
Thuiszitters laten zien dat niet het kind, maar het onderwijssysteem aan revisie toe is
Thuiszitters zijn geen incident meer, maar het menselijke restproduct van een onderwijssysteem dat weigert mee te bewegen met de diversiteit van kinderen. Het zijn geen kapotte leerlingen, het is een rigide systeem.
Een leven lang ‘niet passend’
Bijna zeventig ben ik en een mooie loopbaan in mijn rugzak, en toch ben ik begonnen als voortijdig schoolverlater: het laat zien hoe smal de toegestane route lang is geweest. De schoolbanken knepen, niet omdat leren niet lukte, maar omdat leren daar maar op één manier mocht: stilzitten, luisteren, toetsen.
Wat de school niet zag, zagen werkgevers wel. In de praktijk, bij Van der Valk, in de bakkerij (Kouwenberg, Nijmegen) en later in de jeugdzorg, ontstond ruimte: verantwoordelijkheid, vertrouwen, leren door doen – en precies dát werd de voedingsbodem voor groei.
Het systeem faalt, niet het kind
In de statistieken heten ze ‘thuiszitters’ en ‘zorgleerlingen’, in de krant zijn het ‘gevallen’ waar geen passend onderwijs meer voor te vinden is. Maar onder elk dossier schuilt een verhaal van een kind dat wilde leren en een systeem dat niet kon buigen.
Scholen spreken over draagkracht, formaties en protocollen; ouders over slapeloze nachten en rondes langs loketten die elkaar naar andere loketten verwijzen. En het kind? Dat leert vooral één les: blijkbaar ben ík het probleem.
De mythe van de rechte leerlijn
Onderwijs houdt hardnekkig vast aan de fictie van de rechte leerlijn: groep 1 tot en met 8, daarna vier, vijf of zes jaar VO, diploma, vervolgstudie. Wie afwijkt, wordt gemeten in achterstanden, niet in potentie.
Maar ontwikkeling loopt zelden in één strakke lijn. Sommige kinderen bloeien vroeg, anderen laat; sommigen leren via boeken, anderen via praktijk, omwegen en omkeren. Een voortijdig schoolverlater die later een stevige carrière opbouwt, of een onderpresteerder die via omwegen promoveert, laat zien hoe beperkt onze meetlat is.
Thuiszitten als alarmsignaal
Thuiszitten is geen individuele storing, maar een alarmsignaal van het systeem. Elke leerling die langdurig thuiszit, vertelt ons dat tempo, prikkelniveau, groepsgrootte of didactiek niet aansluiten op zijn of haar belastbaarheid.
Toch zoeken we de oorzaak hardnekkig in diagnoses, stoornissen en ‘onvoldoende veerkracht’ van het kind. Terwijl veerkracht juist ontstaat in relatie tot de omgeving: in steun, voorspelbaarheid, tempoverlaging en het gevoel dat je niet defect bent, maar anders afgestemd.
Tijd voor een flexibele onderwijsroute
Wat nodig is, is geen cosmetische bijstelling maar een flexibele onderwijsroute als nieuw normaal. Een route waarin pauzes, omwegen en praktijkleren volwaardige onderdelen zijn, geen noodverbanden.
Onderwijs als netwerk: school, zorg, buurt en werkgevers organiseren samen leerplekken binnen en buiten het klaslokaal.
Tijd als variabele: langer over een fase doen, tijdelijk stap terug, of juist versnellen wordt geregeld, niet getolereerd.
Leren door doen: stages, meester-gezelconstructies en hybride leeromgevingen zijn standaard, niet alleen voor ‘praktijkgerichte’ leerlingen.
Zo’n flexibele route erkent dat niet ieder kind past in vijf dagen school van half negen tot drie, in lokalen vol prikkels en toetsen. Het vraagt minder haast en meer menselijkheid.
De kracht van de minimaatschappij
Wie terugkijkt op een grillige leercurve ziet zelden een beleidsstuk als kantelpunt, maar mensen. De baas die verantwoordelijkheid gaf, de collega die het geduld had, de groepsleider die ruimte maakte om te leren op de vloer in plaats van uit het boek.
Die minimaatschappij – het kleine netwerk rond een kind – is vaak sneller in staat om onderwijs vloeibaar te maken dan het systeem als geheel. Eén docent die tempo durft te verlagen, één leerplichtambtenaar die denkt in routes in plaats van in regels, kan het verschil betekenen tussen thuiszitten en weer in beweging komen.
Minder haast, meer mens
Thuiszitters houden ons een ongemakkelijke spiegel voor. Niet zij zijn ‘onvoldoende passend’, maar ons idee van normaal is te smal geworden.
Als samenleving hebben we te kiezen: blijven we kinderen kneden tot een mal van één tempo, één route en één norm? Of durven we onderwijs te ontwerpen rond de breedte van menselijke ontwikkeling, waarin het niet gaat om repareren, maar om ruimte maken?
Want het verhaal van de voortijdig schoolverlater die later een rijke loopbaan opbouwt, en dat van het kind dat via omwegen naar masters en een doctoraat groeit, vertellen in wezen hetzelfde. Niet het systeem bepaalde hun waarde, maar de plekken waar zij wél mochten leren op een manier die bij hen paste.
beste Peter Paul, Je artikel kan ik volledig onderschrijven. In mijn jeugd waren er nog velen die voortijdig het onderwijs verlieten, om welke reden dan ook. En velen gingen door met avondonderwijs of praktijkgerichte opleidingen.
Maar ook leerlingen die via het bijzonder onderwijs toch de mogelijkheid geboden wordt om door te stromen zelfs naar het hoger onderwijs.
Vroeger heb ik daar nooit echt aan gedacht, maar daar mijn kleinzoon deze weg bewandeld heeft, is hij nu met zijn laatste jaar HBO bezig. Al de problemen die hij in zijn jeugd heeft gehad is hij overgroeid. Het kan dus zeker. Bedankt voor je artikel.