
Geslaagde cases en succesprincipes binnen de publieke sector
Je zou het na alle commotie over pijnlijke fiasco’s als de kindertoeslagenaffaire en het dossier gaswinning Groningen bijna vergeten, maar Nederland is een over het algemeen goed bestuurd land dat niet toevallig het op allerlei internationale ranglijsten steevast zeer goed doet. Dit boek belicht deze vaak ongeziene en min of meer als vanzelfsprekend beschouwde overheidsprestaties. Nederlandse wetenschappers, uitvoerders en actieonderzoekers vertellen vijftien succesverhalen binnen de publieke sector waar we veel van kunnen leren. Bij elk hoofdstuk past een leerzaam principe dat de kern van het verhaal samenvat. De verhalen bestrijken heel verschillende terreinen van overheidsoptreden, variërend van ruimtelijk tot sociaal beleid, van veiligheidsaanpak tot diplomatie. Dijken, fietsinfrastructuur, woningbouw, integrale gebiedsprojecten, Olympische medailles, de coronacrisis, de onrust in de Straat van Yemen – ze komen allemaal voorbij.
“We noemen bijna elk probleem tegenwoordig een crisis, omdat crisissituaties ruimte creëren voor actie en experiment. De uitdaging? Identificeren wat daarin werkt en dat structureel inbouwen in ons dagelijks bestuur.” Peter Paul J. Doodkorte
Goed bestuur in de publieke sector
Dit boek is in de eerste plaats bedoeld voor iedereen die in of voor de publieke sector werkt. Om te midden van alle dagelijkse uitdagingen, frustraties en imperfecties te blijven ervaren dat goed bestuur er niet alleen toe doet, maar ook gewoon kan worden gerealiseerd. De vijftien geslaagde cases en succesprincipes bieden daarbij zowel inspiratie als handvatten voor handelen.

Zo kan het ook
Leren van successen in het openbaar bestuur
Redactie: Paul ’t Hart, Erik-Jan van Dorp, Wouter Jan Verheul | Boom
Paperback Maart 2025 | ISBN 9789047302438 | 1e druk | 386 blz.
E-book Maart 2025 | ISBN 9789400115057 | 1e druk | 386 blz.
Op de zonnige en officieel laatste winterdag voor de lente was ik te gast bij De Staat van de Uitvoering in Nieuwspoort, Den Haag. Het thema: Positieve bestuurskunde – zien, analyseren en leren van wat ‘gewoon’ goed gaat.
Na de opening door Tom Jessen en Marjolijn Sonnema volgde een inspirerend betoog van Paul ’t Hart, die liet zien hoe we niet alleen kunnen leren van mislukkingen, maar vooral van successen. Hoe werkt het als het wél goed gaat? Wat zijn de succesfactoren achter effectieve initiatieven zoals de City Deals en de vooringevulde belastingaangifte?
Hoogtepunt was de overhandiging van het boek “Zo kan het ook” aan Gert-Jan Buitendijk, met vijftien praktijkvoorbeelden van goed functionerend beleid en inspirerende lessen. De paneldiscussie met Alexander Pechtold, Nanette van Schelven en Wouter Jan Verheul bracht boeiende inzichten, zoals het belang van ‘scharrelruimte’ in beleid en uitvoering.
Wat mij intrigeerde, was de discussie over lef en afwijken van regels. Vaak wordt dat gepresenteerd als iets wat eigenlijk niet mag, terwijl het in essentie gaat om doen wat de bedoeling is. Durven handelen met gezond verstand.
Een interessante gedachte: we noemen bijna elk probleem tegenwoordig een crisis, omdat crisissituaties ruimte creëren voor actie en experiment. De uitdaging? Identificeren wat daarin werkt en dat structureel inbouwen in ons dagelijks bestuur.