Over de doorbraakmethode, phronesis en de vraag of een goede methode een grondhouding kan vervangen

Het Instituut voor Publieke Waarden publiceerde in november 2025, in opdracht van de VNG, de handreiking Methodisch Maatwerk — Zo Gewoon Mogelijk Maken. Ik las hem met belangstelling. En met enige aarzeling.

Die aarzeling wil ik hier eerlijk benoemen — niet om de handreiking weg te zetten, maar omdat ik denk dat precies die spanning de moeite waard is om bij stil te staan.

Wat de handreiking goed ziet

De probleemanalyse klopt. Vijf procent van de huishoudens vraagt om vijftig procent van de middelen in het sociaal domein. Dat is geen toeval. Dat is het resultaat van een systeem dat te lang heeft gereageerd op symptomen in plaats van te werken aan wat er werkelijk speelt. De handreiking noemt dit ‘vierde generatie maatwerk’: het bijzondere en uitzonderlijke moet alledaags worden. Daar ben ik het volledig mee eens.

Ook de doorbraakmethode verdient een eerlijk compliment. Ze is bewezen effectief, biedt concrete handvatten en maakt samenwerking over domeinen heen mogelijk. In een wereld waarin iedereen zijn eigen kolom bewaakt, is dat geen kleine prestatie. Ik schreef eerder al dat het gedachtegoed van de doorbraakmethode niet reactief ingezet zou moeten worden — pas als alles al mislukt is — maar als fundament in ons denken en doen. Die overtuiging heb ik nog steeds.

Waar ik aarzeling voel

De handreiking noemt Aristoteles. Het onderscheid tussen techne — technische kennis, protocol, methode — en phronesis — praktische wijsheid, oordeelsvermogen in de concrete situatie. Dat is een prachtige aanvulling op een methodisch verhaal. Maar in de verdere uitwerking draait het toch vooral om de techne: een canvas, een boek, een monitor, een logo, en de uitnodiging om je aan te sluiten.

Dat is geen verwijt. Organisaties hebben structuren nodig. Beleid heeft ankerpunten nodig. Maar de vraag is: in welke volgorde?

De handreiking stelt dat iedere sociaal professional voorstellen moet kunnen doen voor maatwerkoplossingen, én dat de organisatie daarvoor ontvankelijk moet zijn. Dat laatste wordt impliciet erkend als een probleem: die ontvankelijkheid is er nu vaak niet. En dát is precies de kern. Want een methode kan die ontvankelijkheid niet afdwingen. Structuren kunnen het faciliteren, maar niet bewerkstelligen.

Eerst de professional, dan de structuur

Een methode zonder ingesleten grondhouding bij de professional is een formulier zonder ziel. Je kunt de mooiste canvas invullen, maar als de professional niet werkelijk gelooft dat de situatie van díé ene familie anders is dan de twintig dossiers die eraan vooraf gingen, blijft het papierwerk.

Wat ik graag sterker terug had gezien in de handreiking is de vraag hoe je die grondhouding ontwikkelt. Hoe leer je een professional om echt te zien wat er voor hem of haar staat, in plaats van te herkennen wat hij gewend is te zien? Dat is phronesis. En die groeit niet door een methode te volgen. Die groeit door te oefenen, te reflecteren, fouten te mogen maken en er iemand naast je te hebben die je scherp houdt.

In het rugzakje, niet in de gereedschapskist

Het gedachtegoed van de doorbraakmethode — integraal denken, samenwerking over domeinen, de bereidheid om buiten gebaande paden te gaan — dat hoort in het rugzakje van elke professional. Niet als apart product dat je inzet als andere trajecten zijn vastgelopen, maar als vanzelfsprekend onderdeel van hoe je naar een situatie kijkt.

Dat onderscheid lijkt klein, maar het is wezenlijk. Een gereedschapskist pak je erbij als je hem nodig hebt. Een rugzakje draag je altijd.

De handreiking wil maatwerk organiseren. Dat is waardevol en nodig. Maar ik denk dat de organisatie pas echt werkt als de professionals die erin werken maatwerk als vanzelfsprekend denken beschouwen — niet als een methode die ze toepassen, maar als een houding die ze hebben.

Een uitnodiging

Misschien is de belangrijkste vraag die de handreiking oproept — onbedoeld, maar des te urgenter — deze: hoe zorgen we ervoor dat de doorbraakmethode niet alleen een product wordt, maar een denkwijze? Dat het canvas een hulpmiddel is, geen doel op zich?

Ik ben benieuwd hoe anderen die spanning ervaren — in de uitvoering, in de beleidspraktijk, in het contact met gezinnen. Want juist in die spanning, denk ik, zit de winst.

Eerder verschenen: Maatwerk en de Doorbraakmethode (verruimdehorizon.com, 30 januari 2025)