
Hoe hard moet je schreeuwen als je gewoon je werk wilt doen?
Het is 2026. We hebben een nieuwe minister, een nieuw verhaal, een nieuwe naam voor een wet. En toch staat dezelfde groep mensen nog altijd in de tocht: de zzp’er die gewoon zijn werk wil doen en de huisarts, schoolleider of teammanager die hem of haar graag wil inhuren.
In Den Haag heet dat “werken aan duidelijkheid”. Op de bank van de kleine ondernemer heet het: opnieuw rekenen, opnieuw twijfelen, opnieuw slecht slapen.
Van Vbar naar Zelfstandigenwet: een nieuw bordje op dezelfde deur
Er zou een wet komen – Vbar – die eindelijk duidelijk zou maken wanneer je ondernemer bent en wanneer niet. Criteria, voorbeelden, rechtsvermoeden: het hele pakket. Veel zzp’ers hebben zich er al op voorbereid, advies ingewonnen, contracten aangepast, websites herschreven.
Die wet is nu grotendeels van tafel geveegd om ruimte te maken voor de Zelfstandigenwet. Mooie naam, hoopgevend verhaal, maar voorlopig vooral een belofte: de Eerste en Tweede Kamer moeten er nog over spreken, en de praktijk op de werkvloer verandert er vandaag precies nul door.
Tot die tijd beoordelen zzp’er en opdrachtgever hun samenwerking op basis van rechterlijke uitspraken over Deliveroo-bezorgers en Uber-chauffeurs. De één brengt maaltijden rond, de ander leidt een jeugdteam, draait een OK of houdt een jeugdzorginstelling overeind. Toch moet iedereen door dezelfde juridische hoepels springen.
Coulance, maar dan met een sluimerende dreiging
De Wet DBA is terug van nooit weggeweest. Handhaving loopt op, de coulanceregeling is verlengd, maar niet zo ruim en geruststellend als vaak wordt gesuggereerd. Er is minder boete, maar wél controle, wél naheffing, wél het zwaard van Damocles boven de schouders van opdrachtgever én opdrachtnemer.
Op papier heet dat: zorgvuldig invoeren. Aan de keukentafel heet het: je weet niet of je volgend jaar nog hetzelfde werk mag doen op de manier die voor iedereen gewoon goed werkt.
Het publieke geldlek 2.0: marge in plaats van mens
Omdat niemand precies weet waar de grens ligt tussen “ondernemer” en “schijnzelfstandige”, schuiven organisaties het risico door. Niet meer rechtstreeks een zelfstandige waarnemer, specialist of beleidsadviseur inhuren, maar via een detacheringsbureau, broker of payrollconstructie.
De professional blijft dezelfde. De opdracht blijft dezelfde. Alleen de factuur verandert: er komt een stevige marge overheen. Publiek geld – zorg, onderwijs, sociaal domein – dat zou moeten landen bij vakmanschap en menskracht, verdwijnt in schillen, schijven en schermconstructies.
We hebben het dan niet meer over een incidenteel lek, maar over een structurele kraan die openstaat. Een overheid die zegt te letten op doelmatigheid, accepteert ondertussen dat onzekerheid over regels de duurste oplossing in de markt beloont.
De mens als bijlage bij zijn eigen werk
In al die discussies verdwijnen mensen gemakkelijk achter formulieren, modelovereenkomsten en juridische schema’s. De zelfstandige wordt een bijlage bij zijn eigen arbeid: uurtarief hier, opdrachtsom daar, vinkjes bij instructiebevoegdheid, integratie in de organisatie en gezagsverhouding.
Veel zzp’ers hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in bv’s, juridische adviezen, extra verzekeringen en complexe boekhouding. Niet om hun werk beter te kunnen doen, maar om het überhaupt nog niét-te-gevaarlijk te kunnen aanbieden. Hetzelfde geldt voor huisartsenpraktijken en kleine organisaties in zorg en welzijn die nu vooral bezig zijn met “risicobeheersing” in plaats van met hun patiënten, cliënten en inwoners.
Hoe hard moet je schreeuwen om gehoord te worden?
In Den Haag zegt bijna iedereen inmiddels: het grijze gebied blijft. Absolute zekerheid vooraf is een illusie. Er zullen altijd grensgevallen zijn. Dat is eerlijk, maar ook onthullend. Als je weet dat het nooit honderd procent waterdicht wordt, waarom laat je dan wel honderd procent van het risico bij de kleine ondernemer liggen?
Hoe hard moet je als zzp’er schreeuwen om gehoord te worden, als je alleen maar vraagt om drie gewone dingen:
- dat je vóór je aan een opdracht begint ongeveer weet waar je aan toe bent
- dat je niet wordt weggezet als probleem, terwijl je het personeelstekort in zorg, onderwijs en sociaal domein helpt oplossen.
- dat een groot deel van jouw tarief niet verdwijnt in marges en tussenlagen, alleen omdat de overheid haar eigen twijfel niet durft op te lossen.
Misschien is de vraag niet of we harder moeten schreeuwen, maar of we beter georganiseerd moeten spreken. Minder losse noodkreten, meer gezamenlijk daglicht.
Een uitnodiging aan Den Haag
Aan de minister, de Kamerleden en alle partijen die “rust en duidelijkheid” beloven: kom een week lang kijken bij de mensen die het nu moeten doen met halve zekerheden en hele risico’s. Ga mee naar de waarnemend huisarts, de zelfstandige jeugdzorgwerker, de interim-manager die een omgevallen team weer overeind helpt zetten. Luister als zij hun laptop openklappen en laten zien hoeveel extra uren, euro’s en zorgen er zijn bijgekomen sinds de Wet DBA uit de kast is gehaald.
Maak een keuze die eerlijk is: of zeg eerlijk dat je zelfstandigheid op grote schaal wilt inperken (en leg dat uit aan kiezers), óf kies ervoor om zelfstandig werken volwassen ruimte te geven, met duidelijke, uitvoerbare regels die niet iedere twee jaar van kleur verschieten. Alles ertussenin is geen nuance meer, maar uitstel. En uitstel is een rekening die nu al elke dag wordt betaald door mensen die gewoon hun werk willen doen.