
De parabel van de buigzame wilg
Lang geleden, in een vallei omringd door machtige bergen, groeide een kleine wilgenboom aan de oever van een rivier. Tussen eiken, ceders en dennen stond hij bekend als de zwakste boom van het woud. Zijn dunne takken bogen onder de wind, en zijn stam leek geen weerstand te bieden tegen stormen.
De andere bomen keken op hem neer. De eik pronkte met zijn dikke stam en riep: “Sterkte is alles!” De ceder snoof en zei: “Hoogte is wat telt.” En de den voegde eraan toe: “Een rechte rug is een teken van trots!”
De wilg zei niets, maar luisterde.
Op een dag trok een krachtige storm over de vallei. De wind gierde en de regen sloeg neer op het bos. De eik verzette zich tegen de storm, de ceder bleef fier overeind en de den bleef stug rechtop staan. Maar de wilg… hij boog. Zijn takken zwaaiden mee met de wind, zijn stam wiegde, en telkens als de storm sterker werd, boog hij nóg verder.
Toen de ochtend aanbrak, lag het bos in puin. De trotse eik was gespleten, de ceder was ontworteld en de den lag gebroken op de grond. Maar de wilg stond nog overeind, zijn takken reikten naar de hemel, ongeschonden door de storm.
De dieren van het bos kwamen bijeen en vroegen: “Hoe heb jij dit overleefd?”
De wilg glimlachte en zei: “Jullie dachten dat kracht lag in stijfheid, maar echte kracht ligt in lenigheid. Wie zich kan buigen zonder te breken, zal altijd blijven staan.”
Moraal van het verhaal
Flexibiliteit is een vorm van kracht. Wie zich kan aanpassen, meebewegen en veerkrachtig is, zal de stormen van het leven beter doorstaan dan degene die zich star verzet. Lenigheid, in lichaam en geest, is een verborgen kracht die onoverwinnelijk maakt.