
Zelfredzaamheid: een dynamisch begrip
Zelfredzaamheid is een kernbegrip in het sociaal domein en speelt een belangrijke rol in beleid en praktijk. Het verwijst naar het vermogen van een individu om zelfstandig te functioneren en zijn of haar leven vorm te geven zonder (of met minimale) hulp van anderen. Tegelijkertijd worstelen professionals, zoals medewerkers bij de toegang van het sociaal domein, met de vraag hoe zij zelfredzaamheid op een juiste manier kunnen beoordelen en ondersteunen.
Dit essay verkent de definitie van zelfredzaamheid zoals vastgelegd in de Wmo, de instrumenten die worden gebruikt om het te meten, en de manier waarop professionals rekening kunnen houden met de situationele afhankelijkheid van zelfredzaamheid.
Wat zegt de Wmo over Zelfredzaamheid?
Volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 is zelfredzaamheid “in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.”
De wet benoemt zelfredzaamheid als een kernprincipe en stelt dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het ondersteunen ervan via maatwerkvoorzieningen, indien burgers hier niet zelf in kunnen voorzien. In de Memorie van Toelichting wordt benadrukt dat gemeenten beleidsvrijheid hebben in hoe zij dit vormgeven.
Zelfredzaamheid speelt ook een rol bij toegang tot beschermd wonen en opvang. De wet bepaalt dat opvang en beschermd wonen toegankelijk moeten zijn voor mensen die “niet in staat zijn zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving.”
Wat is Zelfredzaamheid?
Zelfredzaamheid kan worden omschreven als het vermogen om het eigen leven te organiseren en problemen zelfstandig op te lossen. Dit begrip is nauw verbonden met concepten als eigen regie, eigen kracht en samenredzaamheid.
- Eigen regie betekent dat iemand zelf keuzes maakt over hoe hij zijn leven inricht.
- Eigen kracht verwijst naar de capaciteiten en vaardigheden die iemand heeft om zelfstandig te functioneren.
- Samenredzaamheid erkent dat mensen niet altijd alles alleen hoeven te doen, maar ook op hun sociale netwerk kunnen steunen.
Zelfredzaamheid kan op verschillende manieren tot uiting komen.
- Voorkomen van crisissituaties – Bijvoorbeeld door financiële buffers op te bouwen of een sterk sociaal netwerk te onderhouden.
- Zelf handelen in crisissituaties – Bijvoorbeeld door EHBO toe te passen bij een ongeval of zich staande te houden bij tegenslagen.
- Beperken van de gevolgen van een crisis – Bijvoorbeeld door na ontslag tijdig een nieuwe baan te zoeken of bij ziekte passende zorg te regelen.
Zelfredzaamheid als situationeel begrip
Zelfredzaamheid is geen vast gegeven, maar sterk afhankelijk van de context. Factoren die dit beïnvloeden zijn:
- Levensdomeinen: Iemand kan financieel zelfredzaam zijn, maar sociaal afhankelijk.
- Tijdelijkheid: Zelfredzaamheid kan fluctueren, bijvoorbeeld door een tijdelijke depressie.
- Omgeving en hulpmiddelen: Een fysieke beperking hoeft geen belemmering te zijn mits de juiste hulpmiddelen beschikbaar zijn.
- Culturele en sociale context: In sommige gemeenschappen is het normaal om op familie te steunen, terwijl in andere contexten zelfredzaamheid juist wordt gestimuleerd.
- Crisissituaties vs. dagelijks functioneren: Iemand kan onder normale omstandigheden prima functioneren, maar door een plotselinge crisis tijdelijk minder zelfredzaam zijn.
Bijvoorbeeld, in het kader van opvang en beschermd wonen hanteren gemeenten verschillende interpretaties van zelfredzaamheid, zoals de mate van ‘multi-problematiek’. Dit kan invloed hebben op de toegang tot voorzieningen.
Instrumenten om zelfredzaamheid te beoordelen
Om zelfredzaamheid te meten, gebruiken gemeenten en hulpverleners verschillende methoden:
- Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM)
Meet zelfredzaamheid op domeinen zoals financiën, huisvesting, gezondheid en sociaal functioneren. - Participatieladder
Meet in hoeverre iemand participeert in de maatschappij. - FOCUS-methode
Richt zich op krachten en behoeften van individuen met aandacht voor eigen regie. - Capability Approach
Kijkt naar de mogelijkheden die iemand heeft binnen zijn omgeving.
