
Kansen pakken in plaats van problemen koesteren
Schrijven over jeugdbescherming leidt vaak tot stevige reacties. Niet zelden worden daarbij de professionals op de werkvloer als kop van jut neergezet. Wat mij betreft is dat onterecht. Elke jeugdbeschermer werkt met hart en ziel om het beste te bereiken voor de jeugdigen die aan hen zijn toevertrouwd. Dat er desondanks kritiek is, ligt veel meer aan de manier waarop het stelsel is ingericht dan aan de inzet van de professionals zelf. Laten we niet vergeten dat we van jeugdbeschermers vaak het onmogelijke vragen: een antwoord op problemen waarvoor de samenleving als geheel geen oplossing heeft gevonden. In plaats van hen als deel van het probleem te zien, is het tijd om hen als onmisbaar deel van de oplossing te beschouwen.
Een mogelijke jeugd
In dit verband breng ik graag nog eens het boek Een moeilijke jeugd De zoektocht van Anita Leeser, kinderrechter van Loes de FauweISBN 9789035133525 uitgeverij Prometheus) onder ieders aandacht.
Waar gaat het over?
Toen kinderrechter Anita Leeser in 2005 afzwaaide bij de rechtbank in Amsterdam, kreeg zij, op haar verzoek, een uniek afscheidscadeau. Ze mocht nagaan hoe het een aantal van de kinderen met wie ze gedurende haar lange loopbaan te maken had gehad, in de jaren nadien was vergaan. Leeser maakte zelf een selectie uit haar ouderwetse kaartenbak en voerde gesprekken met ‘haar’ kinderen, nu bijna allemaal jongvolwassenen. Ze zag jongeren terug die nog steeds in de penarie zaten, maar ook kinderen die ondanks hun moeilijke verleden hun leven toch op de rails hebben gekregen. Het toont het menselijk tekort, de mogelijkheden en onmogelijkheden, en de zegeningen van een humane benadering van ‘probleemgevallen’. ‘Deze gesprekken zou je moeten voeren vóórdat je kinderrechter wordt!’ verzuchtte Anita Leeser al aan het begin van haar speurtocht. En ook zij ontdekte dat de jeugdbeschermers die vooral vanuit een gewoon menselijk contact naast de jeugdigen durfden te gaan staan, per saldo betere resultaten bereikten, dan de collega’s die vooral zorg hadden en verleenden.
En toch
De uitdagingen in de jeugdbescherming zijn al jaren bekend. De wachtlijsten zijn te lang, professionals lopen vast in bureaucratie, en jongeren krijgen niet altijd de hulp die ze nodig hebben. De cijfers en rapporten stapelen zich op, en de roep om verandering klinkt steeds luider. Maar laten we eerlijk zijn: er is geen ei van Columbus. Geen simpele oplossing die alles in één keer oplost. Wat we wél kunnen doen, is een open en eerlijk gesprek voeren over hoe het beter kan—samen met alle betrokkenen.
Een van de meest waardevolle inzichten komt van de jongeren zelf. Neem de meiden van Fier, een organisatie die zich inzet voor jonge vrouwen die te maken hebben gehad met geweld en uitbuiting. Zij zeggen het glashelder: “Hulpverleners zijn – mede door de wijze waarop ons stelsel is ingericht – vaak gefocust op de problemen. Wij willen over onze toekomst praten!” Die boodschap raakt de kern van wat er misgaat. Te vaak draait hulpverlening om risico’s, tekortkomingen en bedreigingen. Maar jongeren willen vooruit. Ze willen dat er naar hun dromen wordt geluisterd, dat hun talenten worden gezien. En daarin ligt misschien wel de sleutel tot een andere aanpak.
Een veilige en stimulerende omgeving creëren
Jeugdbescherming zou niet alleen moeten gaan over het beheersen van problemen, maar vooral over het creëren van een omgeving waarin jongeren zich kunnen ontwikkelen. Een omgeving waarin talent, perspectief en kracht centraal staan. Dat betekent niet dat we de problemen negeren, maar dat we ze aanpakken in de slipstream van groei en ontwikkeling.
Hoe kunnen we die shift maken? Hier zijn een aantal concrete maatregelen die bijdragen aan een nieuwe dynamiek.
Ervaringsdeskundigen en gepensioneerde jeugdbeschermers inzetten
Waarom? Omdat ervaringsdeskundigen – jongeren en ouders die zelf jeugdhulp hebben meegemaakt – een brug kunnen slaan tussen gezinnen en professionals. Ze begrijpen hoe het is om in het systeem vast te zitten en kunnen helpen om de focus te verleggen naar kracht en perspectief. Ook gepensioneerde jeugdbeschermers kunnen als mentor of ondersteuner bijdragen, zonder de volle werkdruk van een vast dienstverband.
