Eenzaamheid die we niet zien  

Beste lezers, plaatsgenoten, beste familie,  

Soms valt er een stilte over een gemeenschap die niet uit woorden bestaat, maar uit het ontbreken ervan. Een stilte die zich nestelt in straten, in huizen, in gedachten. De afgelopen dagen is zo’n stilte over ons heen gevallen.  

Twee jonge mensen. Een jongen en een meisje.  

Ik kende hen niet. En toch voelt het alsof ik iets van hen mis.  

Misschien is dat het meest indringende aan momenten als deze: dat verlies zich niet laat begrenzen door nabijheid. Dat het ons allemaal raakt, juist omdat het ons herinnert aan iets wat groter is dan wijzelf – onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om te zien, te horen, en er te zijn.  

Twee dagen. Twee levens.  

Beëindigd met een sprong.  

En ergens, tussen de vragen die geen antwoorden krijgen, groeit een ongemakkelijk besef. Geen beschuldiging, geen harde vingerwijzing – maar een zachte, schrijnende gedachte: ‘hebben wij iets gemist?’

Ik merk bij mezelf dat zulke gebeurtenissen oude scènes naar boven halen. Het 14‑jarige klasgenootje, met wie ik van school naar huis fietste. En die, uit het niets, met zijn fiets een op dat moment gesloten spoorwegovergang op reed. De 18‑jarige zoon van de bakker, voor wie ik als broodventer werkte. Ik hoor nog de schreeuw van zijn moeder, toen ze nietsvermoedend de hal inliep en in het trapgat haar zoon zag hangen. Of mijn oom, die thuiskwam na zijn werk en zijn vrouw, mijn tante, levenloos in het trappenhuis aantrof.  

Die herinneringen veranderen niet meer. Maar wat we ermee dóen, misschien nog wel.  

Eenzaamheid die we niet zien  

Wij leven dicht op elkaar, maar soms ook langs elkaar heen. We groeten, we knikken, we scrollen, we haasten. We zien elkaar, maar herkennen we ook wat er schuilgaat achter een blik die net iets te lang afwezig is? Achter een lach die misschien meer verbergt dan laat zien?  

De cijfers vertellen een somber verhaal: in Nederland overlijden jaarlijks rond de 1.800 mensen door suïcide, en onder jongeren is het een van de belangrijkste doodsoorzaken. Achter elk cijfer schuilt een wereld van gedachten en gevoelens – van druk, verwachtingen, gepieker, schaamte, vermoeidheid. Van niet willen belasten. Van denken dat het beter is zonder jou.

Wat de overheid probeert  

De overheid ziet die werkelijkheid ook en probeert daar iets mee te doen. Er is een Landelijke Agenda Suïcidepreventie, waarin Rijksoverheid, GGZ‑instellingen, scholen, gemeenten en organisaties als MIND en 113 samenwerken aan projecten die suïcide moeten terugdringen.

Dat gebeurt op verschillende manieren:

  • bewustwordingscampagnes over het praten over suïcide;
  • trainingen voor huisartsen, hulpverleners, docenten, wijkteams om signalen eerder te herkennen;
  • programma’s op scholen, zoals de MIND Young Academy, die jongeren leren praten over mentale gezondheid en suïcidale gedachten bespreekbaar maken;
  • regionale samenwerkingen tussen ggz, gemeenten en andere partners om eerder in beeld te krijgen wie vastloopt.

Dat is belangrijk en nodig. Het laat zien dat suïcidepreventie niet alleen een zaak is van de zorg, maar van onderwijs, werk, gemeenten en samenleving samen.

Maar geen enkel beleidsplan, hoe goed doordacht ook, kan doen wat alleen mensen kunnen: nabij zijn. Luisteren zonder oordeel. Uithouden bij verdriet waar geen woorden voor zijn.  

Wat wij als mensen kunnen doen  

Misschien zit de kern niet in grootse gebaren. Misschien begint het in het kleine.  

In het durven vragen: ‘hoe gaat het écht met je?’

En dan niet weglopen als het antwoord even stil blijft.  

In het verdragen van ongemak, van een gesprek dat stroef loopt. In het bellen, appen of even aanbellen bij iemand die zich heeft teruggetrokken. In het ter sprake brengen van mentale pijn – thuis, op school, aan de keukentafel, in de sportkantine.  

Wie meer ziet, kan eerder helpen. En wie durft te vragen, kan soms het verschil maken tussen een gedachte en een daad.  

Je hoeft dan niet de perfecte woorden te hebben. Je hoeft geen therapeut te zijn. Soms is blijven – luisteren, meedenken, samen zoeken naar hulp – al een vorm van redden.  

Waar je terecht kunt – voor jezelf of voor een ander  

Misschien roept dit niet alleen verdriet op, maar ook zorgen. Om je kind, je leerling, je vriend. Of om jezelf. Dan is het belangrijk om te weten: je hóeft hier niet alleen mee te blijven rondlopen.  

In Nederland is er de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Deze is 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar voor mensen met suïcidale gedachten én voor naasten die zich zorgen maken. Je kunt gratis en anoniem bellen met 113 of 0800‑0113, of chatten via http://www.113.nl. Op de website vind je ook zelfhulpmodules, informatie en mogelijkheden voor (online) behandeling.

Daarnaast vind je bij MIND informatie, ervaringsverhalen en (online) steun rondom mentale gezondheid en suïcide. In veel gemeenten zijn bovendien wijkteams, jeugdteams en huisartsenpraktijken geschoold om signalen te herkennen en snel de juiste hulp in te schakelen.

Dat alles is belangrijk en hoopvol – maar het vervangt nooit de simpele, menselijke vraag: “Zal ik even met je meelopen?” of “Wil je erover praten?”

Tot slot  

Beste familie,  

woorden zullen tekortschieten. Dat doen ze altijd bij verlies dat zo groot is. Toch wil ik u laten weten dat uw verdriet niet onopgemerkt blijft. Dat er mensen zijn die, ook zonder uw dierbaren gekend te hebben, met u meeleven – in stilte, in gedachten, in pogingen om iets van die leegte te begrijpen.  

En aan ons, als gemeenschap, wil ik voorzichtig iets vragen.  

Niet als oordeel, maar als uitnodiging:  

Laten we proberen om elkaar iets meer te zien. Niet alleen met onze ogen, maar met aandacht.  Niet alleen op de momenten dat het goed gaat, maar juist wanneer het schuurt, wanneer iemand zich terugtrekt, wanneer woorden uitblijven.  

Want misschien – heel misschien – zit daar het verschil.  

Niet in het voorkomen van alles wat onbegrijpelijk is, maar in het verkleinen van de afstand tussen mensen.  

Zodat niemand zich onzichtbaar hoeft te voelen.  

Zodat niemand alleen hoeft te vallen.  

In mededogen, in verbondenheid, en met de hoop dat we elkaar iets beter leren zien,  

Een plaatsgenoot