
Van systeemdenken naar mensgericht handelen
In het sociaal domein wordt veel gesproken over de ‘beweging naar voren’. Het idee erachter is helder en op zichzelf zeer nastrevenswaardig: om zorg en ondersteuning toekomstbestendig te maken, moet er meer aandacht komen voor preventie en vroegsignalering. Door problemen eerder te herkennen en daarop te acteren, kan zwaardere zorg worden voorkomen. Maar hoe zorgen we ervoor dat deze beweging niet blijft steken in systeemdenken en beleidsmatige abstracties? Hoe sluiten we écht aan bij de leefwereld van mensen?
De valkuil van top-down denken
Hoewel de beweging naar voren inhoudelijk sterk is, blijft het concept vaak hangen in een top-downbenadering. Het sick-care georiënteerde systeem stuurt de beweging: van specialistische zorg naar de sociale basis, van maatwerk naar collectieve voorzieningen. Maar juist die manier van denken – waarbij professionals bepalen hoe en waar de beweging plaatsvindt – kan een nieuwe vorm van institutionalisering opleveren. Dit terwijl de werkelijke uitdaging is om aan te sluiten bij de leefwereld van mensen en hun eigen initiatieven.
Invoegen en meebewegen
Wat als we de beweging niet zien als een collectieve mars naar voren, maar als een dynamisch proces van invoegen. aansluiten en meebewegen waar dat nodig is? Initiatieven zoals ‘Nederland Zorgt Voor Elkaar’ en de Doe-het-zelf-beweging laten zien dat mensen vaak zelf al tot creatieve, passende oplossingen komen. Het is niet aan ons om hen voor te schrijven hoe zorg en ondersteuning eruit moet zien, maar om te faciliteren waar dat nodig is. Wanneer we als professionals en beleidsmakers massaal naar voren bewegen, creëren we het risico van ‘kluitjesvoetbal’: veel beweging, weinig effectiviteit.
Een treffend voorbeeld hiervan is een buurtinitiatief in Utrecht, waar bewoners zelf een informele zorgstructuur hebben opgezet voor ouderen en kwetsbare buurtgenoten. In plaats van extra professionele ondersteuning te sturen, heeft de gemeente geïnvesteerd in het versterken van dit initiatief. Geen beweging naar voren, maar een beweging naar de zijkant, om in te voegen en aan te sluiten.
De taal van de leefwereld
Een ander risico van de beweging naar voren is dat we in jargon blijven praten en containerbegrippen hanteren. In het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt bijvoorbeeld ook gesproken over een ‘beweging naar voren’: strafzaken moeten beter voorbereid zijn voordat ze voor de rechter komen. Maar bedoelen we in het sociaal domein hetzelfde? Waarschijnlijk niet.
Om echte verandering te realiseren, moeten we kritisch blijven op de taal die we gebruiken. Begrijpen inwoners wat we bedoelen? Sluit onze taal aan bij hun beleving? Of schept het vooral afstand? Als we werkelijk een beweging willen maken, laten we dan beginnen met een taal die iedereen begrijpt.
Minder naar voren, meer verbinding
De beweging naar voren moet niet enkel een beleidsmatige strategie zijn, maar een fundamentele heroriëntatie op de vraag: hoe sluiten we beter aan bij wat er al gebeurt? Hoe ondersteunen we initiatieven zonder ze over te nemen? Hoe zorgen we ervoor dat inwoners en professionals samen optrekken in plaats van dat beleid over hen heen wordt uitgerold?
Door in te voegen waar dat nodig is, en ons bewust te zijn van de taal die we gebruiken, kunnen we zorgen voor echte verandering. Want uiteindelijk is de beste beweging niet altijd naar voren, maar juist naar elkaar toe.