Gemeenten gebruiken deze instrumenten om instroom in opvang en beschermd wonen te reguleren.
Zelfredzaamheid en dakloosheid
Een interessante vraag is of iemand die dakloos is nog steeds als zelfredzaam kan worden beschouwd.
- Volgens de VNG wordt vaak gesproken over ‘aangewezen zijn op opvang’.
- De ETHOS-classificatie hanteert een bredere definitie van dakloosheid, waarbij ook mensen die marginaal gehuisvest zijn, als dakloos worden beschouwd.
- De maatschappelijke blik speelt een grote rol: is het bijvoorbeeld acceptabel dat jongeren bij vrienden op de bank slapen.
Belangenbehartigers benadrukken vaak het recht op wonen en het risico dat dakloosheid verergert als mensen geen stabiele woonplek hebben.
Zelfredzaamheid in rampen en crisissituaties
Het kabinet stelt dat iedere Nederlander zich bij een ramp, cyberaanval of oorlog 72 uur moet kunnen redden, in plaats van de eerder geadviseerde 48 uur. In crisissituaties wordt een beroep gedaan op zelfredzaamheid, maar sommige groepen zijn hier minder toe in staat, zoals ouderen, mensen met een beperking of anderstaligen.
Voorbeelden van incidenten waarbij verminderde zelfredzaamheid een rol speelde:
- De brand in seniorenflat De Notenhout in Nijmegen (2015).
- De stroomstoring in het VUmc (2015).
- De brand in verzorgingstehuis Nieulande in Krabbendijke (2016).
Het verbeteren van zelfredzaamheid bij kwetsbare groepen
- Toegankelijke crisiscommunicatie
- Gebruik eenvoudige taal en visuele hulpmiddelen in noodinstructies.
- Zorg voor meertalige crisisinformatie, zodat anderstaligen snel begrijpen wat te doen.
- Ontwikkel een systeem met gesproken meldingen en braille-informatie voor mensen met een visuele beperking.
- Voorbereidende training en simulaties
- Organiseer evacuatieoefeningen specifiek voor verzorgingstehuizen en instellingen voor mensen met een beperking.
- Bied training aan mantelzorgers en zorgverleners over noodprocedures.
- Stimuleer ouderen en mensen met een beperking om een noodpakket met essentiële spullen klaar te hebben.
- Technologische ondersteuning
- Implementeer slimme waarschuwingssystemen, zoals trilalarmhorloges of apps met gesproken noodmeldingen.
- Zorg voor back-up stroomvoorzieningen in zorginstellingen en woningen van kwetsbare personen.
- Stimuleer het gebruik van GPS-trackers voor mensen met dementie, zodat zij sneller gevonden kunnen worden bij evacuaties.
- Lokale netwerken en buurtinitiatieven
- Wijs ‘crisisbuddy’s’ aan in wijken die ouderen of mensen met een beperking helpen in noodsituaties.
- Betrek buurtverenigingen en vrijwilligersorganisaties bij noodplannen.
- Stimuleer samenwerking tussen zorginstellingen en hulpdiensten voor snellere evacuatie en ondersteuning.
- Overheid en beleidsmaatregelen
- Draag zorg voor inclusieve rampenplannen bij zorginstellingen en woningcorporaties.
- Zorg voor duidelijke richtlijnen voor hulpdiensten over hoe ze kwetsbare groepen snel en effectief kunnen evacueren.
- Stimuleer onderzoek naar innovatieve oplossingen om zelfredzaamheid van kwetsbare groepen te vergroten.
Door deze maatregelen te implementeren, kan de veiligheid en zelfredzaamheid van kwetsbare groepen in ramp- en crisissituaties aanzienlijk worden verbeterd.
Samenvattend
Zelfredzaamheid is een dynamisch en contextafhankelijk begrip. Hoewel er instrumenten bestaan om het te meten, is het essentieel dat professionals een flexibele, mensgerichte benadering hanteren en oog hebben voor maatschappelijke normen, beleidskaders en individuele situaties.