- Humor en geduld zijn de kamelen waarmee je door alle woestijnen kunt gaan.
Meneer Reiziger kwam bij de Eerste Hart Hulp in het bed tegenover het mijne te liggen. Bijna 85 was hij en, ondanks zijn hoge leeftijd en forse, pijnlijke hartklachten, viel mij zijn vitaliteit en humor op. Net als zijn doorlopende zoektocht naar onafhankelijkheid in een afhankelijke situatie.
Met een kwinkslag en innemende charme weet hij de hulpverleners steeds een glimlach op het gezicht te toveren. Of duidelijk te maken dat een bepaalde behandeling hem minder aanstaat. Op de vraag of hij ergens allergisch voor was reageert hij ondeugend met ‘lelijke vrouwen’. Waarop de verpleegster lachend besluit dat maar niet op te schrijven. Het besluit hem in bed te houden, waardoor hij niet zelf naar het toilet mocht, levert een aanhoudend gestoei op met vriendelijke en verleidelijke pogingen de hulpverleners van gedachten te doen veranderen. Gewoon, omdat hij het urinaal haat. Tegelijkertijd kan en durft hij hulpverleners duidelijk te maken dat hij respect gaf en eiste.
Toen hij in de vroege ochtend de dienstdoende verpleger vroeg of zij hem kon verlossen van de monitor – hij wilde naar het toilet – reageerde deze op kleinerende toon met een wedervraag, als ware meneer Reiziger dementerend: “Weet u waar u bent, meneer Reiziger?” Waarop hij zei: “Wat is dat nu voor een antwoord. Ik vraag u wat en u reageert met een vraag van hele andere orde!” Het enige antwoord dat meneer Reiziger kreeg was een herhaling van de weet-u-waar-u-bent-vraag. Waarop hij gedecideerd duidelijk maakte dat hij daarvan niet gediend was….
Terwijl ik in stilte genoot van de milde maar besliste assertiviteit van Reiziger moest ik moeite doen om hem niet hardop bij te vallen. Toen ik daarvoor voldoende moed had verzameld was de verpleegster inmiddels bruusk omgedraaid en weggelopen…
Meneer Reiziger weet met een provocatieve en (niet?) conventionele techniek mensen vanuit een warm contact en met veel humor aan te spreken. Daarmee creëert hij ruimte om dingen die hem dwars zitten op een andere manier te bekijken of bespreekbaar te maken. Het effect: een sprankelend contact over actuele zorgen dat er toe doet. Een brug tussen on- en afhankelijkheid.
Taal – in woord en gebaar – is een belangrijk instrument voor hulpverleners. Maar zij is eveneens een grote valkuil. Overdreven vakjargon en al dan niet bedoelde suprematie zijn bekende struikelstenen. Net als een gebrek aan inlevingsvermogen (stel je eens voor dat de rollen omgedraaid waren…), begrip (kruip in de huid van) en een goed inschattingsvermogen van de situatie en de omstandigheden.
Over bejegening is al veel gezegd en geschreven. Dat is niet vreemd, als je weet hoe veelomvattend de betekenis van het woord is. Het gaat over de manier waarop iemand zich tegenover iemand anders gedraagt; over behandeling, onthaal, ontvangst, wijze van tegemoet treden, etc. Het geldt bejegening beslist ook niet alleen voor hulpverleners, verpleegkundigen, verzorgenden en welzijnswerkers. Het is ook niet statisch, maar een dynamisch en wederzijds proces. Kortom: Een veelkoppige uitdaging. Maar we kunnen wel een (goed) begin maken. Bijvoorbeeld met kritisch willen en durven samenwerken met anderen. Inclusief de patiënten zelf. Met een nadruk op respectvol. Immers, respectvol mens de anderen ver- en vooronderstelt respectvolle bejegening van elkaar. Dat biedt ook ruimte voor provocatieve communicatie.
Als we dat alles doen met een instelling van “We hebben er zin in”, ontstaat er een sprookjeshuwelijk tussen humor en zorgen. Bovendien, en dat is misschien met het leukste, het geeft heel veel positieve energie. Of, zoals het zonnestraaltje van de catering – naar wiens komst ik dagelijks uitzie, juist omdat zij deze kunst als geen ander beheerst – mij dagelijks ten afscheid zwaait met een: “Ik heb een superleuke dag gehad. Dus niet naar huis toe gaan hè, want dan kunnen wij elkaar morgen verder gaan waar we vandaag zijn gebleven….”