Al in de titel schuilt het spanningsveld van deze film: wat is nu werkelijk in het belang van Adam, en wie mag dat bepalen? Is het de kinderrechter, die grenzen stelt om hem te beschermen, het ziekenhuis dat protocollen volgt, of de moeder die weigert haar kind los te laten? Of misschien de hoofdverpleegkundige Lucy, die vanuit haar dagelijkse nabijheid een ander kompas ontwikkelt dan het systeem haar voorschrijft?

De film nodigt uit om dat zinnetje – “in het belang van het kind” – eens binnenstebuiten te keren. Niet als juridische formule, maar als existentiële vraag: wat vraagt een kind in nood nu écht van ons, voorbij onze formulieren en formats?

L’intérêt d’Adam speelt zich vrijwel volledig af op één afdeling, tijdens de nachtdienst van hoofdverpleegkundige Lucy. De camera wijkt nauwelijks van haar zijde en ademt mee met haar tempo: het rennen, wachten, troosten, beslissen, laveren. In dat beperkte decor ontvouwt zich een hele wereld van macht, machteloosheid en morele keuzes.

De vierjarige Adam is opgenomen vanwege ondervoeding; de kinderrechter heeft ingegrepen en zijn moeder Rebecca mag officieel alleen tijdens bezoekuren bij hem zijn. Maar Adam eet niet zonder zijn moeder, en Lucy voelt hoe de regels botsen met wat ze van nabij ziet: de fragiele band tussen een kind en zijn ouder, die misschien gebroken is, maar nog niet losgelaten wil worden.

Lucy is de spil van het verhaal: geen heldin in klassieke zin, maar een professional die probeert mens te blijven in een systeem dat haar steeds smaller inperkt. Ze voelt de druk van artsen, leidinggevenden, jeugdzorg en justitie, maar ook de blik van Adam, die van haar verwacht dat zij er gewoon is.

Wanneer Lucy besluit de regels op te rekken en Rebecca toch extra tijd bij Adam te gunnen, schuift ze stap voor stap haar eigen grens op. Niet omdat ze roekeloos is, maar omdat ze merkt dat het protocol geen antwoord heeft op Adam die weigert te eten, op een moeder die uitgeput is maar niet kan loslaten, en op haar eigen geweten dat blijft fluisteren: “wat als jij het bent die te vroeg stopt met vechten?”

Deze film legt daarmee haarfijn een spanning bloot die velen in zorg, jeugd en sociaal domein zullen herkennen: het punt waarop professioneel handelen begint te schuren met menselijk handelen.

Hoewel L’intérêt d’Adam een intiem drama is, is het ook onmiskenbaar een politiek statement. Het ziekenhuis wordt getoond als een knooppunt waar ondergefinancierde zorg, juridisch beleid en menselijke nood botsen. De werkdruk is hoog, de regels zijn strak, de ruimte voor nuance is klein – precies de omstandigheden waarin morele afwegingen worden gereduceerd tot vinklijsten.

De film is geproduceerd door de gebroeders Dardenne en draagt hun sociaal-realistische signatuur: dicht op de huid, zonder melodrama, maar juist daardoor des te indringender. Geen grote verklarende monologen, maar blikken in de gang, handen die net te lang blijven hangen op een deurklink, een verpleegkundige die na een nachtdienst nog even blijft zitten voordat ze naar huis gaat.

L’intérêt d’Adam is geen film die je even kijkt tussen de bedrijven door; het is een film die je langzaam inademt en nog lang nablijft. Hij confronteert ons met een kind dat simpelweg wil eten bij zijn moeder, en met systemen die daar geen categorie voor kennen.

Misschien is dat wel de werkelijke betekenis van de titel “In Adams belang”: dat zijn belang niet volledig te vatten is in regels, protocollen of dossiers, maar zichtbaar wordt in de kleine keuzes van mensen zoals Lucy. In de manier waarop zij, op een lange nacht in een overbelichte ziekenhuisgang, probeert recht te doen aan een kind, een moeder én haar eigen geweten.