maar ook kunnen uitleggen wat zij doen als beschikbaarheid onder druk staat.
- Ouders en jongeren moeten weten waar zij terechtkunnen wanneer hulp uitblijft of vastloopt.
- Professionals moeten mandaat en ruimte krijgen om over organisatiegrenzen heen te handelen.
- De regio moet openbaar maken waar wachttijden, uitval, discontinuïteit en ontoegankelijkheid ontstaan – en wat zij daar concreet aan doet.
Niet ieder probleem is direct oplosbaar. Tekorten aan gespecialiseerde professionals, huisvestingsproblemen, complexe gezinsproblematiek en gebrek aan passende verblijfsvormen verdwijnen niet door een nieuw regionaal organogram. Maar onduidelijkheid over wie handelt wanneer het misgaat, is geen onvermijdelijk probleem. Dat is een bestuurlijke keuze.
Minder markt is meer dan anders inkopen
De beweging ‘van markt naar mens’ krijgt terecht steeds meer woorden. De jeugdzorg is de afgelopen jaren georganiseerd met aanbestedingen, concurrentie, korte contractcycli, productdefinities en een sterk gegroeid aantal aanbieders. Dat heeft niet alleen keuzevrijheid of innovatie opgeleverd. Het heeft ook geleid tot versnippering, administratieve belasting, onzekerheid en prikkels om vooral dat aanbod te organiseren dat voorspelbaar, kortdurend en financieel aantrekkelijk is.
De moeilijke kinderen, de gezinnen met langdurige problemen, de jongeren die op meerdere domeinen tegelijk vastlopen en de hulp die tijd, nabijheid en een lange adem vraagt, passen slecht in een markt van losse producten en korte prestaties.
Daarom is ‘minder markt, meer mens’ geen pleidooi voor een andere aanbestedingsmethodiek. Het is een principiële keuze voor een andere ordening.
Een menselijker jeugdstelsel begint niet bij het optimaliseren van inkoop. Het begint bij de erkenning dat jeugdzorg een publieke opdracht is. Kinderen en gezinnen zijn geen klanten die een passend product moeten vinden in een concurrerend aanbodlandschap. Zij moeten kunnen rekenen op continuïteit, nabijheid, professionele kwaliteit en publieke verantwoordelijkheid.
De jeugdregio kan daarbij een positieve rol spelen, als zij wordt ingericht als een ruggengraat voor schaarse en specialistische zorg. Niet als een extra marktplein waarop aanbieders concurreren om kavels, volumes en tijdelijke contracten. Niet als een beleidsmachine die op afstand bepaalt wat lokaal nodig is. Maar als een publiek verband dat garandeert dat noodzakelijke specialistische hulp beschikbaar blijft, ook wanneer die duur, complex of niet rendabel is.
Dat vraagt om andere keuzes:
- Langjarige afspraken in plaats van een permanente cyclus van aanbesteding en hercontractering.
- Reële tarieven die ruimte laten voor vakmanschap, opleiding, samenwerking en continuïteit.
- Een beperkt, zorgvuldig samengesteld en publiek verantwoord aanbiederslandschap.
- Gezamenlijke verantwoordelijkheid voor alle kinderen, ook voor de complexe en langdurige trajecten.
- Transparantie over geldstromen, bedrijfsvoering, wachttijden en beschikbaarheid.
- Minder administratieve versnippering en meer tijd voor directe ondersteuning van gezinnen.
De nieuwe wet bevat ook eisen aan transparantere financiële bedrijfsvoering en openbare jaarverantwoording van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. Dat is relevant. Financiële continuïteit is geen technische bijzaak wanneer een faillissement, terugtrekking of omzetprobleem direct gevolgen heeft voor kinderen die van hulp afhankelijk zijn.
Maar financiële transparantie is niet genoeg. De vraag blijft of wij hulp organiseren rondom rendement, contracten en productie – of rondom de vraag wat kinderen en gezinnen nodig hebben om veilig op te groeien.
De basis onder de specialistische schil
Een sterke jeugdregio begint niet op regionaal niveau. Hij begint in de dagelijkse leefwereld.
In buurten, dorpen, scholen, kinderopvang, sportverenigingen, jeugdwerk, huisartspraktijken, wijkteams, informele netwerken en gezinnen zelf. Daar worden problemen vaak als eerste zichtbaar. Daar ontstaan vertrouwen, steun en preventie. Daar kunnen problemen worden verkleind voordat zij escaleren tot een zware zorgvraag.
Dat betekent niet dat we complexe jeugdhulp kunnen wegorganiseren met een goed buurtteam of een vriendelijk buurthuis. Sommige kinderen en gezinnen hebben intensieve, langdurige en hoogspecialistische hulp nodig. Juist voor hen moet die hulp beschikbaar zijn.
Maar specialistische jeugdhulp hoort aanvullend te zijn op een robuuste sociale en pedagogische basis, niet het centrum van het stelsel. Zoals eerder op Verruimde Horizon is betoogd: organiseer schaal waar dat nodig is, maar houd relaties, zeggenschap en besluitvorming zo lokaal mogelijk. Specialistische zorg is een noodzakelijke schil; zij mag niet de hele boom worden.
