
Joe Speedboot
Soms komt er een film langs die meer is dan een verfilmd boek. Joe Speedboot is zo’n verhaal. Het begint bij een ongeluk en eindigt bij iets wat we in het sociaal domein vaak zoeken, maar lastig kunnen organiseren: hoop.
Fransje, Joe en het dorp Lomark
In Joe Speedboot maken we kennis met Fransje Hermans, een tiener die na een bizar ongeluk in een rolstoel belandt, niet meer kan praten en alleen zijn rechterarm nog goed kan gebruiken.
Zijn wereld is klein: een lichaam dat niet meer meewerkt, een slaperig dorp waar weinig gebeurt, en een toekomst die vooral voelt als ‘uitzitten’.
Tot Joe opduikt. Joe Speedboot – de nieuwkomer, de buitenstaander, de jongen met te veel plannen en te weinig rem.
Wat volgt is een onwaarschijnlijke vriendschap, een verhaal over grenzen verleggen, risico nemen, verlangen, verliefdheid en de koppige weigering om een leven te accepteren dat al voor je lijkt ingevuld.
Het dorp Lomark lijkt op het eerste gezicht veilig, maar is ook benauwend. Een plek waar iedereen elkaar kent, maar niet per se echt ziet. En precies daar schuurt Joe Speedboot tegen onze dagelijkse werkelijkheid in het sociaal domein.
Wat als je leven vastloopt?
Fransje is – in de taal van beleid – een jongere met een meervoudige beperking en een kwetsbare positie. In gewone mensentaal: een puber die zijn lijf is kwijtgeraakt, zijn stem is verloren en zijn dromen moet heruitvinden. Hij is afhankelijk van anderen voor zorg, vervoer, communicatie. Afhankelijk van een dorp dat niet goed weet wat het met hem aan moet.
In het sociaal domein ontmoeten we elke dag ‘Fransjes’:
- Jongeren bij wie het leven in één klap verandert door een ongeluk, ziekte of verlies;
- Jongeren die vastlopen in school, thuis of in zichzelf;
- Jongeren die meer zijn dan hun dossier, maar die daar niet altijd naar behandeld worden.
Joe Speedboot laat zien hoe het is als je lichaam je beperkt, maar je verbeeldingskracht en verlangen naar leven daar geen genoegen mee nemen. En hoe noodzakelijk het is dat er íemand opstaat die niet eerst naar jouw beperkingen kijkt, maar naar jouw mogelijkheden.
De Joe’s van het sociaal domein
Joe is geen hulpverlener. Hij heeft geen SKJ-registratie, geen methodiek, geen beschikking. Wat hij wel heeft:
- Een tomeloze fantasie;
- Lef om regels op te rekken;
- Een rotsvast geloof dat er meer in Fransje zit dan zijn rolstoel laat zien.
In onze dagelijkse praktijk zien we gelukkig ook zulke ‘Joe’s’: een buurtsportcoach die net even langer blijft hangen, een jongerenwerker die niet loslaat, een docent die achter gedrag de pijn ziet, een wijkteammedewerker die buiten de lijntjes durft te kleuren.
Maar er is een verschil. Joe kan doen wat hij doet omdat niemand hem aan een format of indicator houdt. Professionals in het sociaal domein bewegen dagelijks in een werkelijkheid van regels, verantwoording, wachtlijsten en systemen. De vraag is dan: hoe creëren we binnen die werkelijkheid toch ruimte voor de energie van Joe Speedboot? Voor mensen die niet eerst het product, maar de persoon zien?
Van systeemlogica naar levenslogica
Joe Speedboot schuurt. De film is rauw, speels, soms hard en vaak ontroerend. Er wordt gestunteld, geprobeerd, gefaald en opnieuw begonnen. In beleidstaal zouden we het trial and error in het traject van een jongere met multiproblematiek noemen. Maar in de film zien we simpelweg: leven.
In het sociaal domein worstelen we met precies die beweging:
- We willen nabij zijn, maar belanden in protocollen;
- We willen maatwerk, maar schrijven verordeningen;
- We willen hoop bieden, maar praten over doelmatigheid en uitstroomcijfers.
Joe Speedboot herinnert ons eraan dat een mensenleven niet lineair is. Dat groei vaak met omwegen gaat. Dat vriendschap, liefde en erkenning minstens zo transformerend kunnen zijn als een trajectplan.
De opgave voor het sociaal domein is om systemen zo in te richten dat die levenslogica niet steeds hoeft te vechten met de systeemlogica. Dat jongeren niet alleen cliënt zijn, maar vriend, leerling, broer, geliefde, buurtgenoot.
Wie ziet jouw Fransje?
Misschien is dat de vraag waarmee je deze film uitkomt. Niet: ‘was de verfilming trouw aan het boek?’ – al is dat voor liefhebbers een interessante discussie. Maar: wie is in mijn gemeente, in mijn wijk, in mijn organisatie de Fransje die we over het hoofd zien?
- De jongere in de rolstoel achter het raam.
- De jongen die niet meer praat, maar alles opschrijft in zijn telefoon.
- Het meisje dat altijd in de schaduw van de groep blijft.
En minstens zo belangrijk: wie zijn de Joe’s in jouw omgeving? En geven we hen genoeg ruimte, vertrouwen en rugdekking om verschil te maken?
Joe Speedboot als uitnodiging
Joe Speedboot is geen handleiding voor het sociaal domein. Gelukkig niet. Het is een uitnodiging:
- Om opnieuw naar kwetsbaarheid te kijken, niet als eindpunt maar als vertrekpunt;
- Om vriendschap en verbeeldingskracht serieus te nemen als krachten in herstel;
- Om jongeren niet alleen te benaderen vanuit risico’s, maar vanuit verlangen: waar droom je van, waar wil je naartoe?
In een tijd waarin we druk praten over hervormingsagenda’s, transformaties en stelsels, is het misschien precies dit soort verhalen dat we nodig hebben. Verhalen die je even laten voelen hoe het is om vast te zitten – en wat er kan gebeuren als er iemand naast je komt zitten die zegt: Ik zie je. Ik hoor je. En ik geloof dat er meer in jou zit dan je nu kunt laten zien. Misschien is dat, diep vanbinnen, waar het sociaal domein ooit voor bedoeld was. En misschien helpt een film als Joe Speedboot ons om dat weer even echt te voelen.
Joe Speedboot is geen beleidsfilm, maar raakt precies aan waar het sociaal domein over zou moeten gaan: gezien worden, kansen krijgen, durven dromen – ook als je lijf of leefomgeving niet meewerkt.
Een verhaal over vriendschap, veerkracht en iemand die naast je gaat staan in plaats van tegenover je.