
Waarom de Norm van verantwoorde werktoedeling ook in de Wmo thuishoort
Het is hoog tijd om de in het Besluit Jeugdwet opgenomen Norm van verantwoorde werktoedeling ook in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) te verankeren. Daarnaast verdient deze norm een plek in de contractstandaarden voor Jeugd en Wmo, zodat gemeenten en zorgaanbieders werken vanuit een gedeelde set kwaliteitsafspraken. Dit draagt bij aan duidelijkheid, vermindering van administratieve lasten en vooral aan betere zorg.
Maar er is nog een essentieel punt dat niet onderbelicht mag blijven: de norm biedt ruimte voor maatwerk in de inzet van professionals. Dit is cruciaal in een tijd waarin de arbeidsmarkt onder grote druk staat en waarin we juist ook ervaringsdeskundigen en zijinstromers een kans moeten geven om bij te dragen aan passende zorg.
Wat houdt de Norm van verantwoorde werktoedeling in?
Deze norm, zoals vastgelegd in het Besluit Jeugdwet, verplicht jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen om:
- Geregistreerde professionals in te zetten als dit noodzakelijk is.
- Taken toe te delen op basis van kennis, vaardigheden en ervaring, niet uitsluitend op basis van diploma’s of registraties.
- Te waarborgen dat professionals kunnen werken volgens de voor hen geldende professionele standaard.
Kwaliteitseisen in de Wmo
Er is geen specifiek artikel in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) dat expliciet een norm voor een verantwoorde werkverdeling voorschrijft. Wel zijn er artikelen die raken aan de kwaliteitseisen en de verantwoordelijkheid van gemeenten om passende ondersteuning te bieden.
Relevante artikelen in de Wmo 2015
- Artikel 3.1 – Toezicht op de kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning
Gemeenten moeten toezien op de kwaliteit van de ondersteuning. Een te hoge werkdruk onder Wmo-consulenten kan de kwaliteit negatief beïnvloeden.
- Artikel 3.2 – Eisen aan aanbieders van maatschappelijke ondersteuning
Wmo-aanbieders moeten goede, veilige en doeltreffende ondersteuning bieden. Een verantwoorde werkverdeling draagt hieraan bij.
- Artikel 4.1.1 – Verantwoordelijkheden van het college (gemeente)
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een toereikend aanbod van ondersteuning en moeten zorgen dat Wmo-taken goed worden uitgevoerd.
- Artikel 4.2.1 – Het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte
Gemeenten moeten een zorgvuldig onderzoek uitvoeren voordat zij een maatwerkvoorziening toekennen. Dit vraagt voldoende tijd en capaciteit van consulenten.
De Wmo 2015 stelt dus geen harde normen voor werkverdeling, maar bevat wel kwaliteits- en zorgvuldigheidseisen waaruit afgeleid kan worden dat gemeenten een redelijke werkdruk moeten waarborgen. Voor concrete normen kijken veel gemeenten naar richtlijnen vanuit bijvoorbeeld de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) of CAO-afspraken in de zorg- en welzijnssector.
Ruimte voor maatwerk: niet alles hoeft SKJ-geregistreerd te zijn
Hoewel de norm het belang van vakbekwaamheid en registratie onderstreept, laat het ook ruimte om niet onnodig een SKJ-registratie te eisen. Dit is van groot belang, want:
- Ervaringsdeskundigen spelen een steeds belangrijkere rol in het sociaal domein en kunnen juist van grote waarde zijn in het contact met cliënten.
- Zijinstromers kunnen met hun ervaring uit andere sectoren een waardevolle bijdrage leveren, maar mogen niet worden uitgesloten door strikte registratiedrempels.
- Ondersteunende en begeleidende taken hoeven niet per se door een geregistreerde professional uitgevoerd te worden. Het huidige Kwaliteitskader Jeugd stelt duidelijk dat niet alle taken binnen de jeugdzorg per definitie SKJ-geregistreerde expertise vereisen.
Toch hanteren veel gemeenten striktere eisen dan nodig, waardoor zij een drempel opwerpen voor nieuwe medewerkers in de zorg. Dit is niet alleen onnodig, maar ook onverstandig gezien de enorme tekorten op de arbeidsmarkt.
Waarom deze norm ook in de Wmo nodig is
Binnen de Wmo bestaat geen vergelijkbare landelijke norm voor werktoedeling, wat leidt tot uiteenlopende interpretaties en extra administratieve lasten. Het invoeren van deze norm zou:
- Zorgen voor een meer uniforme, eerlijke werkverdeling binnen Wmo-teams.
- Voorkomen dat gemeenten onnodig strenge eisen stellen, waardoor zorgverleners beperkt worden in hun personeelsbeleid.
- Zorgdragen voor een realistische werkverdeling, waardoor professionals niet overbelast raken en cliënten de juiste hulp krijgen.
Balans tussen professionaliteit en toegankelijkheid
Door de Norm van verantwoorde werktoedeling zowel in de Wmo als in de contractstandaarden Jeugd en Wmo op te nemen, creëren we een eerlijke, uniforme en werkbare zorgsector. We moeten waarborgen dat professionals voldoende vakbekwaam zijn, maar zonder onnodige drempels voor zijinstromers en ervaringsdeskundigen op te werpen.
De arbeidsmarkt schreeuwt om nieuwe krachten. Laten we hen de kans geven om bij te dragen, in plaats van ze te blokkeren. Alleen dan kunnen we de jeugdhulp en Wmo toekomstbestendig maken.