Er zijn van die boeken die je niet alleen leest met je ogen, maar ook met een oude herinnering in je borstkas. 

‘Thuis is ergens anders’ is zo’n boek. Het schuift geen theorie naar voren, maar gezichten. Geen beleidsjargon, maar stemmen. Geen cijfers, maar kamers – soms klein, soms tijdelijk, soms het eerste echte thuis in jaren.  

Eén van die stemmen is die van Ben. Twintig jaar, een frisse vent onder een grijze wollen muts, maar met een geschiedenis die je niet zo makkelijk ophangt aan de kapstok bij binnenkomst. Mishandeling, pesten, diagnoses – het soort woorden dat vaak in dossiers staat, maar zelden recht doet aan een mens.  

“Dit is ons huis,” zegt Ben. Geen groot gebaar, geen trompetgeschal. Gewoon een zin, alsof hij die al een paar keer hardop heeft geoefend om te kijken hoe hij klinkt.  

De gezamenlijke ruimte, de kamers, de trap omhoog: het doet denken aan een studentenhuis, maar dan zonder de lege kratten en de vluchtigheid. Hier staan geen bierflesjes in de weg, maar levensverhalen. En die moeten voorzichtig verplaatst worden.  
Zijn kamer is klein. Maar wie alleen naar vierkante meters kijkt, mist het belangrijkste: voor Ben is dit een thuis. Een plek waar de deur dicht kan zonder dat er geschreeuwd wordt. Waar stilte geen voorbode is van iets ergs, maar gewoon… stilte.  

In het midden van zijn kamer staat geen grote televisie, geen verzameling dure spullen, maar een computer. “Ik maak muziek,” zegt hij, en in dat kleine glimlachje dat erbij hoort, verschuift er iets. Alsof je even mag meekijken in een kamer die nog achter deze kamer ligt: de ruimte in zijn hoofd waar de klanken wonen. 

Muziek als meubelstuk. Niet om het verleden weg te poetsen, maar om er nieuwe lagen overheen te leggen.  

Ben vertelt over zijn jeugd alsof hij een oude, veel te zware rugzak openmaakt. Mishandeld door zijn vader. Gepest. De ene diagnose na de andere. Alsof volwassenen een verklaring zochten, maar geen vraag stelden.  Hij heeft het allemaal gedragen. Tot het niet meer ging.  

Crisispleeggezin. Hectiek. Nieuwe formulieren, nieuwe deuren, nieuwe namen. Meer onderweg dan thuis. Het is een route die in veel verhalen over jeugdzorg terugkomt: telkens opnieuw beginnen, telkens opnieuw uitleggen, telkens opnieuw hopen dat het deze keer anders wordt.  

En toch zit hier nu een jonge man die zegt: “Ik heb mijn thuis gevonden.” Niet in het huis waar hij geboren is, maar in een begeleide woonvorm in Zelhem. Niet in het klassieke plaatje van vader-moeder-kinderen, maar in een rustig, opgeruimd huis met een gezamenlijke keuken en een eigen kamer.

“Thuis is waar ik onverantwoordelijk mezelf kan zijn zonder dat ik sorry hoef te zeggen,” zegt Ben. Het is een zin om even bij te gaan zitten. Want ergens daartussen – tussen ‘onverantwoordelijk’ en ‘geen sorry’ – gebeurt precies waar dit boek over gaat. 

Henk Koerselman, gezinshuisouder en schrijver, kiest in ‘Thuis is ergens anders’ heel bewust niet voor de bekende headlines over falende systemen. Hij schuift de flitsende ellende even opzij, en kijkt naar wat wél werkt. 

Hij verzamelt verhalen van jongeren als Ben, van gezinshuizen, pleegouders, begeleiders. Niet om de pijn te ontkennen, maar om te laten zien wat er kan ontstaan als er ergens in dat versnipperde landschap iemand zegt: “Blijf maar. Hier mag je zijn.”  

“Thuis is niet waar je geboren bent,” schrijft Henk. “Soms is het de plek waar je eindelijk gezien wordt.”

In Bens verhaal krijgt die zin een gezicht. Een muts. Een kamer met een computer. Een jongen die misbruik, diagnoses en logeeradressen meedraagt, en toch zegt: ik ben nu oké met wat er is gebeurd. Niet omdat het klein was, maar omdat hij groot genoeg is geworden om het te dragen – geholpen door mensen die bleven.  

Het mooie – en misschien ook wel het meest ontroerende – aan Ben is niet alleen dat hij overeind is gebleven. Het is dat hij omkijkt. 

Hij volgt een opleiding maatschappelijk werk. Hij wil jongeren helpen die nu zijn waar hij ooit was. “Ik ben ervaringsdeskundige en weet wat ze nodig hebben,” zegt hij. “Ik weet dat alles valt of staat met goede begeleiding.”  

Die ene zin legt de kern van het boek bloot: goede begeleiding is geen luxe. Het is verschil tussen afglijden en opstaan. Tussen weer een verhuizing, of eindelijk ergens blijven.  

Ben plant zijn eigen toekomst: nog een tijd hier wonen, dan doorstromen, misschien met een vriend samen. En als hij weggaat, komt er een kamer vrij. Zijn thuis wordt dan iemands startpunt. Zo wordt een plek die ooit zijn reddingsboei was, onderdeel van een doorgegeven keten. 

Hoop is geen groot woord in neonletters in dit boek. Hoop is een gewone jongen aan een keukentafel, die zegt: “Ik denk dat iedereen die iets meemaakt het in zich heeft om een positieve draai aan het leven te geven.”  

‘Thuis is ergens anders’ is geen sprookjesboek. De verhalen zijn echt, de breuken ook. Maar telkens weer wordt zichtbaar wat een gezinshuis of pleeggezin kan zijn: 

  • Een veilige plek voor kinderen en jongvolwassenen die dat thuis niet hadden.
  • Een huis waar liefde niet in voorwaarden wordt uitbetaald.
  • Een omgeving waar fouten niet meteen het einde betekenen, maar soms het begin van leren.

In een tijd waarin wachtlijsten groeien, professionals tekortschieten en het nieuws vooral zoomt op alles wat misgaat, is dit boek een stil maar krachtig tegenverhaal. Het laat zien dat er gezinshuizen zijn waar jongeren tot rust komen, dat er pleegouders zijn die blijven zitten als iedereen wegloopt, dat er jongvolwassenen zijn – zoals Ben – die niet alleen overleven, maar ook gaan dragen.  

Dit boek is een pleidooi. Voor meer plekken. Voor meer gezinnen en huizen die zeggen: “Kom maar. We zien je.” En voor de erkenning dat juist die gewone wonderen in bakstenen huizen ons collectieve ‘thuis’ menselijk houden.  

‘Thuis is ergens anders’ is voor iedereen die werkt in de jeugdzorg, pleegzorg, gehandicaptenzorg of beleid – maar minstens zo goed voor iedereen die ooit gedacht heeft: “Ik zou misschien wel… maar ik weet niet of ik het kan.”  

Ben bewijst dat een veilige plek een leven kan kantelen. Henk laat zien dat achter elk dossier een verhaal schuilt dat gehoord wil worden. En ergens in een nette kamer, achter een computer vol muziek, zit een jonge man die laat zien dat thuis soms niet begint bij waar je vandaan komt, maar bij wie zegt: “Je hoeft hier even niets uit te leggen. Blijf maar. Dit mag jouw plek zijn.”

Dit artikel is geïnspireerd door een artikel over Ben op de website van Omroep Gelderland  en het boek ‘Thuis is ergens anders’ van Henk Koerselman, gezinshuisouder en schrijver.