• Waar stokpaardjes en mensbeelden langs elkaar heenlopen en heen leven, is verscheidenheid slechts een brok ellende en frustratie
Bent u oeconomicus, ludens of faber? U weet het niet? Laat ik u dan helpen:
• de homo oeconomicus (quasi-Latijn voor “economische mens”) staat voor een mensbeeld waarbij de mens eerst en vooral een economisch wezen is, gericht op de efficiënte, rationele of logische wijze van bevrediging van zijn behoeften;
• de homo faber (Latijn voor”werkende mens”) staat voor een mensbeeld waarbij mensen wezens zijn met een aangeboren drang tot arbeid en creativiteit. Een aangeboren drang om werktuigen en techniek te ontwikkelen, gericht op het naar hun hand zetten van de eigen leefomgeving.
• de homo ludens (Latijn voor “spelende mens”) staat voor een mensbeeld waarin de mens eerst en vooral een spelend wezen is. In de jaren 1960 werd het concept homo ludens nieuw leven ingeblazen door de provobeweging en kabouters.
Weet u het nu? Of u oeconomicus, ludens of faber bent?
Ik heb zelf de nodige moeite met dit ‘hokjesdenken’. Het mist de nuance en heeft –vrijwel altijd een negatieve lading. En ook daar verzet ik mij tegen. Dit ‘hokjesdenken’ verzwakt volgens mij de samenleving. Omdat wij mensen in een bepaalde categorie vervolgens ook dezelfde eigenschappen toekennen. En zo – systematisch – alle waarden en normen, alle sociale verbanden, samenhang en het vermogen tot co-creatie uithollen. Immers, waar gelijkheid heerst, hechten mensen steeds minder belang aan onder- en verscheidenheid. Terwijl juist onder- en verscheidenheid de menselijke motor zijn, creëren en stimuleren wij kuddegedrag.
Tocqueville (Frans aristocraat, politiek filosoof en socioloog, historicus en staatsman – Verneuil-sur-Seine, 29 juli 1805 – Cannes, 16 april 1859) schreef eens: “De overheid zal de samenleving in een net spannen van ingewikkelde, gedetailleerde en eenvormige verordeningen waardoor zelfs de meest originele en wilskrachtige geesten zullen worden gelijkgeschakeld. Men zal mensen tot niets dwingen, maar men zal zoveel belemmeringen aan de persoonlijke activiteiten opleggen, dat uiteindelijk elk initiatief uitdooft. Zonder op enigerlei wijze tiranniek te moeten optreden, worden mensen monddood en willoos gemaakt. De natie zal een kudde angstige en vlijtige schapen worden, met de overheid als zorgzame herder.”
— uit “Over de democratie in Amerika”
Wij, de samenleving, reageren hierop. Met een beweging die wij duiden met verschillende benamingen: vermaatschappelijking, zelfredzaamheid, eigen kracht, vitale samenleving, participatiemaatschappij, doe-democratie, etc.
Hoewel dat precies de beweging is die de overheid wil, blijft zij – als de zorgzame herder – last houden van de gelijkheidsreflex: in gelijke gevallen moeten wij ook gelijk handelen. Om dat mogelijk te maken, moeten wij categoriseren. Vanwege het politiek en bestuurlijk ongemak bij variëteit en verschil. En dus dreigt de valkuil van de beheersreflex.
De gelijksheidsreflex staat, net als de beheersreflex, haaks op de basisidee van de beoogde maatschappelijke beweging: het ontginnen en exploreren van de inspiratie van mensen: het verlangen en de ambitie. En de daaruit voortvloeiende eigen kracht.
Inspiratie
Nelson Mandela had in zijn inauguratierede voor het presidentschap van Zuid-Afrika in 1994 een aantal prachtige boodschappen:We zeggen tegen onszelf: wie ben ik om briljant, leuk, getalenteerd en geweldig te zijn?
Maar in werkelijkheid kun je je afvragen waarom je dat niet zou zijn.Je helpt de wereld niet door je kleiner voor te doen dan je bent.
Het is onze natuur om te stralen, zoals kinderen stralen.De innerlijke kracht is niet alleen in sommigen van ons, maar in iedereen.
