Wie het nieuwe document over regionale samenwerking voor mbo‑studenten leest, ziet meer dan een set basisafspraken: het is een kans om de beweging van markt naar mens concreet te maken in de klas, op het plein en in de stagepraktijk.

De verkenning van AEF begint met een herkenbaar beeld: mbo‑studenten die vastlopen in een grijs gebied tussen onderwijs, zorg en welzijn.

Onderwijs heeft de zorgplicht voor passend onderwijs; gemeenten dragen verantwoordelijkheid voor jeugdhulp, preventie, welzijn en maatschappelijke ondersteuning; zorgverzekeraars financieren ggz en medische zorg.
Precies daartussen vallen studenten stil: drie begeleiders, verschillende loketten, telkens opnieuw je verhaal doen, en niemand die echt door de systemen heen kan kijken naar het leven van de student.

Wie met de bril van Verruimde Horizon kijkt, herkent hierin de dubbele kloof: niet alleen tussen strategie en uitvoering, maar ook tussen systeem en leefwereld.

We hebben een landschap van contracten, verordeningen, indicaties en regiokaarten gebouwd; daarbinnen proberen betrokken professionals dagelijks mens te blijven. De vraag is dan niet: “Klopt het netwerk?”, maar: “Wordt het leven van deze student er eenvoudiger, menselijker, dragelijker van?”

Op papier maakt het document een duidelijke draai naar minder markt, meer mens.
Het zet niet in op nieuwe aanbestedingsrondes of losse projecten, maar op een continuüm van ondersteuning, dat begint bij normaliseren, preventie en laagdrempelige hulp dichtbij de school.

 Geen nieuwe ‘producten en prestaties’, maar een basis waarop elke mbo‑student in het land mag rekenen, ongeacht de woonplaats.  Toch is de taal nog sterk systeemgericht: basisinfrastructuur (later basisafspraken), governance, lumpsum, SPUK, verdeelmodellen.

 Dat is begrijpelijk – het zijn de knoppen waar bestuurders nu eenmaal aan kunnen draaien – maar het risico is dat we vooral een nettere markt maken, in plaats van echt ruimte te scheppen rond de student.

“Van markt naar mens” vraagt iets anders: beginnen bij publieke waarden en leefwereld, en pas daarna kijken welke structuren daarvoor nodig zijn.In de blogs op verruimdehorizon.com wordt die omkering scherp verwoord: niet de zorg die wat socialer moet worden, maar een samenleving die zó is ingericht dat zorg weer uitzondering kan zijn.

Toegepast op het mbo‑document betekent dat: niet de vraag “welke voorzieningen kopen we in rond de school?”, maar: “hoe zorgen we dat studenten hun weg vinden in een omgeving waar steun vanzelfsprekend is – in de klas, op stage, in de wijk, online en offline?”.

Het rapport erkent nadrukkelijk dat problemen van studenten zelden eendimensionaal zijn. Mentale gezondheid, verzuim, schulden, onveilige thuissituaties, middelengebruik, gebrek aan netwerk: ze grijpen in elkaar, en worden aan de buitenkant zichtbaar als “ongeoorloofd verzuim” of “studievertraging”.
In Verruimde Horizon‑taal: de zorgvraag ontstaat vaak doordat de sociale basis is uitgehold; je kunt geen houdbare ondersteuning bouwen op een uitgeput leven.

Sterk is dat het document drie leefwereldkeuzes expliciet maakt:

  • De student als geheel mens – niet alleen als leerling – staat centraal, met leefdomeinen die aansluiten bij de NJi‑indeling en de Big 5 van de 16‑27‑aanpak.
  • De schoollocatie wordt erkend als natuurlijke vind‑ en ondersteuningsplek, juist omdat de stap naar het gemeentehuis voor veel jongeren groot is.
  • De stage/BPV‑periode wordt benoemd als kwetsbare fase waarin studenten makkelijk uit beeld raken en ondersteuning extra aandacht vraagt.

Toch blijft de leefwereld in de governance vooral decor.

