Afgelopen week mocht ik deelnemen aan het symposium “Kom over de brug!” van de Werkplaatsen Sociaal Domein. Het centrale thema: het creëren van verbindingen tussen verschillende domeinen binnen het sociaal werk, zoals het medisch en sociaal domein, en het samenbrengen van professionals, beleidsmedewerkers, onderzoekers en actieve inwoners om bruggen te slaan voor een toekomstbestendig sociaal domein.

Keynotesprekers waren Mark Levels, hoogleraar sociologie aan de Maastricht University en Jeanette de Weert, officier bij de Koninklijke Landmacht en docent en onderzoeker aan de Nederlandse Defensie Academie. In maart hielden zij in NRC een pleidooi voor het investeren in een weerbare samenleving en sociale samenhang, tegen de achtergrond van een dreigende oorlog met  Rusland. Centraal i hun verhaal stond de vraag: hoe maken we onze samenleving écht weerbaar tegenover crisis, dreiging en verandering? Het korte antwoord? Niet alleen door voedsel- of waterkratten aan te schaffen, maar vooral door samen te investeren in sociale veerkracht, gemeenschap en gelijkwaardigheid.

Er werd treffend geschetst dat we leven in een onvoorspelbare wereld – of het nu gaat om veiligheidsrisico’s, cyberaanvallen, maatschappelijke ontwrichting, polarisatie of de gevolgen van internationale spanningen. De logische reflex is om tastbare voorbereidingen te treffen: volgeladen kasten, noodhulpplannen en militaire scenario’s. Maar de échte uitdaging zit volgens de sprekers in “het sociale levelen”: het creëren van wederzijds vertrouwen, verbondenheid en flexibiliteit in onze wijken en buurten.

Het Finse concept van ‘comprehensive security’ is in dit verband interessant. In Finland is iedereen betrokken: overheid, NGOs, burgers én professionals. Er wordt planmatig, maar ook heel vanzelfsprekend, ingezet op een geheel van instituties én informele netwerken, zowel nationaal als hyperlokaal. Cruciaal: investeren in sociale cohesie, educatie, kritisch denken en het ondersteunen van kwetsbare groepen.

De Nederlandse praktijk: barrières en kansen
We weten dat onze samenleving leunt op instituties als de rechtsstaat, democratie en onafhankelijke media. Maar de praktijk is weerbarstig. Hoe zorgen we voor structurele financiering van buurtruimtes, thuiscoaches en sociaal beheer? Hoe maken we het laagdrempelig en eenvoudig om als bewoner, vrijwilliger of professional samen te werken aan sterke, samenhangende gemeenschappen? De praktijkvoorbeelden van woningcorporaties, wijkteams en bewonersinitiatieven waren hoopgevend: verschil maken door ongelijk te investeren daar waar de nood het hoogst is; elkaar écht zien en ondersteunen.

Weerbaarheid begint bij durven kiezen en verbinden
Wat mij het meeste raakt, is dat collectieve weerbaarheid niet ontstaat door systemen of regelgeving alleen, maar juist door (weer) de leefwereld centraal te stellen. Het vraagt moed om écht samen te werken – professionals en bewoners, systemen en gemeenschappen. Soms schuurt dat, omdat er altijd belangen en grenzen zijn. Maar we zullen samen moeten leren, kiezen waar je begint, en ook accepteren dat het klein mag: een sociale buurthub, een wijkbeheerder die het verschil maakt, een buurt-app vol zorg voor elkaar.

De transitie waar we middenin zitten vraagt niet alleen om beleid of geld, maar vooral om ruimte: ruimte voor initiatief, voor ongedwongen ontmoeting, voor fouten én herstel. Zoals in Finland ieder persoon, ieder netwerk telt, geldt dat ook hier. Laten we stoppen met het willen kwantificeren van gemeenschapszin. Laten we samen werken aan die “comprehensive security” die weerbare mensen en veerkrachtige wijken bouwt. Want, zoals één deelnemer het treffend zei: “Het begint bij het durven openen van de voordeur en het begroeten van een buur.”

Ik onderschrijf van harte het belang van een overheid die de samenleving helpt om weerbaar te zijn. Een overheid die mensen ondersteunt om samen problemen op te lossen, in plaats van ze allemaal zelf te willen dragen. Toch zie ik in de praktijk iets anders gebeuren: een overheid die juist afbreuk doet aan die weerbaarheid – omdat ze alles wil organiseren, controleren, borgen en voorzien.

Covid overviel ons. Niemand had een draaiboek voor wat er kwam. Maar wat mij het meest bijblijft, is niet het tekort aan regels of structuren, maar de enorme samenkracht die loskwam. Er ontstonden honderden initiatieven: buurtbewoners die elkaar hielpen, studenten die boodschappen deden, ondernemers die omdachten. Zonder subsidie, zonder beleidskader, zonder vooraf goedgekeurde projectplannen. Gewoon omdat het moest – en kon.

En toen de pandemie voorbij was, verdwenen die initiatieven weer net zo snel als ze kwamen. Alsof het systeem de zuurstof weer uit de samenleving trok. Alsof we alleen “samen” mogen als er beleid op rust.

Dat roept een ongemakkelijke vraag op: komt het misschien omdat ons systeem mensen niet faciliteert in het nemen van verantwoordelijkheid, maar die juist afpakt? Omdat we vanuit goede bedoelingen alles willen regelen — en daarmee onbedoeld de ruimte voor initiatief en eigenaarschap dichtregelen?

Weerbaarheid vraagt niet alleen om vangnetten, maar ook om het lef om los te laten. Om ruimte te laten voor vallen en opstaan. Net als bij het opvoeden van kinderen: wie nooit mag vallen, leert niet hoe je opstaat.

Misschien is dat wel de grootste uitdaging voor de overheid van nu: niet nog meer organiseren, maar leren vertrouwen. Vertrouwen dat een samenleving, als ze de ruimte krijgt, zichzelf kan dragen.

Want soms vergroot je weerbaarheid niet door te regelen wat mis kan gaan — maar door toe te laten dat het mis mag gaan.

Misschien is dát wel onze grootste opdracht: samendoen, stap voor stap. Met als startpunt niet het systeem, maar de samenleving. Want we kijken in het sociaal domein (en ook daarbuiten) nog te vaak vanuit ons eigen professionele perspectief naar de vraagstukken van inwoners. Maar pas als we “over de brug komen” – als we proberen te kijken met de ogen van inwoners zelf – verandert het perspectief fundamenteel. Dan ontstaat ruimte. Ruimte voor andere vragen, verrassende verbanden en nieuwe vormen van samen werken en samen leven. Dan zien we de mens niet als hun probleem of ziekte, maar in hun complete zijn!

Laten we die oversteek vaker maken. Niet alleen om elkaar beter te begrijpen, maar om samen te bouwen aan de weerbare, zorgzame samenleving waarvan vandaag zoveel inspirerende voorbeelden te zien waren.