En wanneer we ons licht laten stralen, nodigen we anderen vanzelf uit hetzelfde te doen.
Aansluiten op de eigen kracht van mensen betekent dat er verschil gaat – en mag/moet – ontstaan. Als wij dat niet willen aanvaarden, is de hervorming van ons sociale stelsel een dode letter. Het betekent dat wij – overheid en inwoners – de gelijkheidsreflex moeten durven weerstaan. Hoe lastig dat ook is.
Hierbij hoort ook dat wij het maatschappelijk initiatief omhelzen en aanvaarden als het uitgangspunt van de eigen kracht. En niet als sluitstuk. Of, zoals José Manshanden (lid van de Raad Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) en themadirecteur Sociaal/lid Directieraad Gemeente Utrecht) het onlangs verwoorde: “Eigen verantwoordelijkheid eerst; dan publieke bijdrage en niet andersom” (9 november 2013, netwerkbijeenkomst „Durft u het aan?” te Groningen).
Een eerste stap in de goede richting is loslaten! Op alle overheidsniveaus! Want terwijl de rijksoverheid – met vallen en opstaan – probeert zich aan de rol van ‘zorgzame herder’ te ontworstelen, dreigen gemeenten die rol juist weer naar zich toe te trekken. Immers, het stimuleren van het zelforganiserend vermogen van de samenleving vraagt juist om een houding van ‘op je handen haar gaan zitten’ en ‘mogelijk maken’ (zie ook: Ban de roltrap – Peter Paul Doodkorte) in plaats van ‘de handjes laten wapperen’.
De mens is een complex wezen, met veel meer kanten dan de wetenschap hem als oeconomicus, ludens of faber toeschrijft. Wat ons als mensen verbindt is dat ieder van ons dromen, verlangens en ambities heeft. Ze zijn groot of klein, privé of professioneel. Ieder van ons heeft die onderstroom van verlangen. Zij inspireert, geeft energie en geeft diepte aan ons leven. En iedereen weet ook, hoe lastig het is of zijn kan, ze waar te maken. Door persoonlijke beperkingen dan wel belemmeringen. Door praktische bezwaren, etc. Daarin ligt ook de uitdaging voor eenieder van ons: het (her-)ontdekken en ontginnen van onze verlangens en ambities. Door ruimte voor het verlangen. En de verzilvering daarvan. Omdat het ons leven mooier, leuker, rijker, spannender en diepgaander kan maken. Dat kan…als wij mensen in en met hun passie laten werken. Het is die kracht van het individu die wij moeten aanspreken.
Samenvattend
Elk succes begint met een verlangen. Dat verlangen, die bezieling, is wat mensen succesvol maakt. Een succesvolle samenleving creëren wij als wij het verlangen en de bezieling van mensen met elkaar weten te verbinden. Vertrouwen, binding, creatiedrang en mogelijk maken zijn daarbij de belangrijke elementen.
Beste Peter Paul,
Zoals je weet ben ik een warm voorstander van eigen kracht, particulier initiatief en de participatiesamenleving. De maakbare samenleving onder strakke regie van de overheid daar geloof ik niet echt in. Joop den Uyl had het al over de smalle marges van de maakbare samenleving. Eindelijk lijkt het zover dat gemeenten dit nu ook gaan ontdekken. Althans dat dacht ik even totdat ik vorige week het bericht ontving van een gemeente dat wij als organisatie niet in de volgende fase van een aanbestedingstraject mochten meedoen omdat wij een hokje onjuist hadden ingevuld. Je wilt het niet geloven, het ging om een aanzienlijk bedrag. Geen telefoontje, geen enkel bericht vooraf. Slechts dit bericht. Terwijl wij notabene in ons voorstel veel Eigen Kracht, veel eigen initiatief en veel eigen middelen hadden verwerkt om zodoende in combinatie met de middelen waarvoor ingeschreven moest worden veel extra’s zouden kunnen bieden. Waar moet dit heen? Is dit ons nieuwe voorland? Wel de burger aansporen om op eigen kracht zaken te regelen, particulier initiatief te tonen maar vervolgens als overheid slechts het “paarse” potlood te hanteren. Een succesvolle samenleving is een samenleving waarin het ontwerp de ruimte krijgt en niet de regels en de procedure. Actieve, ondernemende en creatieve burgers en een dienende overheid zijn de pijlers van een succesvolle samenleving. We zijn er nog (lang) niet.
