Het rapport “Systeemaanbieders: mythe of noodzaak?” is een aanzet tot de omslag van aanbieder-denken naar functie-denken in de jeugdzorg. De sector is gebaat bij minder complexiteit en meer regie op wat er echt toe doet: beschikbaarheid, kwaliteit en samenwerking gericht op resultaat.

Het nieuwste rapport van de Jeugdautoriteit – Systeemaanbieders: mythe of noodzaak? – verdient een positieve waardering voor het feit dat het de discussie over systeemfuncties in het jeugdzorglandschap eindelijk uit de schaduw haalt. Waar men zich jarenlang blindstaarde op ‘grote’ jeugdzorgaanbieders als onmisbare pijlers, schuift dit rapport het accent terecht richting de functies die geborgd moeten zijn in een regio, in plaats van specifieke marktpartijen die zo groot zijn dat ze niet mogen omvallen.

Het rapport brengt scherp in kaart welke systeemfuncties een regio nodig heeft – van crisisopvang en consultatie tot innovatie, achtervang en opleiding. De aanbeveling om de financiering van deze systeemfuncties los te koppelen van de reguliere tarieven is bijzonder waardevol. Systeemfuncties zouden via aparte regelingen moeten worden gecontracteerd en bekostigt en niet automatisch via de ‘groten’ op de markt lopen.

Het rapport stelt relevante vragen bij het ‘belonen’ van aanbieders die vooral groot zijn, maar niet persé efficiënt, kwalitatief sterk of vernieuwend in hun bedrijfsvoering. Alleen aanbieders selecteren en belonen op grond van omvang of marktdominantie doet geen recht aan het beoogde zorgstelsel.

De term ‘systeemaanbieder’ suggereert dat een aanbieder niet mag failliet gaan, wat een risico vormt. Systeemfuncties moeten wél altijd beschikbaar zijn, maar de borging ervan kan door verschillende – eventueel kleinere of innovatieve – partijen worden uitgevoerd. Zoals het rapport zelf erkent, is de definitie van systeemaanbieder diffuus en verschilt de invulling van regio tot regio.

De échte onmisbare partijen zijn volgens mij vooral te vinden in de sociale basis: vrijwilligers, mantelzorgers, welzijnswerk, huisartsen en andere eerstelijns spelers. Zij vormen de fundering van het jeugdstelsel. Systeemfuncties moeten hen ondersteunen, als een mantel, en specialistische voorzieningen moeten zo beschikbaar zijn dat ze als ‘brandweer’ kunnen optreden bij urgente problematiek.

Waar functies schaars zijn, ‘dunne’ cliëntenstromen hebben of een risicovolle brandweerfunctie vragen (zoals crisisopvang), verdient het aanbeveling om beschikbaarheidsbekostiging als uitgangspunt te nemen. Dit voorkomt dat aanbieders worden beloond voor inefficiënte bedrijfsvoering, maar borgt juist de functionaliteit voor de sector.

Het rapport van de Jeugdautoriteit zet een belangrijke stap naar opgavegericht inrichten van jeugdzorg. Borg functie, niet partij. Laat het debat over systeemfuncties in de jeugdzorgsector verder richting geven dat leidt naar een transparant, prestatiegericht en duurzaam stelsel. De toekomst van goed georganiseerde jeugdzorg ligt bij het waarderen van structurele functies én de spelers in de basis, niet bij het beschermen van de grootsten om het beschermen zelf.