Soms voelt het beleid in Nederland als een absurde toneelvoorstelling waarin iedereen weet hoe het stuk zou moeten eindigen, maar de regisseur weigert om de juiste scène te spelen. Neem de aanpak van dakloosheid onder jongeren. Iedereen weet dat de sleutel tot het oplossen van het probleem ligt in huisvesting en financiële stabiliteit. En toch wordt er door beleidsmakers met een stalen gezicht gezegd dat initiatieven zoals het Bouwdepot “niet mogen” omdat ze in strijd zijn met regels die ooit voor een heel ander doel zijn opgesteld.

Gemeenten die écht aan de slag willen, zoals Hilversum, Eindhoven en Amersfoort, botsen keihard tegen een muur van regelgeving. Terwijl de staatssecretaris gemeenten oproept om zich “aan de wet te houden”, wijzen cijfers en praktijkervaringen uit dat juist dit soort initiatieven jongeren uit de ellende trekken. Want wat werkt? Niet eindeloos doorverwijzen naar maatschappelijke opvang en schuldhulpverlening, maar zorgen dat jongeren financieel stabiel zijn en zelfstandig kunnen worden.

Het wrange is dat we als samenleving bakken met geld uitgeven om dakloosheid te faciliteren in plaats van op te lossen. Laten we eens een eenvoudige business case maken.

  • De kosten voor maatschappelijke opvang liggen gemiddeld rond de €200 per dag per persoon. Dat komt neer op €6.000 per maand.
  • Jongeren in het Bouwdepot krijgen €1.308 per maand, waarmee ze zelf hun leven op orde kunnen brengen.
  • Dit betekent dat we voor hetzelfde geld waarmee we één jongere vijf maanden in de opvang houden, via het Bouwdepot vijf jongeren een jaar lang stabiliteit kunnen geven.

Dat is een financiële no-brainer, toch? Toch kiest de overheid ervoor om te blijven investeren in een systeem dat problemen in stand houdt in plaats van ze op te lossen. Een typisch geval van “paard achter de wagen spannen”, en daar hebben we er in de zorg helaas meer van.

Kijk naar de resultaten: jongeren die via het Bouwdepot financiële rust krijgen, halen hun diploma’s, lossen schulden af en vinden woonruimte. Dit bespaart later op kosten voor maatschappelijke opvang, jeugdzorg, schuldhulpverlening en andere dure voorzieningen. Elke euro die wordt geïnvesteerd in financiële zekerheid voor jongeren, bespaart een veelvoud aan zorgkosten later.

Maar in plaats van dit grootschalig toe te passen, blijft de landelijke overheid steken in regels en procedures. Omdat “het systeem” nu eenmaal zo werkt. Ondertussen worden de jongeren zelf daar de dupe van.

Het wordt tijd dat we stoppen met dweilen met de kraan open. Initiatieven zoals het Bouwdepot werken. De cijfers laten zien dat het financieel voordeliger is. Jongeren laten zien dat het hen uit de vicieuze cirkel van armoede en dakloosheid haalt. Gemeenten zien het en willen door. De enige die het nog niet lijkt te begrijpen, is de landelijke politiek.

Dus, als we écht iets willen doen voor kwetsbare jongeren: laten we dan naar de cijfers kijken, luisteren naar de praktijk en kiezen voor de oplossing die werkt. Want zolang we meer geld uitgeven aan het in stand houden van dakloosheid dan aan het oplossen ervan, blijft het beleid vooral een dure mislukking.