• Als de helper de geholpene wordt

you are so beautiful - joe cocker
you are so beautiful – joe cocker

Samen een straatje om, zoals gewoonlijk elke avond
Even een straatje om voor ik m’n ogen sluit
Samen een straatje om, het laatste uurtje van vanavond
En ik vraag me af, terwijl ik naar ‘m fluit; wie laat wie nu uit

De afgelopen dagen krijg ik (een vrije variant) op het laatste zinnetje niet uit min hoofd. Voor de jongere lezers: ze komen uit een bescheiden hit (1976) van de destijds razend populaire, vlot gebekte tv-presentator en zanger Rudi Carrell.

De aanleiding? Een telefoontje naar aanleiding van een vorige blog (8 augustus 2014): https://verruimdehorizon.wordpress.com/2014/08/08/het-etiket-van-beerput-op-rozenwater/. Ik werd daarover gebeld. Door Niels Aussems. Hij was gecharmeerd van de blog en vroeg of ik er niet iets meer mee wilde. Publicatie in een krant, een tijdschrift of iets dergelijks. Hij wilde mij wel helpen. Het contact leidde tot de afspraak dat ik mijn blog zou proberen in te korten. Hij moest om en nabij gehalveerd worden.

Terwijl ik die avond mijn blog kritisch onder handen nam, googelde ik tussendoor even op ‘Niels Aussems’. De opbrengst verraste mij. Deed mij direct weer in mijn eigen spiegel kijken. Die ik anderen ook graag voorhoudt.

Ik had mij – op basis van mijn contact met Niels – een beeld gevormd van een welbespraakt en ervaren publicist. De informatie op internet echter leert mij Niels kennen als een 22-jarige vent die PDD-NOS, dyslectie en dyscalculie heeft. Al zou je dat in de omgang dus niet zeggen. Maatwerk en meedoen naar vermogen. Het zijn mooie woorden, maar ze helpen Niels niet uit de Wajong. Door zijn label wordt zijn talent niet gezien.

Niels bleek en is zo ongeveer de verpersoonlijking van dat wat ik met mijn blog over etikettering in de zorg betoog: Laten we (blijven) kijken naar de (kostbare) talenten van mensen. In plaats van het feit dat ze, man, vrouw, introvert of extravert, of wat dan ook zijn. Laten wij ze aanspreken op hun bijzondere aanleg!

Mijn bijgewerkte blog stuurde ik die avond naar Niels. Met de vraag of het resultaat was wat hij beoogde. De volgende ochtend kwam met blog – met complimenten – retour. Niels had wel de vrijheid genomen op onderdelen de puntjes op de i te zetten. En , eerlijk is eerlijk, daarmee de blog (nog) beter gemaakt. Enkele uren later lag hij bij de redacties van verschillende dagbladen….Een stap die ikzelf niet zo gauw zou maken. Niemand die dat misschien gelooft, maar diep van binnen ben ik een verlegen jochie. Uit mezelf ben ik geen voortrekker. Maar iets – gedreven door nieuwsgierigheid, irritatie of verontwaardiging, maar vooral een diep geworteld rechtvaardigheidsgevoel – geeft mij moed en motivatie om mijn nek uit te steken.

En die passie en gedrevenheid herken ik in en bij Niels. Zijn grootste droom is het halen van een MBO-diploma. Dat lukt niet. Hij moet dan beginnen op Niveau 1, terwijl hij praktijkgericht is. Hij wil en kan doelgericht leren; met een focus op zijn talent. De opleiding die hij wil doen ligt op niveau 3/4. Maar ‘Passend Onderwijs’ is voor Niels – als gevolg van bureaucratische regels – niet bereikbaar. Ook dat weet Niels haarfijn zelf te verwoorden. Leest u onderstaand zijn eigen blog daarover maar eens.

