De Japanse klassieker Ikiru (1952), geregisseerd door Akira Kurosawa, is opnieuw in de bioscoop te zien en nu ook te streamen. De film opent met een röntgenfoto en een voice-over die verklaart: ‘Deze maag behoort toe aan de held van ons verhaal. Hij heeft maagkanker, maar dat weet hij nog niet.’ Meteen is duidelijk: dit wordt een confronterende, ontroerende zoektocht naar de betekenis van het leven.

Hoofdpersoon Kanji Watanabe werkt al dertig jaar als ambtenaar. Zijn dagen bestaan uit het eindeloos verwerken van papieren en het plaatsen van zijn stempel, zonder dat hij daar veel bij voelt. Zijn leven lijkt kleurloos en na verloop van tijd betekenisloos. Maar wanneer hij hoort dat hij ongeneeslijk ziek is, schrikt Watanabe wakker uit zijn routine. Ineens wordt de centrale vraag: hoe geef je echte betekenis aan je leven als de dood nabij is?

Kurosawa geeft niet alleen een persoonlijk portret, maar biedt ook een inkijkje in de Japanse samenleving van de jaren vijftig. Zo worden ziekte en sterven niet rechttoe rechtaan besproken; de arts vertelt Watanabe’s diagnose indirect, en ook de omgang met rouw is subtiel en ingetogen in beeld gebracht.

Lang voordat het begrip ‘bullshitbaan’ bestond, liet Kurosawa al zien hoe mensen kunnen verdwijnen in betekenisloos werk. Dat maakt Ikiru tot een tijdloze film die tot nadenken aanzet: wat laat jij na als het einde nadert, en wat maakt jouw leven de moeite waard?

‘Ikiru’ is niet alleen een prachtig geschoten zwart-witdrama, maar vooral een zachtmoedige, droevige en inspirerende uitnodiging om nu te leven. Wie deze film ziet, ontkomt niet aan de vraag: leef ik écht?