Een mooi voorbeeld van een dergelijke aanpak zag ik deze week bij de Buurtcoöperatie in Haarlem. En nee, doe dat niet met een gelikte personeelsadvertentie, maar stap op die mensen af. Stel de eenvoudige vraag: “Wilt u mij/ons helpen?”. Deze o zo verbindende vraag, wordt te weinig gesteld.

Kortere, menselijkere rapportages
Hulpverleners besteden enorm veel tijd aan administratie. Verslagen moeten vaak voldoen aan juridische en organisatorische eisen, terwijl ze in de praktijk weinig bijdragen aan betere hulp. Wat als we standaardformaten invoeren van maximaal twee pagina’s, waarin we de kern van de situatie en de gewenste ontwikkeling beschrijven? Wat als we minder energie steken in bureaucratische verantwoording en meer in écht contact met jongeren en gezinnen?
Een maatschappelijk dienstjaar voor pas afgestudeerde sociaal werkers en psychologen
De tekorten in de jeugdzorg zijn structureel. Tegelijkertijd studeren jaarlijks honderden sociaal werkers en psychologen af zonder direct een vaste plek te vinden. Waarom bieden we hen geen verplicht, goed maatschappelijk dienstjaar in de jeugdbescherming, vergelijkbaar met de coschappen in de geneeskunde? Dit kan een instroom bevorderende maatregel zijn én een kans om jonge professionals vroeg te laten ervaren hoe waardevol dit werk is. Wellicht kan een bijdrage in de (aflossing van) de studieschuld hieraan extra bijdragen.
Directe inzet van tijdelijke crisisbegeleiders
Veel jongeren zitten te lang zonder hulp, simpelweg omdat de jeugdbeschermers overbelast zijn. Dat leidt tot escalaties en maakt het werk alleen maar zwaarder. Wat als we een flexibele poule van tijdelijke crisisbegeleiders oprichten? Denk aan maatschappelijk werkers, onderwijsprofessionals of politieagenten met jeugdexpertise die eerste hulp en begeleiding kunnen bieden totdat een vaste jeugdbeschermer beschikbaar is. Het zorgdragen voor een direct aanspreekpunt kan voor ouders en jeugdigen op zichzelf al voor veel rust zorgen.
Start hulp direct, ongeacht de beschikbaarheid van een jeugdbeschermer
Een jongere moet niet pas geholpen worden als een dossier helemaal is uitgewerkt en een vaste jeugdbeschermer is gevonden. Hulp moet parallel starten. Door ‘jeugdbeschermingsassistenten’ in te zetten – goed opgeleide ondersteuners of ervaringsdeskundigen die in de eerste weken de basisbehoeften van het gezin inventariseren – kan de wachttijd zinvol worden benut.
Een nieuwe synergie: aansluiten bij de energie van jongeren
Al deze maatregelen komen voort uit één kernidee: draai de dynamiek van probleemdenken om naar toekomstdenken. De meiden van Fier zeggen terecht dat ze vooruit willen kijken. Daar moeten we op aansluiten. Niet door problemen te bagatelliseren, maar door talenten en mogelijkheden voorop te zetten.
Dat vraagt om een andere manier van werken, denken en organiseren. Het vraagt om:
- Meer vertrouwen in professionals, zodat zij minder vastzitten in protocollen en meer ruimte krijgen om te doen wat werkt.
- Minder bureaucratische drempels, zodat hulp sneller en efficiënter op gang komt.
- Meer samenwerking met scholen, wijkteams en ervaringsdeskundigen, zodat jongeren zich gesteund voelen door een breed netwerk.
Dit is geen simpele oplossing. Maar het is wel een andere manier van kijken, een manier die kan leiden tot fundamentele verbeteringen.
Uitnodiging tot gesprek
Ik presenteer deze ideeën niet als de ultieme oplossing. Wat ik wél hoop, is dat ze aanleiding geven tot een open gesprek. Een gesprek waarin we samen verkennen wat wél werkt. Waarin we ons niet laten verlammen door het gewicht van het systeem, maar juist kijken naar de kansen die we nú al kunnen benutten.
Dus laten we dat gesprek voeren. Niet over wat er allemaal niet kan, maar over hoe we samen de energie van kunnen benutten om jongeren een betere toekomst te bieden.