Waarom ik dan nu dit stukje schrijf? Omdat dat ene (geparafraseerde) zinnetje – uit dat liedje van Carell maar in mijn hoofd blijven rondspoken: wie helpt wie nu eigenlijk?

Niels heeft mij geholpen (weer) een beetje beter te worden. Vooral doordat hij mij op zijn manier heeft geholpen mijn inspiratie bij mijn werk binnen het sociaal domein nog meer te focussen op de betekenis van wederkerigheid. De mogelijkheden die opduiken, als de hulpverlener oog heeft voor het vermogen van de ‘cliënt’ om ánderen te helpen.

Wederkerigheid – het delen en benutten van elkaars talenten – is verweven met dat wat wij belangrijk vinden bij de doorontwikkeling van het stelsel van welzijn en zorg. Wederkerigheid gaat samen met het oefenen van partnership. Met andere woorden: het komt en groeit mee als de partners elkaar ten dienste kunnen en willen zijn. Als helper en geholpene hun rollen kunnen en durven wisselen.

Mbo moet er zijn voor iedereen
Door Niels Aussems
De hoger wordende eisen voor vakken Nederlands, Engels en wiskunde maken het moeilijk een mbo-opleiding te volgen voor jongeren die meer praktisch dan theoretisch zijn ingesteld, betoogt Niels Aussems (22) uit Waalwijk dat sinds 2009 ‘thuiszitter’ is.

Al vier jaar strijd ik voor een plek in het mbo. Ik wil graag de opleiding tot junior accountmanager of fotografie volgen, maar tot nu toe loop ik tegen onoverkomelijke problemen op. Met mij zitten er 16.000 leerplichtige kinderen en vele Wajongeren zonder enige toekomst perspectief thuis, blijkt uit een onderzoek in 2012. (bron: http://nieuws-uitgelicht.infonu.nl/educatie-en-school/102058-leerplicht16000-nederlandse-kinderen-gaan-niet-naar-school.html en http://www.intelligence-group.nl/nl/actueel/nieuws/mei-2014/onvoldoende-wajongers-voor-de-participatiewet). Dat komt doordat het onderwijsstelsel niet aansluit op deze doelgroep.

Door oorpijn liep ik al jong een leerachterstand op. In mijn laatste schooljaar (2008/2009) op de praktijkschool zijn de diagnoses Dyscalculie (rekenprobleem) en PDD-NOS (een vorm van autisme) bij mij vastgesteld. Na de praktijkschool ben ik meteen gestrand. Het probleem ligt in mijn ogen bij het mbo. Zelfs bij de Beroepsbegeleidende Leerweg (BBL), de meest praktische leerweg, worden eisen gesteld aan de theoretische vakken Nederlands, Engels en wiskunde waaraan ik niet kan voldoen. Natuurlijk is het belangrijk om sociale vaardigheden te leren en je hebt Nederlands, Engels en wiskunde nodig om daarna in de praktijk verder te gaan leren. Maar dat moet wel op mijn niveau gebeuren. Voor mij is mbo een basis om daarna te kunnen gaan werken. Ik wil graag de kans krijgen die basis te verwerven.

Naast de eisen die de theoretische vakken stellen is er nog een probleem met het mbo. De klassen zijn te groot. Leerlingen zoals ik krijgen daardoor te weinig aandacht. Leraren moeten meer tijd hebben om met jongeren kennis te maken en samen met hen hun talenten op te bouwen.

Ik heb veel moeite gedaan om met de roc’s in mijn omgeving een oplossing te zoeken. Tot nu toe zonder resultaat. De Wet passend onderwijs, die per 1 augustus van kracht is geworden, garandeert officieel dat er geen thuiszitters meer zijn. Maar mbo-instellingen bepalen zelf hoe zij passend onderwijs op hun opleiding organiseren. (bron: http://www.passendonderwijs.nl/veelgestelde-vragen/mbo-en-passend-onderwijs). Daardoor vallen mensen als ik toch buiten de boot. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?