Casussen en quotes laten scherp zien hoe het nu misgaat, maar studenten zelf komen nauwelijks terug als mede‑architecten van de nieuwe afspraken.

In de blogs over sociale verbondenheid en ‘de verkeerde afslag’ in het sociaal domein wordt precies dat als groot gemis benoemd: beleid dat klinkt alsof het over mensen gaat, maar niet mét hen is gemaakt.

Als we van markt naar mens willen, hoort er bij deze basisafspraken een simpele, maar wezenlijke vraag: waar in de nieuwe structuren krijgen mbo‑studenten een vaste stoel? Niet alleen in een klankbordgroep, maar in de regionale besturing, in de monitoring, in het recht om “dit werkt niet voor ons” te kunnen zeggen.

De verkenning kiest bewust voor domeinoverstijgend werken: WEB, Jeugdwet, Wmo, Wpg, Zvw, VSNDW, suïcidepreventiewet, Hervormingsagenda Jeugd, sterke lokale teams – alles komt samen rond dezelfde student.

Dat is winst: het laat zien dat de vraag van mbo‑studenten niet past in één wet of één begrotingsparagraaf.

Tegelijk laat Verruimde Horizon zien hoe snel netwerken een eigen werkelijkheid worden: kaarten, governance‑modellen, stuurgroepen – terwijl de vraag op straat veel eenvoudiger is.

Domeinoverstijgend werken wordt pas voelbaar als drie bewegingen tegelijk plaatsvinden:

  • Van verwijzen naar samen dragen: niet “school verwijst naar wijkteam”, maar één kernteam rond de student, dat verantwoordelijkheid deelt en zichtbaar blijft – ook tijdens stage en bij overgang naar werk.
  • Van stelselverhaal naar leefwereldverhaal: basisafspraken over aanbod en financiering zijn nodig, maar moeten vertaald worden naar begrijpelijke routes voor studenten: één ingang, één aanspreekpunt, geen doolhof van loketten.
  • Van verantwoorden naar samen leren: gebruik de monitoring niet voor nog een rapport, maar als gezamenlijke leerbeweging van studenten, docenten en professionals, gericht op merkbare effecten in het dagelijks leven.verruimdehorizon+1

Het mooie is: het document reikt de ingrediënten aan.

Doorstroompunten als schakel tussen onderwijs en werk; sterke lokale teams als ruggengraat in de wijk; collectieve, beschikbaarheidsgerichte bekostiging om licht en dichtbij aanbod op school mogelijk te maken.
De verruimde horizon vraagt nu om de volgende stap: deze structuren niet alleen netjes in te richten, maar ze meteen te vullen met verhalen, vragen en keuzes van studenten zelf.verruimdehorizon+1

Aan het eind van de verkenning staat een stille uitnodiging.

Met deze basisafspraken kunnen regio’s bindende uitvoeringsafspraken maken over inhoud, organisatie en financiering van ondersteuning waar alle mbo‑studenten op kunnen rekenen.

Tussen de regels door klinkt de vraag die Verruimde Horizon steeds stelt: doen we dat om het stelsel te optimaliseren, of om het leven van jongeren daadwerkelijk makkelijker, menswaardiger en hoopvoller te maken?

Van markt naar mens betekent in dit dossier:

  • Minder energie in het steeds opnieuw uitvinden en contracteren van projecten; meer tijd in stabiele relaties rond studenten.
  • Minder nadruk op doelgroepen en doelmatigheid; meer op publieke waarden als bestaanszekerheid, sociale verbondenheid en perspectief op werk en leven.
  • Minder sturing op afzonderlijke prestaties; meer op het ervaren verschil in de leefwereld: “Voel ik me gezien? Kan ik blijven leren? Heb ik één iemand die blijft, ook als ik een verkeerde afslag neem?”.

Het document over regionale samenwerking rond zorg en welzijn voor mbo‑studenten is daarmee geen eindpunt, maar een kans. Een kans om de horizon van beleid, uitvoering en inkoop niet langer te laten stoppen bij het loket, maar te rekken tot in de klas, de stageplek en het dagelijks leven van jongeren – precies daar waar de beweging van markt naar mens begint.