In het sociaal domein houden we van woorden. Stevige woorden ook. We plakken ze op teams, akkoorden, agenda’s en wetsvoorstellen. Stevige Lokale Teams. Reikwijdte jeugdhulp. Het klinkt alsof we precies weten waar we mee bezig zijn. Maar zodra je iets dieper luistert, hoor je iets anders: twijfel.  

Twijfel over een simpele vraag: Mag één en hetzelfde team én zelf helpen, én bepalen of je recht hebt op specialistische hulp?  

Stel je voor: je loopt met je kind naar het lokale team. Niet omdat je zorg zoekt, maar omdat je zorgen hébt. Het team kent je wijk, de school, de voetbalclub. Je vertelt je verhaal, iemand luistert, denkt mee, belt misschien met school of met oma. Er komt lucht.  

Precies dát is de bedoeling van de Stevige Lokale Teams: dichtbij, gewoon menselijk, zonder meteen dossiers open te slaan en formulieren te vullen.

Maar ondertussen gebeurt er nog iets. In dezelfde ruimte, met dezelfde mensen, wordt ook besloten: “Krijgen jullie specialistische jeugdhulp? Hoeveel? En van wie?”  

Dan dragen teamleden opeens twee petten: die van hulpverlener én die van poortwachter. En dát is waar het gaat wringen.  

De nieuwe koers van rijk en gemeenten zegt ongeveer dit:  

  • Lokale teams moeten zélf hulp bieden. Gewoon in de buurt, in gewone taal.
  • En als het ingewikkelder wordt, zijn zij ook de toegang naar specialistische jeugdhulp.

Dus ja: het is nadrukkelijk de bedoeling dat Stevige Lokale Teams beide doen. Niet óf‑óf, maar én‑én. Dat zie je terug in de manier waarop er over hen geschreven wordt: teams die zelf jeugdhulp bieden en ook andere hulp op maat erbij halen. 

Vanachter het bureau klinkt dat logisch. Je wilt geen doolhof van loketten, maar één herkenbaar gezicht. Eén voordeur.

En dan is daar de rechter. De Centrale Raad van Beroep zegt namelijk: 

  • De gemeente moet netjes en zorgvuldig beslissen over je recht op hulp.  
  • Het moet duidelijk zijn wie dat besluit neemt, op basis van welke informatie. 
  • En je moet dat besluit kunnen aanvechten als je het er niet mee eens bent.

In gewone taal: je kunt niet alles door elkaar laten lopen. Het is gek als degene die je helpt, óók degene is die beslist of jij wel genoeg hulp verdient. Dat voelt snel als de slager die z’n eigen vlees keurt.

Dus waar beleid en convenanten roepen: Voordeur én hulp in één!, roept de rechter: “Ho, wacht. Scheid die functies. Maak het eerlijk en controleerbaar.”

Uit angst om juridisch fout te zitten, hoor je soms de reflex:  

Dan laten we die teams gewoon geen hulp meer bieden. Alleen nog keukentafelgesprekken, onderzoek, beschikkingen. Voor de hulp verwijzen we door.

Klinkt veilig. Maar kijk eens wat we dan verliezen:  

  • De menselijke maat  

Het gesprek wordt een procedure. Een route naar een beschikking. De professional aan tafel wordt minder bondgenoot, meer loket. En jij als ouder voelt dat feilloos.  

  • De kracht van nabijheid  

Een team dat niet zelf mag doen, gaat eerder doorverwijzen. Dan beland je alsnog in de molen van wachtlijsten, overdrachten en nieuwe gezichten. Precies wat we wilden doorbreken.

  • De bedoeling van de hervorming  

We zeggen al jaren: minder medicaliseren, meer gewoon helpen in de buurt. Stevige Lokale Teams zíjn daar de belichaming van. Als we ze terugduwen in een indicatiemodus, draaien we de beweging gewoon terug.

Dan hebben we straks een prachtig convenant, een stevig verhaal, maar in de praktijk vooral: strengere loketten met een nieuwe naam.  

Misschien is de vraag dus niet: mag een Stevig Lokaal Team één van die dingen niet doen?  

Misschien is de vraag:  

Hoe organiseer je het zo dat je wél één herkenbaar team hebt, maar binnen dat team helder onderscheid maakt tussen helpen en besluiten?

Denk aan:

  • Een vertrouwd gezicht dat met je meeloopt en helpt.
  • Een duidelijke stap waarin een ander – of een herkenbare rol – het formele besluit neemt, goed onderbouwd, op papier, met ruimte voor bezwaar.
  • Eerlijke taal richting inwoners: wie luistert mee, wie beslist, en wat kun je doen als je het er niet mee eens bent?  

Dan blijft het team in de leefwereld, maar zetten we er een helder lijntje omheen als het om rechten en plichten gaat.  

Uiteindelijk gaat het om iets heel eenvoudigs. Als jij aan de keukentafel zit met zorgen om je kind, wil je drie dingen:

  • Iemand die echt luistert.
  • Iemand die nú iets kan doen. 
  • En duidelijkheid over wat er verder nodig en mogelijk is.  

Als ons systeem – wetten, convenanten, uitspraken van rechters – daarbij helpt, is het een zegen. Als het alleen maar extra stoelen aan diezelfde tafel oplevert, moeten we iets opnieuw tekenen.  

Stevige Lokale Teams zijn nooit bedoeld als indicatiemachine. Ze zijn bedacht als mensen van vlees en bloed, die naast je staan. Laten we de juridische discussie niet gebruiken om dat beeld uit te gummen, maar om het scherper te tekenen: eerlijker, transparanter, en nog een beetje dichter bij het gewone leven.