Zie mijn volgende blog!
Helemaal mee eens Peter Paul. Maar… m.b.t. dit punt:
“Hoewel dat precies de beweging is die de overheid wil, blijft zij – als de zorgzame herder – last houden van de gelijkheidsreflex: in gelijke gevallen moeten wij ook gelijk handelen.”
kun je m.i. net zo legitiem stellen dat het ‘de burger’ is die in gelijke gevallen gelijk behandeld wil worden (want dat klinkt zo rechtvaardig maar is het natuurlijk niet altijd). De overheid maakt daar vervolgens regelgeving voor. En is beducht voor het toestaan van een uitzondering, want daarmee schept men een precedent want als ik A mag als uitzondering, is de buurman er als de kippen bij om te eisen dat hij A dan ook mag. Terwijl er best omstandigheden zijn waarin je dat onderscheid zou willen maken. Neem een bestemmingsplan waarbinnen iemand toch een metertje hoger of dieper wil bouwen en daar een goed argument voor heeft, of een activiteit wil uitoefenen die je best zou willen toestaan want het voegt iets toe maar valt strikt genomen net buiten het plan. Maar als A het mag, mag B het ook en dat wil je dan weer niet want 1 is wel genoeg in dat gebied.
Of neem iets als asielzoekers, als voorbeeld maar het geldt voor veel meer soorten cases. We willen duidelijke regels wanneer iemand ja of nee in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. Tegelijkertijd hebben we soms legitieme redenen om iemand die er formeel net buiten valt, toch hier te willen laten blijven. Maar als de minister een paar keer iemand toestaat in afwijking van de regels, heeft dat weer de neiging een regel te willen worden want waarom A wel en B niet. Blijft best een lastige spagaat.
Ook eens met je stelling:
“Aansluiten op de eigen kracht van mensen betekent dat er verschil gaat – en mag/moet – ontstaan. Als wij dat niet willen aanvaarden, is de hervorming van ons sociale stelsel een dode letter. Het betekent dat wij – overheid en inwoners – de gelijkheidsreflex moeten durven weerstaan. Hoe lastig dat ook is.”
Maar zie hier:
http://essay-fsw.com/2013/11/22/een-ambtenaar-aan-je-keukentafel-is-niet-gewoon/
In het kader van de WMO komt een ambtenaar bij je thuis om aan ‘de keukentafel’ te bespreken wat je wel of niet zelf nog kunt, en waar informele hulp van omgeving (familie, vrienden, buren) mogelijk is, en waar aanvullende professionele hulp nodig is. We moeten nu eenmaal de komende jaren met minder middelen meer doen. En maatwerk per persoon: prima. Maar de opsteller van dit stuk begint dan weer over willekeur, rechtsongelijkheid, machtspositie van de ambtenaar e.d. Tja ik ga er vanuit dat de ambtenaar opgeleid is terzake en niet zomaar iets doet, en zowel de belangen van de budgetten als de belangen van de burger in kwestie in balans weet te brengen. Als je dat bij voorbaat al niet vertrouwt, krijg je weer de roep om gelijkheidswetgeving. Weer een spagaat dus. In die zin kun je het als overheid ook nooit goed doen. Want tegen beide stromingen valt met legitieme argumenten te ageren. Ik probeer dan weer een stap verder te denken om eindeloos welles/nietes te voorkomen. Het zou toch mogelijk moeten zijn om wat je aangeeft, uit te gaan van eigen kracht, dus dan ontstaan er verschillen. Maar tegelijkertijd te borgen dat mensen niet de dupe worden van de machtsongelijkheid. Dan heb je en/en. Het beste van beide werelden zeg maar. Er moet wel een onafhankelijk oordeel mogelijk zijn van iemand die boven de partijen staat, als iemand zich onredelijk bejegend voelt bijv. in het kader van de WMO.
Frank,
We zijn er inderdaad nog lang niet. En tegelijkertijd: de aanhouder wint.