Thuiszitters zijn geen incident, maar een terugkerende aanklacht tegen een systeem dat weigert echt te veranderen.  Hoeveel signalen hebben we nog nodig voordat we erkennen dat niet deze kinderen te ingewikkeld zijn, maar ons onderwijs te smal is?

Al jaren beloven we dat het aantal thuiszitters omlaaggaat, maar de grafieken vertellen iets anders: de aantallen schommelen en lopen de laatste jaren eerder op dan af.  Oudervereniging Balans spreekt inmiddels over minimaal 70.000 thuiszitters en nóg meer kinderen zonder volwaardig onderwijs.  Daarbovenop zijn er verborgen thuiszitters: kinderen die wel staan ingeschreven, maar niet of nauwelijks naar school gaan.

In de statistieken lijken het aantallen en categorieën, maar achter elk dossier zit een kind dat wíl leren en een omgeving die het niet voor elkaar krijgt.  In “Wie niet in de mal past” wordt het scherp gezegd: thuiszitters zijn het menselijke restproduct van een onderwijssysteem dat niet mee wil bewegen met de diversiteit van kinderen.

We blijven doen alsof het kind gerepareerd moet worden: meer diagnoses, meer handelingsplannen, nog een extra overlegtafel.  Ondertussen houden we vast aan één mal: vijf dagen per week naar een volle klas, in één tempo, langs één rechte leerlijn.  Wie afwijkt, wordt gemeten in achterstand in plaats van gezien in potentie.

De blog “Wie niet in de mal past” legt de vinger pijnlijk op de zere plek: het systeem faalt, niet het kind.  Thuiszitten is een alarmsignaal dat tempo, prikkelniveau, groepsgrootte of didactiek niet aansluiten op wat dit kind aankan.  Toch richten we de blik hardnekkig op het individu, terwijl veerkracht juist ontstaat in een omgeving die ruimte maakt: voorspelbaar, veilig, met pauzes en omwegen die niet als falen voelen.

Ook in Utrecht groeit de zorg over het aantal thuiszittende leerlingen.  Lokale media berichten over stijgende aantallen en zorgen van ouders en professionals; het is geen Randstedelijk of plattelandsprobleem, maar een landelijke trend die door cijfers van onder meer OCW, Balans en OCO wordt bevestigd.  Gemeenten en scholen herkennen de toename, maar zitten vast in dezelfde reflex: registreren, duiden, spreken over complexe casuïstiek – en ondertussen loopt de teller door.

Utrecht laat zien wat in veel gemeenten speelt: hier en daar ontstaan mooie initiatieven, projecten en pilots, maar er is geen samenhangende beweging die zegt: geen enkel kind langdurig thuis, punt.

In Verruim de horizon klinkt al langer dezelfde boodschap: tijd voor een flexibele onderwijsroute, met onderwijs als netwerk van school, zorg, buurt en werkgevers.  Niet nog een project, maar een nieuw normaal waarin pauzes, omwegen en praktijkleren net zo volwaardig zijn als het klassikale rooster.

Dat vraagt om een andere reflex:  

  • Begin bij het kind, niet bij het rooster. 
  • Zie een minimaatschappij rond elk kind: ouders, één docent, één hulpverlener, één werkgever of praktijkplek.   
  • Organiseer daaromheen een route, in plaats van het kind door alle bestaande hokjes te trekken.


Eén voor dit kind betekent: 

  • Eén team dat echt verantwoordelijk is, niet tien loketten die een stukje doen.
  • Eén plan dat over school, zorg en thuis heen gaat, met leerrecht als uitgangspunt.
  • Eén beslisser die knopen durft door te hakken als het systeem blijft schuiven.

We weten genoeg.  De cijfers zijn helder, de verhalen zijn hartverscheurend, de analyses liggen klaar.  Het enige wat nu nog ontbreekt is: doen.

Daarom een stevige oproep aan bestuurders, directeuren, leerplicht, jeugdhulp en politiek: 

  • Spreek in jouw gemeente of regio een harde norm af: geen kind langer dan drie maanden thuis zonder concreet, passend onderwijs- en ontwikkelplan.
  • Richt per thuiszitter een klein, besluitvaardig kernteam in (ouders, jeugdige, school, leerplicht, zorg) dat binnen zes weken een route regelt, desnoods buiten de gebaande paden.
  • Maak leerrecht echt leidend: als het systeem vastloopt, beweegt het systeem – niet het kind.
  • Reserveer structureel budget voor flexibele routes: deeltijd, hybride leren, praktijkplekken, onderwijs op maat. Geen incidentele potjes, maar vast onderdeel van de onderwijsbegroting.

En aan iedereen die in dit veld werkt: vraag jezelf bij elke thuiszitter af wat jij vandaag kunt doen om het voor dí́t kind anders te maken.  Niet straks, na het volgende overleg, maar nu. Eén voor deze kinderen en jongeren. Want elke dag dat zij thuiszitten, is een dag waarop wij als samenleving onze afspraak breken: dat elk kind mag leren en erbij hoort.

Kinderen die thuiszitten zijn geen uitzondering meer, maar een blijvende barst in ons onderwijs. Het wordt tijd dat we stoppen met praten óver cijfers en systemen, en beginnen met handelen voor díe ene leerling die morgen weer wakker wordt zonder school om naartoe te gaan. Deze blog prikt door de mooie woorden heen en vraagt: wanneer durven we echt te kiezen voor één voor dit kind?