Dat geeft richting aan de verhouding tussen gemeente en jeugdregio.
| De lokale basis | De regionale functie |
| Nabijheid, vertrouwen en vroegtijdige steun | Beschikbaarheid van schaarse specialistische functies |
| Verbinding met school, inkomen, wonen en sociaal netwerk | Gezamenlijke verantwoordelijkheid voor crisis, verblijf en complexe hulp |
| Professionele relaties die niet stoppen bij een contractgrens | Langjarige afspraken met gespecialiseerde aanbieders |
| Lokale democratische nabijheid en herkenbaarheid | Bundeling van kennis, capaciteit en publieke regie |
| Preventie en normaliseren waar mogelijk | Ingrijpen en intensiveren waar noodzakelijk |
Het gaat dus niet om lokaal versus regionaal. Die tegenstelling helpt niet verder.
Het gaat om een heldere ordening: nabij waar het relationeel moet, regionaal waar het schaars is, landelijk waar dat noodzakelijk is – en publiek verantwoordelijk op alle niveaus.
De regiovisie moet bij het gezin beginnen
De wet verplicht gemeenten tot een regiovisie. Dat biedt een kans, maar alleen als die visie niet verwordt tot een technisch document over inkoopvolumes, contractvormen, aanbieders en bestuurlijke rollen.
Een regiovisie is pas betekenisvol wanneer zij antwoord geeft op vragen die ouders, jongeren en professionals herkennen.
- Welke hulp is in deze regio onvoldoende beschikbaar?
- Voor welke kinderen en gezinnen duurt het wachten te lang?
- Waar vallen jongeren tussen jeugd- en volwassenenzorg?
- Welke gezinnen worden van organisatie naar organisatie gestuurd?
- Hoe worden school, bestaanszekerheid, wonen, veiligheid en zorg met elkaar verbonden?
- Welke groepen blijven nu buiten beeld?
- Wat merken ouders en jongeren concreet van de verbetering?
- Wie grijpt in wanneer de regio haar beschikbaarheidsgarantie niet waarmaakt?
De regiovisie moet daarom niet alleen geschreven worden dóór bestuurders, inkopers, aanbieders en juristen. Zij moet mede worden gevormd door jongeren, ouders, pleegouders, ervaringsdeskundigen, onderwijsprofessionals, huisartsen, wijkteammedewerkers, jeugdwerkers en sociaal werkers.
Niet als symbolische participatie achteraf. Maar als bron van kennis, tegenspraak en mede-eigenaarschap.
Want wie beter dan gezinnen en professionals kan vertellen waar de systeemwereld te hard, te traag, te gefragmenteerd of te afstandelijk wordt?
Geen perfecte regio, wel een aanspreekbare
De analyse uit het conferentieverslag is ongemakkelijk, maar bevrijdend. Er bestaat geen perfect regionaal bestuursmodel. Regio’s zijn tijdelijk, gelaagd, politiek en altijd context gebonden. Een extra bestuurslaag lost niet vanzelf de problemen op die elders zijn ontstaan.
Dat hoeft ons niet tot cynisme te brengen. Het vraagt juist om bescheidenheid en discipline.
Niet doen alsof de jeugdregio alle problemen oplost. Niet verbergen achter regionale complexiteit. Niet nog meer vergaderen wanneer gezinnen vooral duidelijkheid nodig hebben. Niet alleen sturen op dashboards, prestatieafspraken en financiële rechtmatigheid, maar ook op de vraag of kinderen daadwerkelijk geholpen worden.
Een goede jeugdregio is niet de regio met het fraaiste organogram. Het is de regio waar:
- Specialistische hulp beschikbaar blijft, ook voor de kleinste en meest complexe groepen;
- Ouders niet telkens opnieuw hun verhaal hoeven te doen.
- Professionals elkaar weten te vinden en kunnen handelen;
- Aanbieders niet worden afgerekend op de makkelijkste productie, maar samen verantwoordelijkheid dragen;
- Gemeenten lokaal nabij blijven;
- Gemeenteraden zicht en invloed houden;
- Jongeren en ouders daadwerkelijk mee kunnen spreken;
- En duidelijk is wie verantwoordelijkheid neemt wanneer het vastloopt.
Dat is de overgang die nu nodig is. Van regionale samenwerking als bestuurlijke verplichting naar regionale samenwerking als publieke belofte.
De horizon
De invoering van de verplichte jeugdregio is geen technische wetswijziging. Zij dwingt ons tot een fundamentele keuze over de manier waarop wij jeugdzorg willen organiseren.
Willen we een grotere, beter gecoördineerde markt? Met regionale aanbestedingen, uniforme contracten en professionele inkoopstructuren, maar nog altijd dezelfde logica van producten, volumes en transacties?
Of durven we de regio te gebruiken voor iets beters?
Voor een publiek georganiseerde beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp. Voor langjarige relaties in plaats van tijdelijke contracten. Voor heldere verantwoordelijkheid in plaats van bestuurlijke mist. Voor sterke sociale en pedagogische bases in wijken en scholen. Voor ruimte voor professionals. En vooral: voor kinderen, jongeren en gezinnen die geen boodschap hebben aan systeemgrenzen wanneer hun leven vastloopt.
De jeugdregio moet niet groter maken wat nu al te ver van gezinnen afstaat. Zij moet gezamenlijk dragen wat lokaal niet alleen kan.
Dat is de horizon van minder markt en meer mens. Niet een regio als extra loket, maar als ruggengraat. Niet een nieuwe bestuurslaag die het zicht belemmert, maar een publieke structuur die verantwoordelijkheid zichtbaar maakt. Niet eerst het contract en daarna het kind, maar eerst het kind – en daarna alles wat nodig is om hem of haar werkelijk vast te houden.